Menu Close

Enge virussen niet alleen bij filmmakers

Nieuwe, dodelijke virusziekten blijven niet beperkt tot aids. De frequentie waarmee nieuwe virussen bij mensen opduiken, lijkt zelfs toe te nemen – niet omdat virussen gevaarlijker worden, maar omdat wij zelf gevaarlijker ziekteverwekkers opzoeken.

Het Parool, 8 april 1995, p. 31

IN EEN stal voor dure renpaarden in Brisbane, Australië, stierven dit najaar elf dieren plotseling aan een raadselachtige ziekte. Ook hun trainer en een stalknecht, die ze verzorgden, kregen te kampen met zeer hoge koorts en ernstige ademhalingsproblemen. Het weefsel rond de bloedvaten, zo kon achteraf worden vastgesteld, was gaan samenklonteren. Er vielen gaten in de vaatwanden, waardoor het bloed vrij de longen in kon stromen. De patiënten ‘verdronken in hun eigen bloed,’ zoals de behandelende arts de verschijnselen plastisch omschreef.

Australische gezondheidsautoriteiten reageerden bliksemsnel. Terwijl de paardetrainer op de intensive care vocht voor zijn leven, riepen zij de hoogste staat van alarm uit. Binnen enkele dagen werd in weefsel van overleden paarden het eerste virus aangetroffen. Binnen een week was een test voor antistoffen gefabriceerd. Een maand na de eerste melding werden hiermee 1600 paarden en negentig mensen in de omgeving onderzocht. Niemand bleek met het virus te zijn besmet, zodat de uitbarsting officieel beëindigd werd verklaard. Zo snel als de ziekte was opgekomen, was ze ook weer verdwenen.

Deze week doen de Australische onderzoekers in Science (dl. 268, p. 94) verslag van hun bliksem-speurtocht, die leidde tot de ontdekking van een nieuw virus, dat niet alleen voor paarden, maar ook voor mensen dodelijk is.

De onbekende ziekteverwekker bleek te behoren tot de morbilli-virussen, een virustype waaronder ook de aanstichters van de runderpest en de mazelen vallen. Het mazelen-virus, dat tien eeuwen geleden voor het eerst om zich heen greep, was tot nog toe het enige voor de mens schadelijke morbilli-virus. De nieuwe Australische ziekte is wel een stuk agressiever: van de besmette paarden overleed zeventig procent binnen een paar dagen. Van de twee mensen die besmet raakten, overleed er één.

Dat de ziekte zo snel weer verdween, wil niet zeggen dat ze definitief van de aardbodem is verdwenen. Het is echter nog volstrekt onduidelijk waar het ‘equine morbilli-virus’ vandaan kwam, en waarom het nu pas op paarden en mensen oversprong. Waar en wanneer het volgende geval zich voordoet, is daarom met geen mogelijkheid te voorspellen.

Het hedendaagse voorbeeld van een nieuwe virusziekte onderstreept de serieuze achtergrond van een film als Outbreak. Nieuwe, dodelijke virussen duiken niet alleen op in de gedachten van Hollywood-scenaristen, maar ook in mensen van vlees en bloed.

Pokken

Door zijn hele geschiedenis heen is de mens geconfronteerd geweest met de plotselinge opkomst van nieuwe ziekteverwekkers, zoals mazelen en pokken. In korte tijd eisten die soms tientallen miljoenen slachtoffers.

De indruk bestaat echter dat de frequentie waarmee nieuwe virussen opduiken toeneemt. Dat zou gezichtsbedrog kunnen zijn, omdat we nieuwe virussen steeds beter kunnen opsporen. De oorsprong van nieuwe virussen werd lange tijd gezocht in toevallige veranderingen in hun erfelijk materiaal, die ze gemakkelijker overdraagbaar maakten of aanleiding gaven tot heviger ziekteverschijnselen. Een toename van de kans op zulke toevallige veranderingen ligt niet direct voor de hand.

De laatste jaren groeit echter het vermoeden dat er meer aan de hand is. De oorzaak zou niet zozeer moet worden gezocht in veranderingen in het virus zelf, maar in hun omgeving. Veranderingen in het klimaat, maar ook gedragsveranderingen van de mens, zouden de voorwaarden scheppen voor de plotselinge verbreiding van voorheen zeldzame of geïsoleerde ziekteverwekkers.

Dat het veranderend gedrag van de mens kansen biedt voor ziekteverwekkers wordt dagelijks bewezen. Spoorwegen, autowegen en vliegroutes bieden niet alleen mensen, maar ook bacteriën en virussen de kans zich ongekend snel te verplaatsen. Vluchtelingen-stromen zorgen voor een grote uitwisseling en verspreiding. Het aids-virus ontsnapte waarschijnlijk uit het oerwoud van Afrika dankzij prostitutie langs de weg naar de kust, en belandde per vliegtuig in een circuit van promiscue homoseksuele mannen in de Verenigde Staten.

