Menu Close

Studeren: een hachelijke onderneming

Studeren is investeren in je toekomst, luidt het cliché. Maar is dat nog wel zo? Verhoogt een jarenlange studie in het hoger onderwijs de kansen op een baan? Wordt die baan dan ook beter betaald? Wegen uiteindelijk alle kosten nog op tegen de baten? De jongste cijfers en inzichten bevestigen de oude wijsheid — nog wel.

EEN FLITSENDE carrière – dat is volgens de heersende opinie wat de moderne eerstejaars student van zijn toekomstige inspanningen verwacht. Zakelijke studierichtingen met goede perspectieven zijn dus favoriet, en iedereen haast zich om de eindstreep zo snel mogelijk te halen. Het doel: op jonge leeftijd beginnen met een lucratieve loopbaan, die zo snel mogelijk veel geld in het laadje brengt.

De eerste aannames in dit stereotype beeld blijken al snel op gespannen voet te staan met de waarheid. Natuurlijk, vakken als economie, bedrijfseconomie, milieurecht en allerlei vage management-opleidingen trekken buitensporig veel nieuwelingen. Maar tegelijk is ook bij taalwetenschappen, sociologie en psychologie de aanwas indrukwekkend – terwijl de beroepsvooruitzichten ten daar zacht gezegd niet optimaal zijn.

Van het voornemen om de studie snel en efficiënt af te ronden, blijft na enige tijd bovendien weinig over, blijkt uit onderzoek van onder meer het Amsterdamse SCO-Kohnstamm Instituut. ‘De interactie tussen de student en zijn studieomgeving is een belemmerende factor voor het studeren,’ heet het fraai in het deze zomer uitgekomen rapport Verder Studeren. Anders gezegd: eenmaal ondergedompeld in het warme bad van het studentenleven, vergeten eerstejaars al snel hun goede voornemens. De harde cijfers geven het aan: ondanks alle studieduur-beperkende maatregelen van de laatste jaren blijft de gemiddelde student vijfeneenhalf jaar doen over een vierjarige studie.

De SCO-studie voegt daar nog wel een pikant detail aan toe: gegevens van de 750 gevolgde eerstejaars studenten leren dat, hoe rijker hun ouders zijn, des te minder hard ze werken.

De vraag die resteert: heeft al dat zwoegen in de collegezaal wel zin, voor wie een goede baan en grote rijkdom de hoogste doelen op aarde zijn?

Volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren er in 1992 ruim driehonderdduizend geregistreerde werklozen in Nederland. Van hen had negen procent een diploma van het hoger beroepsonderwijs (hbo) en vijf procent van een universiteit – samen veertien procent. Van de gehele beroepsbevolking, zo luiden de schattingen, maken hoger opgeleiden inmiddels meer dan twintig procent uit. Daaruit volgt, dat een hogere opleiding inderdaad de kans op werkloosheid lijkt te verlagen

Een meer directe manier om te onderzoeken of een hogere opleiding de kans op een baan vergroot, is te onderzoeken hoe lang schoolverlaters rondlopen voordat ze werk hebben gevonden.

Met een hoge opleiding is een baan zeker niet sneller gevonden, zo berekende het CBS. Neem een gemiddeld 18-jarig autochtoon meisje met een havo-diploma, zonder partner en woonachtig in het westen. Zij vindt gemiddeld na 3,9 maanden een baan. Wanneer zij op haar 24ste een heao-diploma heeft gehaald in een economische richting, duurt het al 5,4 maanden. Een 25-jarige vrouw met een doctoraal economie doet er zelfs 7,3 maanden over.

Natuurlijk spelen er ook andere dingen mee bij het vinden van een baan. Betreft het een man, dan gaat het bijvoorbeeld al wat sneller. Daarentegen duurt het bij een allochtoon weer wat langer, evenals bij mensen die buiten de Randstad wonen.

Ook de studierichting is van grote invloed. In het hbo moet een afgestudeerde met een sociaal-culturele opleiding twee keer zo veel geduld hebben als de heao-student. In het wetenschappelijk onderwijs zijn de verschillen nog veel groter. Een psycholoog moet twee keer zo lang zoeken als een econoom, iemand met een talen- of geschiedenisbul vier keer zo lang, en een afgestudeerde socioloog wacht acht keer zo lang – al gauw vele jaren – op een passende betrekking.

