(I.c.m. Luuk Hajema)
Homosexualiteit bij Vindicat
“Maandblad voor de onbekende homo.” Dat is de ondertitel van het laatste nummer van Gollem, het onafhankelijk orgaan van het Groninger Studentencorps. Voor één keer is de Gollem gedrukt op roze papier.
In het colofon staat Seth Gaaikema als “beschermheer” genoemd. Gaaikema is één van de drie leden of oud-leden van Vindicat waarvan bekend is dat hun sexuele voorkeur uitgaat naar leden van hetzelfde geslacht.Een gemengde afvaardiging van de UK bezocht het sociëteitspand Mutua Fides en sprak daar over het thema homosexualiteit op Vindicat.
Als we al een hele tijd aan het praten zijn merken wij op dat onze gesprekspartners het consequent over homofilie en homofielen hebben. Behalve in EO-kringen gebeurt dat vandaag de dag nauwelijks meer. Natuurlijk is de vraag welke naam je het beestje geeft niet van groot belang. Maar het doet toch het vermoeden rijzen dat Vindicat een soort eilandje is in een maatschappij waarin tegenwoordig de woorden homosexualiteit en homo algemeen gangbaar zijn.
Rector Chris Vogelzang moet daar om lachen: “Is dat zo? Dat wist ik helemaal niet. Maar ik word hier ook rector genoemd en geen voorzitter. Terwijl het baantje er niet anders door wordt.”
Oud-rector Hein Visser is één van de twee huidige leden die geen geheim maken van hun homosexualiteit. De enige ook die er voor voelde de UK te woord te staan. Ook Hein gebruikt het woord homofiel.
*Ik denk dat ik wat dat betreft initiator ben. Flikkers en nichten, dat vind ik geen plezierige termen. Homo is zo, eh… half, en bij homosexueel ligt het accent zo op het sexuele.
Ik heb er verder geen reden voor … Nee. Misschien is het omdat anderen vaak zo moeilijk doen.
Zo van: heb je het al gehoord, die is ook zó…. Dan zeg ik: oh, je bedoelt dat-ie homofiel is! Doordat ik homofiel zeg, hebben de anderen het denk ik overgenomen.”
Bijlage
Vanwaar een roze Gollem en vanwaar een gesprek met de UK? In de zomer van ’85 publiceerden enkele leden en oud-leden van Albertus Magnus het blad De Bijlage, waarin zij een poging deden binnen Albertus het gesprek over homosexualiteit op gang te brengen.
In De Bijlage werd melding gemaakt van een incident met Vindicat. De organisatoren van de Roze Zaterdag, een landelijke homo-manifestatie, zouden bij Vindicat zijn afgepoeierd toen zij vroegen om gebruik te mogen maken van de voormalige mensa van Mutua Fides. Het idee bestond dat de weigering alles te maken had met het feit dat het een stel homo’s waren die de ruimte wilden huren.
Chris Vogelzang wil dat idee voorgoed de wereld uithelpen: “Dat was echt niet zo, ook al zouden veel mensen dat misschien graag horen. De kwestie is uitvoerig besproken in de corpsvergadering en er is ook contact opgenomen met het COC. Het was absoluut een misverstand.”
Het bericht in De Bijlage was er wèl de aanleiding voor dat de senaat van Vindicat contact opnam met de redactie van dat blad. Want ook bij Vindicat groeide de behoefte om het taboe op homosexualiteit te doorbreken. Afgesproken werd dat de redactie voor een tweede Bijlage zou worden uitgebreid met twee leden van het corps; zoals gezegd de enige twee waarvan bekend was dat ze homo zijn. Na verloop van tijd haakten zij echter af.
Eén van hun beweegredenen was dat ze geen trek hadden in al te veel publiciteit. Per slot van rekening stond het gegeven dat zij binnen Vindicat als enige homo’s bekend zijn sowieso al garant voor de nodige extra aandacht. Om die reden voelde één van hen er ook niet voor om de UK te woord te staan.
Maar het was niet de enige reden voor het voortijdige afscheid van De Bijlage.
Hein Visser: “Toen wij bij de Bijlage kwamen, werden we geconfronteerd met een redactie die al volop draaide. Het was voor ons tweeën moeilijk om een gelijkwaardige inbreng te hebben.”
Chris Vogelzang: ’’Als senaat hadden wij ook het gevoel dat de bijlage niet zo herkenbaar zou zijn voor onze leden. Iedere Vindicater leest Gollem. Dat vertegenwoordigt meer de stijl van de vereniging. Op die manier zou het beter overkomen.”
Dat wordt bevestigd door Maarten Krips, redacteur van Gollem: ’’Ik heb er zeer positieve reacties op gehad. Misschien is dit wel leuk om te vertellen: ik hoorde op een feestje dat een eerstejaars in zijn jaarclub durfde te vertellen dat hij homo is toen hij de roze Gollem had gelezen.”
Homovijandig?
Dat bevestigt alleen maar de gedachte dat homosexualiteit op Vindicat een zaak is waar je hooguit in kleine kring, maar het liefst helemaal niet over praat.
Het spreekt boekdelen, dat er bij Vindicat niet meer dan twee homo’s bekend zijn, ook al moeten we dat aantal volgens Maarten met een flinke schep zout nemen. Vindicat telt in totaal ongeveer 2000 leden.
Is het zo dat homo’s het wel uit hun hoofd laten om lid te worden, met andere woorden, dat het klimaat bij Vindicat zodanig is dat homo’s zich er niet thuis voelen? Iemand van het COC suggereert in de roze Gollem dat dat inderdaad wel eens zo kan zijn.
Maar volgens pro-rector Jacqueline Hoogerbruggen valt dat wel mee: ’’Er heerst bij ons zeker geen homo-vijandige Sfeer.”’ Chris: “Het probleem komt er op neer dat homofilie wel bespreekbaar is, maar dat er erg weinig over wordt gesproken.”
Hein Visser verhaalt in de roze Gollem van zijn ervaringen in het eerste jaar. Tijdens de introductie gebeurde het regelmatig dat mensen voor homofiel werden uitgescholden.
Aanvankelijk voelde hij zich persoonlijk aangesproken, maar na enige tijd ontdekte hij dat de ouderejaars het woord homofiel bezigen zonder daar verder iets mee te bedoelen. ‘Gewoon’ een scheldwoord dus, net als klootzak, of klerelijer.
Hein: “Het blijkt dat mensen meestal geen idee hebben wat ze uitkramen. Als je ernaar vraagt lopen ze meestal hoogrood aan. Ze schrikken zich rot. Het is een ingeburgerd woord. Je kunt er natuurlijk doodgewoon geen aandacht aan besteden. Maar je kunt ook zeggen tegen iemand die je uitscheldt voor homofiel: het irriteert mij een beetje wat je daar zegt. Dan blijkt dat het niet tegen jou is gericht.”
Toen Hein Visser in 1983 rector werd, werd er op Vindicat voor het eerst min of meer openlijk over homosexualiteit gepraat. Want al liep Hein er niet mee te koop, een geheim was het evenmin. Maar zodra de nieuwigheid eraf was, werd de gedachtenwisseling gesloten.
Jacqueline: “Het is een beetje een spiraal. Als maar zo’n kleine minderheid er voor uit durft te komen, is de stap heel groot om dat zelf ook te doen.”
Chris: ’’Het gaat gewoon niet zo hard hier. Maar door de roze Gollem en door een artikel in de UK hopen we iets op gang te brengen.”