Een van de eerste goed gedocumenteerde gevallen van een virus-ontsnapping dateert uit de jaren vijftig, toen in Brazilië dwars door het Amazone-oerwoud een weg werd aangelegd die de nieuwe hoofdstad, Brasilia, met de kustplaats Belém verbond. Al snel na de aanleg van de weg vonden artsen in het bloed van wegarbeiders sporen van allerlei onbekende virussen of virussen die tot dan toe alleen in dieren bekend waren. In Belém stond toevallig een virus-laboratorium van de Rockefeller Foundation, speciaal ingericht om onbekende virussen op te sporen, zodat de ontwikkeling goed kon worden gevolgd.

Na verloop van enkele jaren had één van de virussen succes: in 1961 veroorzaakte hij in Belém een griep-achtige epidemie onder elfduizend inwoners. In 1980 werd opgehelderd hoe het virus de weg naar de mens had gevonden: het werd aangetroffen in muggen die, dankzij afvalbergen van cacao-plantages in de nieuw ontgonnen gebieden, een explosieve groei hadden doorgemaakt. Met hun beet brachten ze het virus over.

Uitbraken van ziekten die afschuwelijke symptomen en een snelle dood veroorzaken, spreken natuurlijk meer tot de verbeelding.

Het Marburg-virus, bijvoorbeeld, dook in 1967 op in de Duitse plaats Marburg. Een vaccinfabriek liet een aantal apen uit Oeganda overkomen. Eenendertig medewerkers van de fabriek kregen hoofdpijn en hevige koorts, en begonnen uit alle lichaamsopeningen te bloeden. Zeven mensen stierven binnen enkele dagen. De oorzaak: een onbekend, draadvormig virus, kennelijk meegevoerd door de apen. In 1980 en 1987 maakte het Marburg-virus nog twee slachtoffers – beide hadden zich kort tevoren in een grot in het oerwoud van Kenia gewaagd. Vermoedelijk leidt het virus daar, in een andere gastheer, een onopvallend bestaan.

Het Ebola-virus, dat lijkt op het Marburg-virus en zo mogelijk nog huiveringwekkender is, dook in 1976 op in Soedan. Twee derde van de vijfhonderd besmette personen stierf een akelige dood. Enkele maanden later was er een kleine uitbarsting in Zaïre, waar het leger eraan te pas kwam om ziekenhuizen van de buitenwereld af te schermen. In 1989 brak in een Amerikaans apenhuis bij Washington een dodelijke ziekte uit die werd veroorzaakt door een Ebola-variant. Anders dan dé vorige verspreidde dit type zich, via speekseldeeltjes, door de lucht en zelfs de airconditioning. Het virus bleek echter ongevaarlijk voor mensen. Uit voorzorg werden alle apen afgemaakt en het apenhuis van onder tot boven gesteriliseerd.

Nog in mei 1993 ontstond in de VS onrust onder indianen, toen in korte tijd tientallen jonge mensen aan een raadselachtige longziekte overleden. Drie weken na het eerste geval leidde het spoor naar een nieuw virus, behorend tot de Hanta-virussen, normaal alleen aanwezig in knaagdieren. Volgens ‘de jongste theorie lag een explosieve groei van de muizenpopulatie aan de basis van de kleine epidemie. Door uitzonderlijk veel regen in de voorgaande jaren waren de landbouw-oogsten rijk geweest.

Hoewel een gebeurtenis als die in Outbreak – een nieuw dodelijk virus dat zich via de lucht verspreidt – niet kan worden uitgesloten, stellen epidemiologische theorieën gelukkig enigszins gerust. Een virus, zo leert de theorie, heeft er geen baat bij wanneer zijn gastheer snel dood gaat of aan bed gekluisterd raakt. De contacten met andere potentiële gastheren komen dan immers tot stilstand, en dus ook de epidemie. De korte duur van de uitbraken van de Marburg-, Ebola-, Hanta- en EM-virussen zou hiermee te maken kunnen hebben. Het succes van HIV, het enige nieuwe, dodelijke virus dat wereldwijd oprukt, is juist te danken aan het feit dat de gastheer jarenlang gezond en seksueel actief blijft.

Reden voor onbezorgdheid is dit nog niet. Een virus dat voor zijn verspreiding gebruik kan maken van ‘vectoren’ – muggen, bijvoorbeeld, of vervuild drinkwater – kunnen een hoge besmettelijkheid wel degelijk combineren met ernstige symptomen. Het risico op een outbreak van een nieuw virus is dus zeker aanwezig. Maar vooralsnog is de kans op het oplopen van een bestaand virus vele, vele malen groter.

Related Posts