Menu Close

Zaaddodende crème moet virus stoppen

Hoewel het gebruik van condooms de verspreiding van het aidsvirus in ontwikkelingslanden zou kunnen stoppen, komt daar in de praktijk weinig van terecht. De Wereldgezondheidsorganisatie heeft haar hoop daarom gevestigd op een zaaddodende crème. Binnenkort wordt die in Nederland op veiligheid getest.

WANNEER ELKE VROUW ter wereld bij elke geslachtsgemeenschap het gebruik van een condoom zou kunnen afdingen, zou de verspreiding van het aidsvirus via heteroseksueel geslachtsverkeer snel tot staan komen – niet voor niets wordt het condoom wel het enige werkzame aidsvaccin genoemd.

In werkelijkheid zit de wereld minder eenvoudig in elkaar. De overdracht van het aidsvirus via heteroseksueel geslachtsverkeer neemt, vooral in ontwikkelingslanden, nog steeds toe. Volgens schattingen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) zijn nu ruim elf miljoen mensen in Zuid-Amerika, Afrika en Azië besmet. Op het laatste continent staat de epidemie nog in de kinderschoenen – India had tot en met vorige week 522 ziektegevallen, in Indonesië houdt men het op 49. Maar gezien het grote aantal inwoners, vreest de WHO dat de Aziatische cijfers over tien jaar die van Afrika zullen overtreffen, tenzij er snel betere methoden worden gevonden om de verspreiding te stoppen.

Dat condooms de epidemie niet hebben kunnen remmen, komt niet alleen doordat ze niet overal in overvloed of goedkoop te krijgen zijn. Voor condoomgebruik is medewerking van mannen nodig – en dat blijkt in veel culturen een groot probleem. Wanneer een vrouw wil dat hij een condoom gebruikt, kan dat in de ogen van haar mannelijke partner maar twee dingen betekenen: óf zij is zelf besmet, óf zij verdenkt hem ervan seropositief te zijn. In beide gevallen reden voor een pittig gesprek.

In de praktijk, zo blijkt telkens weer uit onderzoek, is het in de meeste culturen amper mogelijk het condoomgebruik flink op te voeren – zelfs niet in streken waar meer dan tien procent van de bevolking het virus bij zich draagt. Ook het vrouwencondoom, sinds vorig jaar op de markt, is geen bruikbaar alternatief – niet alleen is het in ontwikkelingslanden te duur en slecht verkrijghaar, het kan bovendien net als het mannencondoom alleen worden gebruikt wanneer de partner ermee instemt.

Vorig jaar besloot de WHO daarom een nieuw onderzoeksterrein bovenaan de verlanglijst te zetten: niet meer de ontwikkeling van een vaccin of medicijnen, maar dat van een preventiemethode die het initiatief aan vrouwen laat kreeg de hoogste prioriteit. Dr M. Merson, hoofd van het aidsprogramma van de WHO, noemde het ‘schokkend’ dat zo’n methode er, ondanks de vele miljoenen die er aan aidsonderzoek worden gespendeerd, nog steeds niet is.

Kandidaten zijn er wel: in de reageerbuis, zo was al vroeg aangetoond, zijn ‘spermiciden’ – middelen die worden gebruikt om spermacellen te doden – ook in staat om het aidsvirus aan te pakken. Spermiciden als ‘nonoxynol-9′ en ‘menfegol’ worden in ontwikkelingslanden regelmatig als anticonceptiemiddel gebruikt. Toen de HIV-dodende werking was aangetoond, werd hier en daar dan ook onmiddellijk het gebruik van spermiciden als aidspreventie gepropageerd. Condoomfabrikanten bedekten hun producten ermee om dubbele bescherming te garanderen.

Inmiddels, zegt dr J. Lange, hoofd van de afdeling Klinisch Onderzoek en Medicijnontwikkeling van het aidsprogramma van de WHO in Genève, is duidelijk geworden dat destijds “te hard van stapel is gelopen”. Uit onderzoeken bleek dat het veelvuldig gebruik van spermiciden nadelige gevolgen kan hebben. In Nairobi, de hoofdstad van Kenia, bleken prostituees die dagelijks nonoxynol-9 gebruikten zelfs vaker te worden besmet dan collega’s die een nep-middel kregen. In een andere, nog niet gepubliceerde WHO-studie, werden voor menfegol vergelijkbare resultaten gevonden.