Partner

Uiterst belangrijk bij het vinden van een baan is ten slotte het hebben van een partner. Volgens het CBS kan de zoektijd met bijna de helft worden bekort door een levensgezel aan te trekken. Toegepast op onze vraagstelling, kan dus worden geconcludeerd dat een havo-gediplomeerde beter een partner kan nemen dan een hbo-opleiding volgen, als het erom gaat niet te lang werkloos te blijven. Verdient een hoger opgeleide meer? Alweer geven CBS-cijfers daarop een duidelijk antwoord: ja. Direct na de studie, in de leeftijdscategorie van 25 tot 30 jaar, is de winst nog gering. Ten opzichte van werknemers met alleen een havo- of vwo-diploma verdienen afgestudeerde hbo’ers per uur ongeveer tien procent meer. Een universitaire bul is daarbovenop

dan nog eens vijf procent waard.

In de loop van de carrière treedt een interessant verschijnsel op: waar hbo’ers niet verder uitlopen op de ‘gewone’ havist, neemt de academicus een steeds grotere voorsprong. Tegen de tijd dat hij vijftig is, verdiende hij in 1989 maar liefst veertig procent meer dan de vwo’er zonder bul.

Die luxepositie wordt overigens wel uitgehold. Tussen 1985 en 1989, constateerde het CBS, liep de ‘winst’ van de academicus terug van vijftig naar veertig procent. Hbo’ers verbeterden hun positie juist een klein beetje.

Ook hier geldt dat andere persoonskenmerken hun partij meeblazen. Voltijdwerk, bijvoorbeeld, wordt — per uur! — 25 procent beter betaald dan deeltijdwerk. De overheid is, vooral voor hbo’ers, iets minder genereus dan het bedrijfsleven. En: voor vrouwen lijkt een geslachtsverandering een goede investering. Een vrouw verdient gemiddeld vijftien procent minder dan een even oude man met hetzelfde opleidingsniveau en dezelfde soort voltijdsfunctie in dezelfde sector.

Bij de interpretatie van deze cijfers is een waarschuwing op zijn plaats. Hoe weten wij immers, dat het zijn universitaire studie is die ervoor zorgt dat de doctorandus meer loon krijgt dan de hbo’er? Inderdaad is er onderzoek bekend waaruit bleek dat niet de gevolgde opleiding, maar de intellectuele capaciteiten van de werknemer bepalend zijn voor de beloning. Voor de individuele student heeft het in die gedachte dus geen enkele zin om vijfjaar collegegeld te betalen – tenzij de baan die hij zoekt nu eenmaal om dat papiertje vraagt.

Staatsobligatie

Om te bepalen of het volgen van een hogere opleiding, zuiver economisch gezien, een verstandige investering is, hebben onderzoekers wel eens geprobeerd alle kosten en opbrengsten uit een mensenleven tegen elkaar af te zetten. Op weg naar het doel – het verzamelen van zoveel mogelijk geld – bestaan er dan twee extreme strategieën. De eerste: zo snel mogelijk aan het werk, en het zuur verdiende geld omzetten in staatsobligaties met een gegarandeerd rendement van 8 procent. Mogelijkheid twee: jarenlang inkomen mislopen, collegegeld betalen, leningen afsluiten, maar doorgaan tot het hogere diploma, teneinde veertig jaar een hoger salaris te incasseren.

Vooralsnog komen de sommen in het voordeel van de laatste strategie uit: een hbo’er behaalt in zijn leven een financieel rendement van 9 procent, een doctorandus zelfs 13 procent.

Of dit economische gedachtenexperiment in het voordeel van langdurig onderwijs blijft uitkomen valt te betwijfelen. Want, zo schrijven onderwijssociologen Ben Wilbrink en Jaap Dronkers in hun recente onderzoeksrapport Dilemma’s bij de deelname aan het hoger onderwijs, de rekenaars baseren zich op het inkomen dat hoger opgeleiden nú ontvangen. In werkelijkheid is natuurlijk het inkomen dat ze in de toekomst zullen ontvangen bepalend. En omdat tegenwoordig bijna elke havist of vwo’er besluit door te studeren, kon de winst wel eens aanzienlijk lager uitvallen. Bovendien zullen de kosten almaar toenemen – door al die honderdduizenden studenten is er per student steeds minder overheidssubsidie – basisbeurs – beschikbaar.

Het lijkt erop dat ook het laatste vooroordeel, als zou de moderne student alleen op rijkdom uit zijn, binnenkort op de schroothoop kan. Wanneer ze desondanks door de poorten van universiteit en hogeschool blijven toestromen, zal nog maar een mogelijke conclusie resten: studeren is gewoon leuk.