Menu Close

Tweefasenstructuur niet mislukt .… of toch wel?

Enkele weken terug kwam een onderzoeksrapport uit over het succes van de invoering van de Tweefasenstructuur. Belangrijkste conclusies, breed uitgemeten in de media: de nieuwe structuur is mislukt, want het wetenschappelijk gehalte van de opleiding is verminderd, en het studierendement is achteruit gegaan.

In AD VALVAS plaatst onderwijsresearch-medewerker Wim van Os echter grote vraagtekens bij de grondigheid van het onderzoek. “De reikwijdte van de uitspraken over het functioneren van de Wet staan niet in verhouding tot de aanzienlijke beperkingen van het onderzoek in termen van het aantal onderzochte studierichtingen en ondervraagde personen”, betoogt hij, met gevoel voor understatement. De onderzoekers hebben slechts twee handjes vol studierichtingen onder de loupe genomen, en zijn volgens Van Os “volstrekt voorbijgegaan aan een heel praktisch, maar niet minder wezenlijk probleem, te weten de representativiteit van de onderzochte studierichtingen”. En het oordeel over wetenschappelijk gehalte van de opleiding is gebaseerd op een beperkt aantal ondervraagde studierichtingen en wetenschappers.

“Het blijft ontoelaatbaar berekeningen over een paar studies te generaliseren naar clusters, instellingen of de Wet Tweefasenstructuur in zijn totaliteit”, stelt Van Os, en concludeert zelf: “Voor somberheid en paniek lijkt het me zeker nog te vroeg.”

Van Os staat overigens niet alleen in zijn kritiek. Ook dr. R.J. in ’t Veld, ‘onderkoning’ voor minister Deetman over het Hoger Onderwijs, liet vorige week weten het niet eens te zijn met de conclusies van de onderzoekers. ’’Tussen de dertig en veertig procent van de universitaire afgestudeerden kan terecht in een tweede fase-opleiding’’, tekende NRC HANDELSBLAD uit zijn mond op. De onderzoekers hadden volgens hem ten onrechte in hun berekeningen gewerkt met een dubbele lichting afgestudeerden, waardoor ze op het veel lagere getal van 19 procent waren uitgekomen. ’’Het is dus niet juist om van een mislukking te spreken’’, aldus In ’t Veld.

Ook andere berekeningen rond de Tweefasenstructuur, en dan met name die rond de instelling van de Assistent in Opleiding (Aro), lijken voor meerdere interpretaties vatbaar. Zeventig procent van de AIOplaatsen blijkt na een half jaar bezet te zijn, werd onlangs gemeld.

Voor sommigen is dat reden om te concluderen dat geluiden als zouden studenten geen AIO willen worden onjuist zijn. Toch zou voor hetzelfde geld opgemerkt kunnen worden dat van de schaarse 862 plaatsen in de tweede fase maar liefst dertig procent onbezet is gebleven. En dat zou reden genoeg kunnen zijn om wel degelijk van een mislukking te spreken.