Menu Close

Gezocht: vriendelijk aids-virus

De ziekte van een Australische bloeddonor sloeg elke hoop op een ‘levend aids-vaccin’ voorlopig de grond in. Maar een gezonde seropositieve Amsterdammer zet onderzoekers op een nieuw spoor: een springlevend aids-virus, dat zijn slachtoffer desondanks met rust laat.

ZO OP HET oog is het een aids-virus als alle andere: hij infecteert een menselijke cel, en verstopt zich tussen diens genen. Na enige tijd neemt hij de controle over, en begint zich te vermenigvuldigen. Het duurt niet lang of hij is overal – in het bloed, in de lymfeklieren, in het speeksel. Vergeleken met andere aids-virussen is er maar één verschil: de gastheer wordt niet ziek. Het immuunsysteem blijft intact, het aantal afweercellen gewoon op peil.

Het is een bijzonder virus dat Amsterdamse onderzoekers op het spoor denken te zijn gekomen: een aids-virus dat voor mensen ongevaarlijk is. Ten minste één Amsterdammer lijkt er bij toeval mee besmet te zijn. Zijn virus zou, in theorie, kunnen leiden tot een vaccin voor aids – een levend, maar ongevaarlijk aids-vaccin. “Dit geeft aan dat de optie van een levend aids-vaccin nog niet definitief naar de prullenbak moet worden verwezen,” zei AMC-onderzoeker Jaap Goudsmit dit weekeinde in Baltimore, op een congres waar hij de ontdekking wereldkundig maakte.

Toch was dat precies wat er de laatste maanden leek te gebeuren: waar twee jaar geleden nog honderden artsen bereid waren zich met een verzwakt virus te laten vaccineren, verdwenen zulke wilde plannen deze zomer definitief van tafel. De reden: een Australische bloeddonor, al meer dan vijftien jaar besmet met het aids-virus maar al die tijd gezond gebleven, werd toch ziek. Ook onder ontvangers van zijn bloed, die eerder al even weinig last van het virus leken te hebben, begonnen symptomen te verschijnen.

Jaren lang had het groepje Australiërs vaccinonderzoekers hoop gegeven. Want het virus in hun lichaam miste een belangrijk gen, geheten nef. Zonder nef, zo bleek ook in de reageerbuis, was het virus ernstig gehandicapt. Het kon zich nog wel verspreiden, maar hooguit tergend langzaam – zo langzaam, dat de geïnfecteerde Australiërs hun binnendringer onder controle leken te kunnen houden.

En de Australische patiënten stonden niet op zichzelf. In Southborough, in de Amerikaanse staat Massachusetts, kwam apenonderzoeker Ronald Desrosiers met vergelijkbaar hoopvolle berichten: apen die werden besmet met aids-virussen zonder nef, werden niet ziek. Maar nog belangrijker: wanneer die apen later een agressief virus kregen toegediend, rekende hun getrainde afweersysteem ook daar snel mee af. Een veilig en werkzaam aids-vaccin, met andere woorden, leek om de hoek te liggen, zo vonden ook de vrijwilligers die zich met een virus zonder nef wilden laten inenten.

LEEK – want deze zomer was het Australische sprookje opeens afgelopen. Drie van de besmette bloedontvangers ver- toonden de onmiskenbare tekenen van een inzakkend afweersysteem: een gestage daling van het aantal afweercellen. Met de donor zelf ging het zo slecht, dat hij begin dit jaar aan een combinatietherapie begon.

