Menu Close

Torenhoge studieschuld lijkt niet aannemelijk

Vandaag gaan in Den Haag duizenden studenten de straat op om te protesteren tegen de door minister Ritzen van onderwijs aangekondigde bezuinigingen op de studiefinanciering. Door een verlaging van de basisbeurs zouden de studieschulden tot onaanvaardbare hoogte stijgen — actievoerders noemen bedragen tot 240.000 gulden. Zijn de protesten terecht?

“Toen minister Ritzen enkele weken geleden in een uitpuilende zaal van de Universiteit van Amsterdam aan studenten vroeg wie een studieschuld van meer dan twintigduizend gulden had, stak slechts een enkeling zijn vinger op. De triomfantelijke minister werd onthaald op boegeroep — zijn vraag was immers demagogisch, want de meeste aanwezigen waren nog lang niet afgestudeerd.

Ritzen was juist verontwaardigd over suggesties dat zijn plan zou leiden tot studieschulden van ‘150.000 tot 240.000 gulden’, zodat afgestudeerden een eigen huis wel kunnen vergeten. ‘Flauwekul’, aldus Ritzen.

Dat roept een dringende vraag op: wat zijn de gevolgen van de aangekondigde bezuinigingen?

Voorop moet staan dat Ritzen nog geen details over zijn plannen naar buiten heeft gebracht. Slechts enkele hoofdlijnen staan vast: voor kinderen van ouders uit de laagste inkomensgroepen verandert er niets; in welvarender gezinnen kunnen kinderen straks kiezen uit meer geld van de ouders of meer lenen; de huidige afbetalingsregeling, die voorkomt dat afgestudeerden met lage inkomens maandelijks grote bedragen moeten aflossen, blijft ‘onverkort’ van kracht.

Hoeveel kinderen uit welvarende gezinnen na 1998 aan basisbeurs moeten inleveren is nog niet bekend. Wel heeft Ritzen zelf in rekenvoorbeelden een da- ling van tweeduizend gulden per jaar genoemd. In dat geval zou er van de 563 gulden per maand van nu nog ongeveer vierhonderd gulden overblijven.

Hoe hoog zijn de studieschulden die straks worden opgebouwd, en welke gevolgen heeft dat voor het latere inkomen?

In extreme gevallen kan de studieschuld straks inderdaad hoog oplopen. Wie vlak voor zijn 27-ste verjaardag begint met een zesjarige studie, en al die tijd het maximale bedrag — 1086 gulden per maand — leent, sluit zijn studietijd (uitgaande van het huidige rentepercentage van 9,5) af met een schuld van 104.000 gulden. Na twee jaar adempauze moet hij die schuld in vijftien jaar aflossen, wat per maand neerkomt op ruim 1300 gulden. Hetzelfde zou gelden voor de rijkste student, wanneer Ritzen de basisbeurs geheel zou afschaffen. De berekening, en ook die hieronder nog volgen, houdt overigens geen rekening met het belastingvoordeel over de rente.

Deze getallen klinken inderdaad astronomisch, maar houden geen rekening met twee feiten: het voorbeeld is zeer extreem, en de afbetalingsregeling blijft buiten beschouwing.

Wie tot een realistischer schatting voor de toekomstige rijke student wil komen, kan uitgaan van de 400 gulden basisbeurs uit Ritzens eigen voorbeeld. Dat bedrag wordt door zuinige ouders, dan wel door een klein bijbaantje met bijvoorbeeld 250 gulden aangevuld. Om op een inkomen van duizend gulden uit te komen moet dan nog 350 gulden worden bijgeleend.’ Dat resulteert na vijfjaar studeren in een schuld van een kleine 27.000 gulden en een maandelijks aflossingsbedrag van 335 gulden — exclusief belastingvoordeel.

Wordt de toegankelijkheid van het hoger onderwijs door zulke schulden aangetast? Strikt genomen niet. Voor de student van arme ouders verandert immers niets, belooft Ritzen. Die houdt dus zijn maandelijkse gift van 765 gulden. Stel dat hij daar nog honderd gulden weet bij te verdienen, dan is voor een inkomen van duizend gulden nog een lening van 150 gulden per maand nodig. Dat levert een studieschuld op van ruim elfduizend gulden, te-voldoen in termijnen van 150 gulden.

Overigens kan bij een laag inkomen na het afstuderen het aflossingsbedrag worden verlaagd.

Van de tweehonderdduizend oud-studenten die vorig jaar een studieschuld afbetaalden, maak- te vijftien procent van deze mogelijkheid gebruik. Tweederde van hen loste zelfs helemaal niets af, omdat ze bij voorbeeld een uitkering van minder dan 1250 gulden per maand hadden. In de tussentijd groeit hun schuld overigens wel verder.

Wat betekent de studieschuld voor iemand die na zijn studie aan een baan begint? Een alleenstaande of tweeverdiener die jaarlijks 30.000 gulden bruto verdient, en daar maandelijks 1900 gulden netto van zou overhouden, moet daarvan 160 gulden aan Ritzen afdragen. Van 2300 gulden netto gaat maximaal ongeveer 350 gulden af, van 2750 rond de 550 gulden — als de hoogte van de schuld daar al aanleiding toe zou geven. Wanneer slechts een van twee partners werkt, liggen die bedragen honderden guldens lager. Mocht na 15 jaar aflossen nog niet de hele schuld zijn verdwenen, dan wordt hij kwijtgescholden.

Studenten kunnen Ritzen veel verwijten — bij voorbeeld dat hij met zijn voortdurende ingrepen voor grote onzekerheid en onrust blijft zorgen. Maar dat hij de toegankelijkheid van het hoger onderwijs in gevaar brengt, of afgestudeerden collectief aan de bedelstaf, is moeilijk met cijfers aannemelijk te maken.