De reden is, aldus Lange, dat de beschikbare spermiciden “niet al te prettige middelen” zijn. Ze zijn zo agressief, dat ze zich niet alleen tegen spermacellen, aidsvirussen of de verwekkers van geslachtsziekten als gonorrhoe en chlamydia richten, maar ook tegen de cellen in de slijmvliezen van de vaginawand. Via kleine beschadigingen en zweertjes kan het virus juist gemakkelijker binnendringen. “In feite zijn we nu weer terug bij af,” stelt Lange. “Een paar jaar geleden dachten we dat we al veel verder waren.”

De WHO probeert farmaceutische bedrijven te bewegen meer specifieke anti- HIV-pasta’s te ontwikkelen, die waarschijnlijk minder bijwerkingen vertonen. Maar aangezien dit nog jaren kan duren, is tegelijk besloten tot een ‘noodverband’: uitgezocht moet worden of er manieren zijn om de bestaande spermiciden op een veilige manier te gebruiken.

Duidelijk is inmiddels dat het verlagen van de concentratie nonoxynol-9 het optreden van beschadigingen kan verminderen. Daarnaast wordt nu geprobeerd via een combinatie met middelen die de vaginawand beschermen de slijmvliezen onaangetast te laten.

De Amerikaanse firma Columbia brengt al jaren een zaaddodende pasta op de markt onder de naam Advantage 24. De pasta bestaat uit een combinatie van nonoxynol en Replens, een vetachtig middel dat werd ontwikkeld om bij vrouwen na de menopauze de vagina vochtiger te maken. Een van de voordelen van deze combinatie is dat het na aanbrengen nog een dag, én misschien zelfs twee of drie dagen aanwezig blijft, en gedurende die tijd de werkzame stof geleidelijk afgeeft. Daardoor kan het aanbrengen van de crème geheel worden losgekoppeld van een eventuele geslachtsgemeenschap later op de dag.

Voordat de WHO de crème, officieel COL-1492 geheten, in ontwikkelingslanden op grotere schaal als preventie-methode gaat testen, moet worden onderzocht of het veilig is in het gebruik. Bekeken moet worden of de lagere dosis nonoxynol – per dag ongeveer 50 milligram, twintig keer minder dan in het onderzoek in Nairobi – geen beschadiging van het slijmvlies in de vaginawand tot gevolg heeft.

Volgende maand begint daartoe op drie plaatsen in de wereld – in Amsterdam, Antwerpen en Bangkok – een onderzoek in opdracht van de WHO. In Amsterdam werkt het Academisch Medisch Centrum daartoe samen met het Nationaal Aidstherapie-Evaluatiecentrum (NATEC). Een honderdtal vrouwelijke vrijwilligers zal worden verdeeld in drie groepen. De eerste groep zal twee weken lang dagelijks een dosis COL-1492 inbrengen, de tweede groep krijgt Replens zonder spermicide. Noch de vrijwilliger, noch de onderzoekers weten op dat moment wie het ‘echte’ middel krijgt. De derde groep hoeft niets te gebruiken. Alle drie de groepen zullen in het AMC gynaecologisch worden onderzocht via een colposcopie – een eenvoudige en veelgebruikte methode om de vaginawand op kleine barstjes en wondjes te controleren. Dan zal worden gekeken of er verschil is tussen de groepen.

Dat het veiligheidsonderzoek van het potentiële aidspreventiemiddel in Nederland wordt uitgevoerd, is vooral omdat vrouwen nodig zijn die nauwelijks risico lopen op aidsbesmetting. Het wil niet zeggen dat gebruik van spermiciden als aidspreventie straks ook in ons land zal worden gepropageerd, stelt dr K. Boer, verbonden aan de afdeling verloskunde en gynaecologie van het AMC en leider van het onderzoeksproject.

Of spermiciden werkelijk besmetting met HIV kunnen voorkomen, is nog een open vraag. Volgens Lange is er wel onderzoek in makaken gedaan, waaruit bleek dat infectie met het ape-aidsvirus voorkomen kon worden. pidemiologisch onderzoek in Kameroen lijkt dat te ondersteunen, al was er, tekent Lange aan, op de kwaliteit van dat onderzoek wel wat af te dingen.

Vrouwen die willen meewerken aan het onderzoek kunnen op werkdagen tijdens kantooruren bellen met 020-566****. Zij ontvangen een ‘passende vergoeding’.

Related Posts