Menu Close

New York op muggenjacht

In New York houden gezondheidsdiensten deze zomer de adem in: zal het exotische West-Nijlvirus voor de tweede keer toeslaan? En zo ja, zal de uitbraak zich dan tot één stad beperken?

Hoewel het muggenseizoen al bijna ten einde was, waren de autoriteiten in New York City er in september vorig jaar toch als de kippen bij. Twee merkwaardige gevallen van ernstige hersenontsteking hadden de aandacht van een alerte arts getrokken. In een ziekenhuis in Queens, een grote wijk ten oosten van Manhattan, bleek de ziekte bij nadere beschouwing zelfs bij acht patiënten te zijn aangetroffen. Ondertussen vielen in de wijde omtrek dode kraaien bij tientallen uit de hemel, en kampte de beroemde dierentuin in de Bronx met een alarmerende sterfte onder haar flamingo’s, uilen, arenden en andere exotische vogels.

Een dag nadat de vermoedelijke boosdoener was aangewezen — een virus dat door muggen van vogels op mensen wordt overgebracht — daalden uit helicopters de eerste wolken muggengif op de stad neer. Het eerst op het noordelijke puntje van Queens, dat al snel als de hot zone was aangemerkt.

Daags erna kregen de luchttroepen hulp op de grond. Dagelijks reden na zonsondergang vrachtwagens met spuitinstallaties door de straten in de stad. Parken en groenstroken kregen extra aandacht. Politiebureaus en brandweerkazernes verdeelden achthonderdduizend flessen insectenwerend DEET. Twee maal per dag gaf de burgemeester een persconferentie, om ongerustheid over de wolken gif te onderdrukken.

Binnen enkele weken was een oppervlakte ter grootte van Noord-Holland plus Utrecht met insecticiden bedekt. In een stedelijk gebied als New York was zoiets nog nooit vertoond.

De paniek was te begrijpen: een door muggen verspreide, voor sommige mensen dodelijke virusziekte in een van ‘s werelds grootste en dichtst bevolkte steden is reden tot zorg. De schrik was waarschijnlijk nog groter geweest als het niet drie weken had geduurd voor de wáre identiteit van de ziekteverwekker werd vastgesteld: niet het St. Louis-virus, dat in de VS een oude bekende is, maar het West-Nijlvirus, een exotisch virus dat nog nooit eerder op het westelijk halfrond was gesignaleerd.

Ook het West-Nijlvirus, in wetenschappelijk jargon met de letters WNV aangeduid, is voor virologen geen onbekende. In 1937 werd het voor het eerst geïdentificeerd, bij een patiënt in Oeganda. Het behoort tot de flavivirussen, waarvan verscheidene stammen garant staan voor ernstige ziekten; gele koorts, knokkelkoorts en Japanse hersenontsteking, om maar een paar te noemen.

De meeste mensen die met het virus worden besmet, ondervinden daarvan geen of slechts milde gevolgen, zoals koorts, hoofdpijn en duizeligheid. Maar vooral ouderen en kinderen worden soms slachtoffer van ernstiger symptomen: een ontsteking van het hersenvlies of, nog erger, van de hersenen zelf. Ondanks behandeling met virusremmende middelen zal een deel van hen ernstige verlammingen aan de ontsteking overhouden, een deel zal zelfs overlijden.

Van oudsher waart het West-Nijlvirus vooral rond in de oerwouden van Afrika, al komen sporadisch ook uitbraken in Europa en Azië voor. In 1996 werd Boekarest bijvoorbeeld door een kleine uitbraak getroffen, en in de zomer van 1999 overleden in Zuid-Rusland nog veertig patiënten. Maar aan de overkant van de Atlantische Oceaan, laat staan in een Amerikaanse miljoenenstad, was het virus nog nooit aangetroffen.

