Menu Close

Verrassingsvirussen

De uitbraak van Sars was niet echt een verrassing: nieuwe ziekteverwekkers duiken bij voortduring op. Een wereldwijde epidemie van een gevaarlijk griepvirus kan zelfs ieder moment beginnen.

Als het eerste speurwerk van Chinese epidemiologen wordt bevestigd, dan zette een ogenschijnlijk onschuldige hoestbui bij de lift op de negende verdieping van het Metropole Hotel in Hongkong, eind februari, misschien de rij dominostenen in beweging.

De hoester was een dokter uit de Chinese provincie Guangdong, vlak over de voormalige grens. In de weken ervoor had hij enkele van meer dan driehonderd patiënten behandeld die kampten met raadselachtige luchtweginfecties. Vijf waren overleden, zo hadden de Chinese autoriteiten kort tevoren gemeld aan de Wereld Gezondheidsorganisatie (WHO), maar de epidemie leek bedwongen.

Maar een paar weken later sloeg de WHO, in een uiterst zeldzame actie, wereldwijd groot alarm. ‘Ernstige, acute luchtweginfecties’ (SARS, op z’n Engels) grepen razendsnel om zich heen in ziekenhuizen in Hongkong, Hanoi en Singapore, en ook buiten Azië, in Duitsland en Canada doken de eerste gevallen op. Honderden mensen werden ziek, minstens tien overleden. Van de meeste gevallen, ontdekten epidemiologen, leidde het spoor indirect terug naar de negende verdieping van het Metropole Hotel.

De raadselachtige uitbraak van Sars kwam voor de meeste mensen als een angstaanjagende verrassing. Maar deskundigen op het gebied van infectieziekten houden al jaren rekening met zulke explosies. Meer dan ooit is de wereld kwetsbaar voor het opduiken van nieuwe ziekteverwekkers, die zich via intensief vliegverkeer binnen enkele dagen over de hele wereld kunnen verspreiden.

De beruchtste pandemie uit de recente geschiedenis was ongetwijfeld de Spaanse griep, uit 1918. Binnen een jaar maakte dat agressieve virus twintig miljoen slachtoffers — opmerkelijk genoeg vooral in de leeftijdsklasse van twintig tot veertig jaar. Het vestigde voor lange tijd de reputatie van het griepvirus: een schijnbaar milde, maar in potentie levensgevaarlijke ziekteverwekker.

Het griepvirus demonstreert in een notendop hoe nieuwe virussen als uit het niets lijken te ontstaan, en waarom we altijd voorbereid moeten zijn op de mogelijkheid dat het volgende killervirus om de hoek ligt te wachten.

Het échte domein van het griepvirus is niet de mens, maar een brede verzameling watervogels, waaronder bijvoorbeeld wilde eenden. Zelf hebben die watervogels, de ‘gastheren’, geen last van de logeerpartij: het virus laat hun slijmvliezen ongemoeid, en mag zich ongestoord via darmen en uitwerpselen verspreiden. In alle rust plant het virus zich voort, en door toevallige mutaties heeft in de loop der tijd een oneindige variatie aan uiteenlopende varianten kunnen ontstaan.

Voor de mens beginnen de problemen pas wanneer de vogels hun rijke collectie aan griepvirussen op andere diersoorten overbrengen. Heel Nederland weet inmiddels hoe gemakkelijk een griepinfectie overslaat op kippen. Maar het wordt nóg gevaarlijker wanneer die kippen op hun beurt varkens besmetten. Varkens vormen ideale natuurlijke laboratoria: besmette cellen in hun luchtwegen kunnen stukken griepvirus van mensen en vogels heel creatief aan elkaar plakken. De meeste van die combinaties leveren weinig interessants op. Maar af en toe is de uitkomst een nieuw griepvirus dat voor de mens levensgevaarlijk is.

