Menu Close

Trillend op vakantie

Na zeven jaar meten en vergaderen hebben geologen een wereldkaart getekend waarop de kans op hevige aardbevingen kan worden afgelezen. Naast het weerbericht kan nu ook de schokvoorspelling in de keus voor een vakantiebestemming worden betrokken.

HET WESTEN van Turkije was de laatste maanden toch al wat gezakt in de belangstelling. En ook de Zwarte Zee was al niet zo populair. Maar wie de schok-kaart van Europa tot zich door laat dringen, en van de gedachte aan een aardbeving al panisch wordt, zal voorlopig ook de rest van de Balkan aan zich voorbij laten gaan. Een donkerrode en -oranje gloed trekt over de regio, symbool voor een gerede kans op zware bevingschade.

Na meer dan zes jaar werk van meer dan vijfhonderd seismologen en geologen werd deze week, tijdens een congres van de Amerikaanse Geofysische Vereniging in San Francisco, een nieuwe wereldkaart gepresenteerd. De kaart toont voor het eerst voor elke plek op aarde hoe groot de kans is dat je er de komende vijftig jaar door een beving wordt getroffen, en werd samengesteld in het kader van het Global Seismic Hazard Assessment Program, gecoördineerd door de Zwitserse seismologische dienst in Zürich.

Het resultaat kan gebruikt worden door verzekeringsmaatschappijen, om van land tot land hun premies vast te stellen. Ingenieurs kunnen ermee bepalen hoe stijl taluds mogen zijn. Regeringen kunnen de kaart gebruiken voor hun rampenplannen, of om te bepalen of een streek bij nader inzien wel geschikt is om nucleair afval te begraven. Bovendien kan het helpen om voorschriften op te stellen voor de veiligheid van gebouwen. Want aan een aardbeving zelf is nog maar zelden iemand doodgegaan — slachtoffers vallen doordat huizen, viaducten en kantoren niet op de schok zijn voorbereid. Voor sommige gebieden was het risico op een aardbeving nog niet eerder systematisch vastgesteld.

Het nieuwe van de kaart is vooral dat hij vooruit, in plaats van achteruit kijkt: in elke bestaande atlas is wel een kaart te vinden die aardbevingen uit de afgelopen eeuw in beeld brengt. Daaruit komen op zich zonneklaar de gevaarlijkste gebieden naar voren: de randen van tektonische platen, die tergend langzaam tegen elkaar op, onder elkaar door of langs elkaar heen schuiven — niet in een vloeiende beweging, maar met ‘kleine’ schokjes die desastreuze gevolgen kunnen hebben. Maar die historische kaarten tonen niet de plaatsen waar het de laatste tijd rustig is geweest, maar waar onder de grond de opgebouwde spanning klaar staat om zich te ontladen.

Een ander verschil is dat bestaande kaarten zich doorgaans beperken tot de sterkte van de schok — een maat die strikt genomen weinig zegt over de kans op structurele schade. Die hangt samen met een hele rij andere factoren: beeft de aarde vlak onder het oppervlak, of tientallen kilometers diep onder de grond? Bestaat de bodem ter plaatse uit harde rotsen, die trillingen over grote afstanden verplaatsen? Of is de bodem zacht, van zand of klei, waardoor de hevigste schokken worden geabsorbeerd?

Alles bij elkaar bepaalt de gevolgen van een schok van bijvoorbeeld 5.8 op de schaal van Richter: een paar omgevallen schoorstenen, zoals in 1992 in Roermond? Honderdvijftig doden en vijftigduizend daklozen, zoals eerder dit jaar in Athene? Of twaalfduizend doden, zoals in 1960 in Agadir, Marokko?

Op de nieuwe kaart is de kans op een ramp uitgedrukt als een horizontale versnelling. Het zijn vooral de snelle horizontale bewegingen van de bodem die huizen van hun fundamenten laten schuiven, en flatgebouwen als kaartenhuizen in elkaar doen zakken.

Zware schade ontstaat bij versnellingen boven de vijf meter per seconde in het kwadraat, te vergelijken met de helft van de zwaartekracht. Wanneer een gebouw door zo’n beving wordt getroffen, is het alsof het heel even op zijn kant wordt gehouden en de helft van zijn eigen gewicht moet weerstaan. Weinig huizenbouwers hebben bij de constructie met die merkwaardige positie rekening gehouden.

Elders op de wereld zijn het vooral Californië, Hawaï, IJsland, en Taiwan die de komende vijftig jaar serieus met zo’n catastrofale beving rekening moeten houden — volgens de berekening loopt een huis er in die periode tien procent kans een halve zijwaartse zwaartekracht te moeten verdragen.

In Europa is het met name Turkije dat op zulke verwoestende trillingen moet blijven rekenen. Maar ook Roemenië valt in de hoogste categorie, en in Algerije, Kroatië, Bosnië-Herzegovina, Griekenland, Macedonië en Bulgarije komen nog altijd waarden voor tussen de drie en vier m/s2.

Een cruciale grens ligt bij de één m/s2, oftewel een tiende van de zwaartekracht. Krachten die daaronder blijven, zullen doorgaans ook oude en zwakker uitgevoerde huizen laten staan.

Op het zuiden van Limburg na blijft Nederland een zeer stabiele omgeving — tot 2050 heeft het grootste deel van het land een kans van tien procent om een horizontale versnelling van een veertigste van de zwaartekracht te overschrijden. Dat is ongeveer even explosief als een wandelaar die er vijf seconden over doet om van zijn plaats te komen.

Daartegenover staat dat ongeveer 15 procent van het aardoppervlak de komende vijftig jaar een ‘hoog tot zeer hoog’ risico op zware schade loopt. De helft van alle wereldsteden, met inwoneraantallen boven de drie miljoen, valt binnen die categorie.