“Het virus verzwakken door te zorgen dat hij zich langzamer vermenigvuldigt, is dus niet de goede strategie,” meent Ruth Rupert, apenonderzoekster bij het Dana-Farber Kankerinstituut in Boston. Rupert waarschuwde de afgelopen jaren al bij herhaling dat virussen zonder nef als vaccin niet veilig zijn, omdat jonge apen in haar laboratorium er op den duur wel degelijk ziek van werden. Afgelopen februari meldde ze dat ook volwassen apen, zelfs als ze waren ingeënt met aids-virussen die naast nef nog twee andere genen missen, na verloop van tijd toch ziek worden.
“Wanneer je virussen alleen verzwakt door hun voortplanting te vertragen,” aldus Rupert, “dan zullen ze vroeg of laat toch een manier vinden om dat gebrek te compenseren. En als dat gebeurt, dan neemt de snelle variant de boel direct over. Daarom moeten we op zoek naar een aids-virus dat op een andere manier is verzwakt: een virus dat geen ziekte veroorzaakt, ondanks het feit dat het zich in het lichaam op volle snelheid kan voortplanten.”

Het zou niet de eerste keer zijn dat zo’n virus werd gevonden, zegt Rupert: miljoenen kinderen zijn gevaccineerd met een springlevend poliovirus, dat zich naar hartelust voortplant in de darmen en nog jaren in de uitwerpselen is terug te vinden. Maar doordat het de hersenen niet meer kan besmetten, heet het een ‘vaccin’, en beschermt het de kinderen voor ziekmakende virusvarianten.

Een voorbeeld dichter in de buurt: een aapje uit Centraal-Afrika, de Sooty mangabey, krijgt geen aids, hoewel het virus zich op grote schaal in zijn lichaam kan verspreiden.

Een vergelijkbaar virus voor mensen hoopt Goudsmit in Amsterdam bij toeval op het spoor te zijn gekomen – hij zocht naar iets heel anders, toen zijn blik viel op het bijzondere geval.

Goudsmit: “Het begon al rond de besmetting, een jaar of vijf, zes geleden: de man kreeg wel antistoffen, maar in zijn bloed zat zo weinig virus dat wij het niet konden vinden. Dat was op zich al gek, maar ik dacht: dit zal wel een lange overlever worden.”

MAAR NA EEN PAAR JAAR veranderde de situatie: het virus begon zich flink te delen, en vanaf dat moment konden in elke milliliter bloed meer dan honderdduizend virusdeeltjes worden aangetroffen. Goudsmit herinnert zich hoe hij naar de gegevens keek: “Dat virus repliceerde als een konijn, dus ik dacht: dan zullen nu zijn afweercellen wel gaan dalen. Maar niks hoor: ze gingen zelfs omhoog. Jezus, dacht ik, dit is een interessant geval. In alle Amsterdamse homomannen die wij volgen, hebben we dit nog nooit gezien.”

Toch is het nog te vroeg om de vondst van een levend aids-vaccin te vieren. Want de grote vraag is, meent Rupert, wie er in dit geval precies bijzonder is: het virus of de patiënt. “Wat ik zou willen weten,” zegt Rupert, “is wat er gebeurt als dit virus bij iemand anders binnenkomt. Zo’n experiment kun je natuurlijk niet doen, maar je kunt wel mensen zoeken die door deze man zijn besmet.”

Dat is precies waar Goudsmit nu mee bezig is – al zal het niet eenvoudig zijn zulke partners te vinden. Zelf verwacht hij daarom meer van andere manieren om de hamvraag op te lossen: naast het virus wordt ook de patiënt in zijn laboratorium genetisch uitgekleed. “Over een jaar zullen we het met zekerheid kunnen zeggen,” aldus de onderzoeker. “Pas dan heb ik al mijn serieuze huiswerk gedaan.”

Ondanks de mogelijke risico’s, en de huiver van veel van zijn collega-onderzoekers, blijft er voor Goudsmit genoeg reden om aan een levend aids-vaccin te werken. “Als over vijf jaar al die andere kandidaat-vaccins nog steeds heel veilig zijn, maar ook nog steeds niet werken, dan konden levende vaccins toch wel eens nodig zijn. We weten zeker dat zo’n vaccin zou werken, maar we vinden het eng. Ik ook hoor, ik vind het ook eng. Maar ik ben voorbereid op het ergste – dat je uiteindelijk niks anders kan.”