Zulk knip- en plakwerk met griepvirussen vindt dagelijks over de hele wereld plaats, vooral waar kippen, varkens en mensen in elkaars nabijheid verkeren; voortdurend ontstaan daardoor nieuwe griepvirussen, meestal met kleine, soms met grote genetische veranderingen. Dat is de reden dat we elk jaar opnieuw griep krijgen. Het is ook een van de redenen dat speciale grieplaboratoria het virus nauwlettend volgen, zodat er elk jaar een nieuw griepvaccin klaarligt. Tegelijk hebben ze als taak om zo snel mogelijk alarm te slaan wanneer de opvolger van de dodelijke Spaanse Griep zich plotseling aandient.

Wat voor het griepvirus geldt, geldt feitelijk voor alle ziekteverwekkers, inclusief tal van bacteriën. Vele houden zich schuil in diersoorten, waar ze, zij het minder snel dan het griepvirus, een grote variatie opbouwen. Het wachten is slechts op het moment dat één van die varianten bij toeval zijn weg vindt naar een mens, en daar dan bij toeval ook nog besmettelijk blijkt.

Een van de bekendste voorbeelden is natuurlijk het aidsvirus, HIV, dat hoogstwaarschijnlijk in het Afrikaanse oerwoud oversprong van apen op mensen. Ergens rond de jaren vijftig vond een variant van zo’n virus bovendien een weg naar de buitenwereld, met desastreuze gevolgen: zestig miljoen mensen raakten tot nu toe besmet, twintig miljoen stierven.

Maar de lijst voorbeelden uit het recent verleden is een stuk langer. Het rotavirus, in 1973 ontdekt, zorgt in Nederland inmiddels voor een flink deel van de 4,5 miljoen jaarlijkse gevallen van ‘buikgriep’; de bacterie Legionella pneumophilia, bekend van de Westfriese Flora, dook in 1977 voor het eerst op; in dat jaar werd ook Ebola geïdentificeerd, een zeer besmettelijk en dodelijk virus dat, net als HIV, in het oerwoud van Afrika een thuisbasis heeft. Ebola heeft Europa nog niet bereikt, vooral omdat de slachtoffers nog geïsoleerd wonen en overlijden voordat ze op een vliegtuig hebben kunnen stappen.

In 1982 werd Borrelia burgdorferi opgespoord, een bacterie die door teken van herten op mensen wordt overgebracht, en in Nederland nu jaarlijks zorgt voor 13 duizend diagnoses van de ziekte van Lyme; 1989 bracht ons het hepatitis-C-virus, dat vooral dankzij bloedtransfusies inmiddels voor 170 miljoen mensen hun kans op leverkanker flink heeft vergroot.

En zo gaat de lijst door: sinds de jaren zeventig verscheen er gemiddeld meer dan één nieuwe ziekteverwekker per jaar op het wereldtoneel.

Eén familie van ziekteverwekkers wordt in het bijzonder in de gaten gehouden: de Paramyxo-virussen, die voor mensen een goede bekende zijn. Het mazelen-virus behoort tot de familie, net als de bof en de rode hond. Andere, minder bekende maar even wijdverbreide leden zijn het parainfluenza-virus, het respiratory syncytial virus (RSV) en het in 2001 in Rotterdam ontdekte Humaan metapneumo-virus (HMPV), stuk voor stuk verantwoordelijk voor miljoenen verkoudheden en, soms ernstige, luchtweginfecties.

Vrijwel alle paramyxo-virussen verspreiden zich via kleine waterdruppeltjes in de lucht. De meeste veroorzaken ‘kinderziekten’, wat vooral inhoudt dat ze dermate besmettelijk zijn dat jonge kinderen ze in de praktijk niet kunnen ontlopen.

Wat paramyxo-virussen extra gevaarlijk maakt, is dat sommige, net als griepvirussen, op grote schaal voorkomen in andere én meerdere diersoorten. Daardoor beschikken ze, net als de griep, over een onuitputtelijk mechanisme om regelmatig nieuwe, potentieel nog gevaarlijker varianten uit de hoge hoed tevoorschijn te toveren.

