Menu Close

Langer leven dankzij klonen

Zuid-Korea had de primeur: de eerste menselijke kloon-embryo’s voor medisch gebruik. In Nederland is ‘therapeutisch kloneren’ nog verboden, al heeft de bevolking er weinig problemen mee. Maar als het CDA zijn zin krijgt, wordt het verbod permanent.

Het is nog maar kort geleden dat de Koreaanse onderzoeker Woo Suk Hwang bekend maakte dat hij, als eerste ter wereld, levensvatbare menselijke kloonembryo’s had gemaakt. Sterker nog: hij had ook de volgende stap richting mogelijke medische toepassingen al gezet: uit één van de dertig gekloneerde embryo’s kweekte hij stamcellen die zich in het laboratorium eindeloos blijven delen, en met de juiste prikkels in principe kunnen uitgroeien tot elk soort cel in het lichaam van een mens.

Acht jaar na de geboorte van het schaap Dolly was de hoop al bijna opgegeven dat het ooit zou lukken een menselijk kloonembryo te maken. Waar schapen, koeien en muizen weinig problemen leken op te leveren, liepen pogingen bij apen en mensen telkens vast. Dat het nu toch blijkt te kunnen, heeft beide zijden van het wat ingezakte kloondebat plots weer in actie gebracht.

`Een verrassing’, noemt de Utrechtse ontwikkelingsbioloog Christine Mummery de bekendmaking van Woo dan ook, die wetenschappers over de hele wereld hernieuwde moed gaf de ‘methode-Dolly’ om te zetten in behandelingen tegen ernstige ziekten. Want anders dan de spookbeelden van gekopieerde baby’s suggereren, is de wetenschap vooral geïnteresseerd in wat ‘therapeutisch kloneren’ wordt genoemd.

Maar ook de tegenstanders van kloneren staan plotseling weer op scherp.

In Nederland is therapeutisch kloneren nu nog verboden. Het verbod werd door het paarse kabinet ingesteld, maar wel met de uitdrukkelijke kanttekening dat het, `als de tijd rijp is’, in elk geval binnen vijf jaar, zou worden opgeheven. Met dat genuanceerde standpunt bevond Nederland zich in het gezelschap van andere landen die op dit punt geen medische deuren dicht willen gooien, zoals Zweden en het Verenigd Koninkrijk.

Maar met de terugkeer van het CDA in het centrum van de politiek kan de positie van ons land 180 graden draaien. Want als het aan deze partij ligt krijgt Nederland een permanent verbod op kloneren in elke vorm.

`Ergens ligt een ethische grens,’ vat woordvoerder Henk Jan Ormel van de CDA-Tweede-Kamerfractie de resolute positie van zijn partij samen. En het Koreaanse bericht heeft het beoogde kloneerverbod hoger op de politieke agenda gezet.

Boys

Toen Schotse onderzoekers in 1996 de geboorte van een gekloneerd schaap bekend maakten, ging er een schok over de wereld. Overal dook het schrikbeeld op van mensen die zichzelf, of anderen, zouden gaan kopiëren. Het boek Boys from Brazil, waarin een nazi-arts tientallen kloontjes van Adolf Hitler door pleegmoeders laat opvoeden, werd het symbool van de universele afkeer. En het moet gezegd: de kloneermethode die auteur Ira Levin beschreef, leek achteraf griezelig nauwkeurig op de kerntransplantatie die bij Dolly was uitgevoerd.

Toen de eerste opwinding bedaard was, werd duidelijk dat het kloneren van mensen ook andere, mooiere doelen kon dienen. Naast `reproductief kloneren’, à la de boys, kwam ook `therapeutisch kloneren’ binnen bereik.

Kloneren voor medisch gebruik betekent dat een gewone lichaamscel van een zieke patiënt, door transplantatie in een leeggemaakte donoreicel, tot embryo wordt omgetoverd. Stamcellen die na een dag of vijf uit het embryo worden gewonnen, kunnen worden gebruikt om nieuw, gezond weefsel te kweken en terug te geven aan de patiënt. Omdat de cellen genetisch identiek zijn aan die van de zieke, zouden afstotingsverschijnselen uitblijven. De techniek zou te gebruiken zijn bij allerlei ziekten waarbij vers weefsel zou helpen, variërend van Parkinson, Alzheimer en diabetes tot hartziekten, botontkalking, leukemie en dwarslaesies.

Het zal zeker nog vele jaren duren voordat de eerste proefpersoon zijn eigen embryostamcellen krijgt toegediend. Tot die tijd zullen vele experimentele kloonembryo’s moeten worden gemaakt. Nog even, maar wellicht definitief, zullen Nederlandse onderzoekers daarbij aan de zijlijn moeten blijven staan.

Houdbaarheidstermijn

Vanaf het begin was bijna iedereen het eens dat reproductief kloneren moest worden afgewezen. Maar het maken van embryo’s voor medische toepassingen, dat lag ingewikkelder.

Op basis van de `overheersende overtuiging’ dat heel jonge embryo’s geen absolute bescherming verdienen, zegt Guido de Wert, ethicus aan de Universiteit van Maastricht, groeide onder ethici de bereidheid om wetenschappelijk onderzoek met zulke embryo’s onder voorwaarden te accepteren. ‘Dat is ook te zien in de opeenvolgende adviezen van de Gezondheidsraad’, zegt De Wert.