Hoe het West-Nijlvirus de overtocht maakte, is een raadsel dat misschien nooit meer zal worden opgelost. De stam die in New York werd gevonden, leek nog het meest op het virus dat een jaar eerder uit een dode gans in Israël tevoorschijn kwam. Vermoed wordt dan ook dat het vanuit het Midden-Oosten per vliegtuig naar de Big Apple is overgestoken — een tocht die dagelijks door tientallen vliegtuigen wordt gemaakt. Maar of het zich schuilhield in een mug in de cabine, in een geïmporteerde exotische vogel of een onwetende passagier, is haast niet meer vast te stellen.

Waar en wanneer de verspreiding is begonnen, is mede daardoor niet bekend. Wat we weten is dat waarschijnlijk tussen de vijfhonderd en tweeduizend Newyorkers met het virus besmet raakten, en dat ruim zestig patiënten in het ziekenhuis belandden, onder wie één Canadese toerist. Twintig van hen hielden er een permanente hersenbeschadiging aan over, zeven vonden de dood. De meeste slachtoffers woonden in Queens of de Bronx; in Manhattan werd één zieke geteld.

Al even onduidelijk is of de massale spuitcampagne iets heeft geholpen, en wat er zou zijn gebeurd als niets was gedaan. Achteraf vertellen de statistieken dat de mini-epidemie, een week voor het grootscheepse spuiten begon, al begon af te zwakken. De meeste muggen hielden het in september waarschijnlijk sowieso voor gezien, door de kou, maar ook door orkaan Floyd, die het gebied halverwege de maand met slagregens bedekte.

De vele vraagtekens maken het zeer onzeker wat New York, en wellicht andere delen van de Amerikaanse oostkust, komende zomer te wachten staat. Zeker is alleen dat, als het virus opnieuw de kop opsteekt, het zich verder heeft kunnen verspreiden. Al in de herst werden tot op driehonderd kilometer van de stad dode vogels, vooral kraaien, gevonden. Veel vogels deden New York in september alleen even aan, op weg naar hun overwinteringsgebieden in het Amerikaanse zuiden of het Caribisch gebied. Niemand weet dus waar het virus weer toe kan slaan. Om een nieuwe uitbraak zo snel mogelijk op het spoor te komen, zit er voor autoriteiten niet veel anders op dan de situatie goed in de gaten te houden.

Ziekenhuizen in de wijde omgeving van New York zullen vanaf het voorjaar wekelijks worden gebeld met de vraag of zich verdachte ziektegevallen hebben voorgedaan. Boswachters zullen langs de hele oostkust vogels vangen en bloed afnemen. Speciaal gekweekte kuikenkolonies dienen als lokaas voor muggen — antistoffen in hun bloed zullen waarschuwen tegen de eerste tekenen van besmetting. In honderden muggenvallen zullen dagelijks duizenden muggen worden verzameld, en op de aanwezigheid van het virus worden getest. Publiekscampagnes zullen bewoners oproepen ‘s avonds lange mouwen en broekspijpen te dragen, waarschuwen voor broedplaatsen van muggenlarven, zoals afgedekte zwembaden en oude autobanden. En bij de eerste tekenen van een uitbraak zullen de spuitwagens weer uitrijden, zonodig ondersteund vanuit de lucht.

De eerste resultaten van het grootscheepse surveillance-programma zijn inmiddels binnen: in februari vonden onderzoekers, in de onderaardse gewelven van een oud militair fort, broedplaatsen van overwinterende muggen, waaruit met enige moeite levende virussen konden worden geïsoleerd. En de hoop dat het virus de winter niet zou overleven, vervloog definitief toen diezelfde maand een roofvogel dood werd gevonden — gestorven, zo bevestigde een laboratorium vorige maand, aan een infectie met het West-Nijlvirus.

Deskundigen wagen zich nog niet aan voorspellingen. Misschien krijgt het virus dit jaar minder kans zich te verspreiden, en blijven de gevolgen tot dode vogels beperkt. Maar een herhaling van afgelopen herfst, of nog erger, durft niemand uit te sluiten.

Related Posts