De jongste uitbraken van nieuwe paramyxo-virussen liggen daarom nog vers in het geheugen. In 1994 vielen in Australië twee doden door een onbekend virus, later het Hendra-virus gedoopt, afkomstig van paarden. In Maleisië kwamen vijf jaar later meer dan honderd mensen om door een uitbraak van wat later het Nipah-virus genoemd werd, en dat voortkwam uit varkens. Maar de werkelijke bron van beide virussen waren echter Aziatische vleermuizen geweest, die voor paramyxo-virussen dezelfde rol lijken te vervullen als wilde eenden voor de griep.

De uitbraken van Hendra en Nipah bleven beperkt, omdat de virussen niet van mens op mens wisten over te springen. In die zin waren ze niet meer dan ruwe vingeroefeningen voor de wél besmettelijke longontstekingen uit het Metropole Hotel in Hongkong: de eerste onderzoeken vorige week wezen in de richting van een gloednieuw paramyxo-virus, dat vermoedelijk eind vorig jaar in Zuid-China uit een nog onbekende diersoort een weg naar de mens heeft gevonden.

De nog vage gegevens uit China geven enige hoop dat het nieuwste virus moeite zal hebben zich in de mens staande te houden: elke nieuwe generatie patiënten, zeggen Chinese gezondheidsautoriteiten, lijkt minder besmettelijk te zijn dan de generatie ervoor.

Hoe de Sars-epidemie verder ook zal verlopen, deskundigen twijfelen er niet aan dat dit maar één virus is in een lange rij die nog zullen volgen. Want hoe dynamischer de wereld wordt, des te vaker zullen nieuwe varianten van ziekteverwekkers met mensen in aanraking komen, en des te vaker zal één van hen zich uitstekend in de populatie blijken te kunnen handhaven en verspreiden.

Ontbossing is één van de factoren die mensen steeds vaker in contact zal brengen met gastheren van onbekende virussen; ook de opkomst van grootschalige veeteelt in China en andere ontwikkelingslanden zal het aantal experimenten van de natuur doen groeien. Om nog maar te zwijgen over experimenten van de mens zelf, zoals plannen om varkensorganen als transplantaat te gebruiken of ziekteverwekkers met genetische aanpassingen als biowapen geschikter te maken.

Daar komt bij dat nieuwe virussen zich steeds sneller over de wereld zullen kunnen verspreiden. Nu al vertrekken elke dag twee miljoen mensen per vliegtuig naar een buitenlandse bestemming. Irrigatieprojecten, stuwdammen en klimaatveranderingen trekken steekmuggen aan, gespecialiseerd in het verspreiden van ziekteverwekkers in onze bloedbaan. Miljarden extra wereldbewoners zullen dankzij voortgaande verstedelijking steeds dichter op elkaar komen te zitten. Een groter deel van de bevolking is bovendien gevoelig voor ziekteverwekkers — in ontwikkelingslanden omdat ze jong zijn en ondervoed, in westerse landen juist omdat ze oud zijn en hun weerstand is ingezakt. De internationale handel in voedselproducten en vee neemt nog steeds explosief toe, net als de uitwisseling van bloed in de medische sector.

Sars, met andere woorden, is niet de laatste nieuwe epidemie waarover de WHO de noodklok zal moeten luiden. Sterker nog: deskundigen op het gebied van de griep houden al enige jaren hun adem in, omdat een nieuwe ernstige griepepidemie na 35 jaar niet lang meer op zich kan laten wachten.

Tegen de meeste virussen bestaan geen medicijnen, en vaccins staan tegenover nieuwe ziekteverwekkers machteloos. Het enige antwoord op de potentieel catastrofale verrassingen is daarom de wereld zo goed mogelijk in de gaten te houden, bij onraad snel aan de bel te trekken en, door patiënten en hun contacten te isoleren, een dreigende epidemie als het even kan in de kiem te smoren.

Daarin zit hem misschien dus het góede nieuws over Sars: snel optreden van de WHO, tezamen met wereldwijde informatie-uitwisseling die mogelijk werd door de opkomst van Internet, lijken déze uitbraak opmerkelijk vroeg tot staan te hebben gebracht. Dat geeft hoop voor toekomstige epidemieën — en misschien zelfs voor de gevaarlijke griepgolf die ons nog te wachten staat.

Related Posts