Menu Close

Senaat VS zet deur naar Strafhof op kier

Het Amerikaanse Congres wil haar burgers beschermen tegen het Internationale Strafhof — zonodig mogen Amerikanen zelfs met geweld uit hun cel worden bevrijd. Samenwerking met het nieuwe Gerechtshof stuit echter niet langer meer op een absolute blokkade.

Het was vlak voor het einde van Clintons regeerperiode, bijna een jaar geleden. Nauwelijks had de oud-president het verdrag over de instelling van een Internationaal Strafhof getekend of Jesse Helms, de roemruchte en conservatieve senator, liet weten dat intrekking van die handtekening voortaan tot zijn hoogste prioriteiten behoorde. “Geen Amerikaan mag ooit worden berecht door dit ‘volksgericht’,” zwoer de senator, toen nog voorzitter van de Buitenlandcommissie van de Senaat.

Niet lang daarna verloor de Republikeinse partij echter haar meerderheid in de Senaat, en Helms zijn machtige positie. Zijn Democratische opvolger had andere prioriteiten dan de wereldgemeenschap tegen de haren instrijken. Toch leek de conservatieve senator vorige week vrijdag via een omweg zijn doel te bereiken: in een amendement op de Defensiebegroting, door de Senaat met grote meerderheid aangenomen, leek Helms het Internationale Strafhof alsnog de gewenste slag toe te brengen.

Zolang de Senaat het verdrag voor het Strafhof niet heeft geratificeerd, zo zegt nu aanvaarde begrotingswet, mogen Amerikaanse overheidsinstanties geen medewerking verlenen aan het Internationale Strafhof. Verdachten mogen niet worden uitgeleverd, bewijsstukken niet opgestuurd, archieven niet worden geopend en rechercheurs niet tot het land toegelaten. En mochten Amerikanen in het buitenland onverhoopt tóch voor het Hof worden gedaagd, dan krijgt de president bij voorbaat toestemming de verdachten ‘met alle nodige middelen’ te bevrijden. ‘De Den-Haag-Invasie-wet’, werd Helms’ voorstel in het verleden wel schertsend genoemd, naar de stad waar het Strafhof binnenkort neerstrijkt.

Anders dan sommige berichten wilden doen geloven, was de aanvaarding van het Helms-amendement echter niet het grootste nieuws — nadat het Huis van Afgevaardigden in mei een voorstel met dezelfde strekking had aangenomen, had niemand eigenlijk anders verwacht. Integendeel: de verrassing was juist dat in de versie van de Senaat de grootste angels uit het voorstel zijn verdwenen. Achter de schermen is de afgelopen maanden intensief onderhandeld met de regering van president Bush. Het gesloten akkoord leidde tot een wet die nog steeds bol staat met dreigende woorden, maar die tegelijk de president ruime bevoegdheden geeft om, als hij dat wil, intensief met het nieuwe Strafhof samen te werken.

Complicaties rond het Internationale Strafhof dateren al uit 1998, het jaar dat in Rome 120 landen stemden voor de instelling van een permanent tribunaal. Het nieuwe Strafhof zou de huidige ad-hoc-tribunalen, zoals die voor Joegoslavië, moeten vervangen. De wereld zou één doorlopende rechtbank krijgen voor verdachten van oorlogsmisdaden en volkerenmoord. Niet langer zou ervaring en expertise onnodig verloren gaan, en de vervolging van misdaden tegen de menselijkheid zou voortvarender kunnen worden aangevat.

Twintig landen onthielden zich van stemming, zeven verklaarden zich zelfs ronduit tégen, waaronder China, Irak, Libië en… de Verenigde Staten.

Niet alleen conservatieve politici zoals Senator Helms hadden bezwaren — ook president Clinton was het, in weerwil van zijn ‘strategisch’ geplaatste handtekening, oneens met de inhoud van het verdrag. Het belangrijkste bezwaar: rechters en aanklagers zullen niet worden benoemd en ontslagen door de Veiligheidsraad, maar door een aparte vergadering van aan het Hof deelnemende landen.

Het is niet dat de V.S. de waarde van onafhankelijke rechters niet kennen. Maar uiteindelijk, menen de Amerikanen, moet een soms overijverig justitieel apparaat in toom kunnen worden gehouden door een politieke macht met gevoel voor verantwoordelijkheid. Anders gezegd: zonder controle door de Veiligheidsraad, waarin de Verenigde Staten een vetorecht hebben, zal het Internationaal Strafhof een speelbal worden van politieke agenda’s. Zoals de antiracisme-conferentie in Durban werd misbruikt voor een anti-Israël-campagne, is ongeveer de gedachte, zo zal wijdverbreid anti-Amerikanisme waarschijnlijk leiden tot een golf van politiek gemotiveerde aanklachten tegen Amerikaanse soldaten en politici, met alle complicaties van dien.

Tot overmaat van ramp kennen landen die het verdrag ratificeren het Strafhof grote jurisprudentie toe — over misdaden begaan op hun grondgebied, óók door burgers van landen die níet bij het verdrag zijn aangesloten.

De bezwaren zijn acuut geworden, nu van de voor het Hof benodigde 60 landen inmiddels 47 het verdrag hebben bekrachtigd. Nog even dus en de eerste Amerikaan wordt gedaagd. De hoogste tijd dus, meende Helms, om Amerikaanse burgers met kracht tegen zo’n ‘volksgericht’ te beschermen — ook al ondermijnt het de pogingen van zijn president om een fragiele oorlogscoalitie in stand te houden.

Ondanks dat laatste bezwaar kreeg het amendement Helms vorige week brede steun (78-21). Maar dat kwam mede, zo blijkt bij nauwkeurige lezing, doordat de ‘onverzettelijke’ senator veel water bij de wijn blijkt te hebben gedaan.

Ten opzichte van eerdere versies is bijvoorbeeld verdwenen een streng verbod op deelname van Amerikaanse troepen aan VN-vredesmachten. Verdwenen is ook het verbod om (geheime) informatie uit te wisselen met bij het verdrag aangesloten landen.

Belangrijker echter nog zijn de bepalingen die in nauw overleg met de regering-Bush zijn tussengevoegd: niet langer wordt de Amerikaanse president gedwongen jaarlijks met redenen te omkleden waarom hij in een enkel nauw omschreven geval tóch met het Strafhof wil samenwerken — bijvoorbeeld om te helpen Saddam Hussein te veroordelen. Integendeel: de president, in zijn hoedanigheid als opperbevelhebber van het Amerikaanse leger, mag de beperkingen van het amendement vrijelijk en voor onbepaalde tijd negeren.

Het Amerikaanse verzet tegen het nieuwe Internationale Strafhof is met dit alles niet van tafel verdwenen — de Verenigde Staten zullen zich fel blijven verzetten tegen pogingen hun soldaten of leiders voor een niet-erkend gerechtshof te dagen. Onder druk van een internationale oorlogssituatie lijkt het Amerikaanse Congres zich bereid te hebben getoond pragmatisme te laten zegevieren. De deur naar Amerikaanse samenwerking met het Internationale Strafhof is op een kleine kier gezet — niet dichtgeslagen.