Menu Close

Vogeltje herkent buren van de vorige vakantie

DE GEMIDDELDE BEWONER van een stadse torenflat kent het gevoel maar al te goed: de onbekende heer die de lift op dezelfde etage verlaat, blijkt pas een buurman te zijn wanneer hij de sleutel in de naastgelegen voordeur steekt. Buren worden eerder herkend aan het geluid van hun piano of echtelijke ruzies.

De vraag is, hoe ver deze vorm van herkenning gaat. Zou de gemiddelde flatbewoner, nadat het naastgelegen appartement acht maanden aan anderen is verhuurd, aan de vertrouwde geluiden kunnen horen dat de oude buren weer op hun stek zijn teruggekeerd?

Sociale contacten

Mensen hebben over het algemeen een goed geheugen voor sociale contacten. Ze herkennen kennissen van jaren geleden aan hun gezicht of zelfs aan hun stem. Bij dieren was een dergelijk geheugen tot vorige week niet aangetoond. Weliswaar houden sommige diersoorten het vele jaren met dezelfde partner, maar daarbij wordt op het lange-termijn-geheugen voor sociale contacten doorgaans geen groot beroep gedaan.

Een Amerikaanse bioloog heeft echter, blijkens een verslag in het Britse wetenschappelijke tijdschrift Nature, voor het eerst aangetoond dat het geheugen bij dieren een grote rol kan spelen in het contact met soortgenoten. Hij ontdekte dat een zangvogeltje, de geelmaskerzanger Wilsonia citrina, in staat is na acht maanden afwezigheid zijn oude buren te herkennen aan hun favoriete lied.

De onderzoeker, R. Godard, bestudeerde gedurende enkele jaren een zeventiental mannetjes van de geelmaskerzanger. Hij deed dat niet binnen de muren van een laboratorium, maar in de eigen omgeving van de dieren: een natuurreservaat in de Amerikaanse staat North Carolina.

Hij registreerde het uitgebreide zangrepertoire, bestaande uit regelmatig herhaalde hoge fluitjes, van elk van de vogels. De dieren gebruiken hun gezang in het voorjaar om de grenzen van hun territorium duidelijk af te bakenen. Een indringer die hoog van de toren blaast, wordt door de rechtmatige bewoner luidkeels op zijn plaats gezet.

Om te beginnen toonde Godard aan, dat de vogels na verloop van tijd wisten welke soortgenoten in de aanpalende territoria thuishoorden. Daartoe bracht hij eerst de gebiedjes van twaalf mannetjes in kaart, tezamen met die van twee van hun directe buurlui.

Door middel van een eenvoudig experiment onderzocht hij of de vogels hun buren konden herkennen. Daarbij ging hij ervan uit, dat een vogel nauwelijks hoeft te reageren op het geluid van een buurman, wanneer dat uit de richting van diens eigen territorium komt. Wanneer de linkerbuurman echter plotseling zingt in het grensgebied met de rechterbuurman, zou dat kunnen worden opgevat als een brutale poging zijn territorium drastisch uit te breiden. Een dergelijke vorm van agressie zou een heftige reactie moeten uitlokken.

Bandrecorder

Godard nam de zang van de wederzijdse buren van twaalf vogels op de band op. Zijn theorie bleek juist: wanneer de band van de linkerbuurman nabij diens eigen gebied werd afgespeeld, klonk slechts een zwakke reactie. Zodra de luidspreker echter bij het territorium van de rechterbuurman werd geplaatst, begon de belaagde vogel driftig op en neer te vliegen, kennelijk op zoek naar de indringer. De conclusie was duidelijk: het mannetje van de geelmaskerzanger leert uit de zang van zijn buren welke soortgenoot in welk nabij territorium thuishoort.

De vraag in hoeverre de opgedane kennis voor langere tijd werd bewaard, was daarmee echter nog niet beantwoord. Godard besloot daarom het experiment een jaar later te herhalen.

Na vier maanden in het reservaat te hebben gebivakkeerd, waren alle vogeltjes voor de rest van het jaar naar warmer streken in Midden-Amerika vertrokken. Op grond van eerder onderzoek nam de onderzoeker aan dat de vogels de lange reis niet in gezelschap van hun buren maken. Omdat bovendien nog nooit iemand een geelmaskerzanger gedurende de winterperiode op het zingen van een lied heeft kunnen betrappen, lijkt de veronderstelling gerechtvaardigd dat de vogels gedurende die acht maanden geen kans krijgen hun kennis te oefenen.

Van de twaalf onderzochte vogels keerden na afloop van het winterseizoen vijf terug op hun oude territorium in North Carolina. Nog op de dag van hun aankomst confronteerde Godard de zangers met de zorgvuldig bewaarde geluidsopnamen van hun buren uit het voorafgaande jaar.

Volgens de onderzoeker konden er op dat moment maar twee dingen gebeuren. Wanneer de vogels alleen de grenzen van hun vertrouwde territorium hadden onthouden, maar niet de identiteit van hun vroegere buren, zou het niet uitmaken of het gekwetter van de oude linkerbuurman nu links of rechts werd afgespeeld. Maar wanneer de vogels zich niet alleen hun territorium, maar ook de zang van hun buren zouden herinneren, zouden de resultaten van het experiment gelijk moeten zijn aan die van het jaar daarvoor.

Verschrikt

Het laatste bleek het geval. Ook na acht maanden afwezigheid reageerden de vogels verschrikt op de zang van de linkerbuurman wanneer dat rechts werd afgespeeld, en rustig wanneer de luidspreker aan de linkerkant werd geplaatst.

Het experiment van Godard betekent een steun in de rug voor wetenschappers die beweren dat sociaal gedrag bij dieren op meer berust dan alleen gewenning aan de onmiddellijke omgeving: informatie over de identiteit van en de sociale relatie met een soortgenoot kan kennelijk apart worden opgeslagen in het lange-termijngeheugen. Daarmee krijgt de studie naar de totstandkoming van ingewikkelde sociale structuren in dierlijke populaties een nieuwe dimensie.

Vanuit het oogpunt van de evolutie is het verschijnsel overigens goed te verklaren. Het afbakenen van een territorium gaat gepaard met vele confrontaties met naburige soortgenoten. Dat kost veel tijd en energie, die beter besteed kan worden aan het vinden van een goede partner. Vogels die niet alleen hun oude territorium terugvinden, maar ook hun oude buren niet zijn vergeten, kunnen na terugkeer uit het overwinteringsgebied in het voorjaar de draad direct weer oppakken.

Natuurlijk is er ook een eenvoudiger verklaring denkbaar. Geelmaskerzangers willen in de zomermaanden ontsnappen aan de winterse sleur van de flatbewoner. Eens per jaar leggen zii daarom een grote afstand af, op zoek naar hun oude vertrouwde caravan. En direct na aankomst doen ze niets liever dan, hangend over de haag, even bij te kletsen met de buurman van vorig jaar.