ZET 350 Amsterdamse bijstandsgerechtigden op de Dam en controleer stuk voor stuk hun bankafschriften uit 1990. Gemiddeld zit er dan hooguit één bij die destijds meer dan vijfhonderd gulden per maand aan bijstandsgeld heeft opgestreken. Vier anderen hebben rond dezelfde tijd kleinere bedragen ten onrechte geïncasseerd. Anderhalf procent van alle Amsterdammers met een bijstandsuitkering, met andere woorden, heeft daarvan ten minste een deel ten onrechte ontvangen omdat er ook een studiebeurs binnenkwam.
Met die conclusie maakte de Amsterdamse Sociale Dienst gisteren duidelijk wat de eerste vergelijking van computerbestanden met bijstandsgerechtigden en beursstudenten heeft opgeleverd — niet erg veel.
In eerste instantie bleken vijftienhonderd van de zeventigduizend bijstandsgerechtigden ook studiefinanciering te krijgen. Vaak bleek dat terecht — bij voorbeeld omdat de partner studeerde. Uiteindelijk bleven er achthonderd milde fraudegevallen over en tweehonderd zware. Samen kregen zij vier miljoen gulden te veel bijstand. Ter vergelijking: in mei 1992 schatte de Amsterdamse dienst dat ‘witte fraude’ — verzwegen loon dat wèl bij de belastingdienst bekend is jaarlijks zorgt voor zeventig miljoen gulden te veel uitgekeerde bijstand.
Hoewel de absolute bedragen wat mager afsteken bij andere fraudevormen, zal Amsterdam haar speurwerk onder studenten uitbreiden. Vanaf volgend jaar krijgt de dienst toegang tot het Centraal Register Inschrijvingen, dat ook door de Informatiseringsbank wordt beheerd. Dan kunnen mensen met een bijstandsuitkering die, zonder studiebeurs, een opleiding volgen aan een universiteit of hogeschool, in de kraag worden gevat. Studeren met een bijstandsuitkering mag niet, tenzij daar expliciet toestemming voor is gekregen. Dat is niet voor niets – naarmate de basisbeurs verder wordt verlaagd, wordt het financieel aantrekkelijker te studeren met een uitkering.
Uit een onderzoek van het ministerie van sociale zaken, eind vorig jaar, bleek dat maximaal nog eens anderhalf procent van de bijstandsgerechtigden op deze wijze ten onrechte een uitkering ontvangt. Meestal gaat het om mensen die een avondopleiding volgen of als extraneus hun studie willen afmaken.
Wie zo wordt opgespoord, staat voor de keus: men vraagt alsnog studiefinanciering aan, men staakt de studie en vraagt wederom bijstand aan of men studeert door, maar nu geheel op eigen kosten. Alleen in de laatste – zeldzame — gevallen valt er voor de overheid veel winst te behalen — een treffende illustratie van het klassieke probleem dat studiefinanciering en bijstand samen optreden als twee ‘communicerende vaten.
De gemeente Amsterdam maakt geen verschil tussen bijstandsgerechtigden die ook een basisbeurs ontvangen en zij die zich in de avonduren stiekem willen bijscholen. “In beide gevallen gaat het om misbruik van een regeling die is bedoeld als sociaal vangnet,” aldus een resolute woordvoerder.