In het jongste advies over de kwestie, uit 2002, beval de Raad aan `de mogelijkheid om celkerntransplantaties te onderzoeken en nieuwe embryonale stamcellijnen te creëren niet bij voorbaat (wettelijk) uit te sluiten.’ De conclusie was, zegt De Wert, dat er `ethisch noch juridisch een doorslaggevend verschil is tussen een embryo dat overblijft na een ivf-behandeling en een embryo dat speciaal voor onderzoek is gemaakt.’

Om te onderzoeken hoe de rest van de bevolking over kloneren denkt, vroeg de Nederlandse regering in 1999 het Rathenau Instituut een maatschappelijke discussie te organiseren. Het instituut bracht daarvoor een panel van leken bij elkaar dat, na grondig te zijn voorgelicht, tot een afgewogen oordeel moest komen. Hoewel het panel het overgrote deel van zijn conclusies besteedde aan kloonbaby’s — `niet doen’, luidde het voorspelbare oordeel — discussieerde het ook over therapeutisch kloneren.

Vergeleken met reproductief kloneren vond het panel kloneren voor weefseltransplantatie `minder bezwaarlijk’. Desondanks werd elk gebruik van embryo’s voor het winnen van stamcellen afgewezen — en daarmee therapeutisch kloneren als medische techniek.

Die resolute afwijzing was verrassend, gezien de enquête die het Rathenau Instituut eerder onder bijna duizend Nederlanders had laten afnemen. Ruim een kwart van de ondervraagden kon geen keus maken, maar van de rest vond driekwart het geen probleem om kloonembryo’s te maken voor het maken van transplantatieweefsel, zeker als het ging om ernstige ziekten. Nederlanders leken, met andere woorden, ronduit positief tegenover therapeutisch kloneren te staan.

Vijf jaar later is dat beeld niet wezenlijk veranderd, blijkt uit een enquête die Intermediair eind maart door TNS-NIPO liet afnemen. Bijna iedereen heeft inmiddels een mening gevormd over therapeutisch kloneren, maar de verhouding tussen voor- en tegenstanders is grosso modo onveranderd: een duidelijke meerderheid is voor.

Ook het Rathenau Instituut zelf relativeert overigens de uitspraak van het toenmalige lekenpanel. `Twee, drie jaar,’ schat Koos van der Bruggen, coördinator van het programma Biomedische Technologie bij het instituut, de houdbaarheidstermijn van een dergelijk maatschappelijk debat. De enquête-cijfers suggereren, zegt Van der Bruggen, dat de opvattingen van Nederlanders nu wel ongeveer vast liggen. `Een debat meer of minder verandert daar waarschijnlijk niets meer aan.’

Truc

Het paarse kabinet-Kok voorzag dat het land geleidelijk zou wennen aan het idee van wetenschappers die embryo’s maken voor medische behandelingen. Daarom bedacht oud-volksgezondheidminister Borst (D66) een truc om te garanderen dat de weg naar therapeutisch kloneren niet werd afgesneden.

De nieuwe `Embryo-wet’, die in 2002 van kracht werd, verbiedt het om `een embryo speciaal tot stand te brengen [.. voor wetenschappelijk onderzoek en andere doeleinden dan het tot stand brengen van een zwangerschap.’ (Een embryo maken in het kader van ivf-behandelingen mag wel.) Maar artikel 33 van de wet draagt de regering op om vóór 1 september 2007 dit verbod op te heffen. Dit om, aldus de toelichting bij het wetsvoorstel, `het juiste evenwicht te vinden tussen het verbieden van ongewenste handelingen en het onder voorwaarden toelaten van handelingen met veelbelovende perspectieven voor de gezondheidszorg.’

Therapeutisch kloneren is in Nederland nu dus verboden, maar vastgelegd is ook dat het verbod over een paar jaar zal worden opgeheven.

Internationaal nam Nederland het zelfde genuanceerde standpunt in. In de Europese Unie bijvoorbeeld, waar landen als Duitsland, Italië en Noorwegen strijden voor een absoluut kloneerverbod terwijl Zweden en het Verenigd Koninkrijk de optie nadrukkelijk openhouden. Bij gebrek aan een duidelijke Brusselse meerderheid kan elk land vooralsnog zelf bepalen wat mag en niet mag.

Controversieel ligt kloneren ook binnen de Raad van Europa, een groter gezelschap met 45 lidstaten. De Raad stimuleert het sluiten van internationale verdragen op het gebied van mensenrechten, onderwijs, cultuur etcetera. Het in 1997 opgestelde ‘Verdrag voor de rechten van de mens en de biogeneeskunde’ verbood het maken van menselijke embryo’s voor wetenschappelijk onderzoek. De Britse regering tekende niet, de Nederlandse regering, samen met dertig andere, toen nog wel.

Dat Nederland therapeutisch kloneren echter niet wilde blokkeren werd duidelijk toen het verdrag een jaar later werd aangevuld met een specifiek verbod op het creëren van `genetisch identieke menselijke wezens’. Minister Borst ondertekende de toevoeging wel, maar zei er meteen bij dat een `menselijk wezen’ in Nederland verwijst naar een baby, niet naar een embryo van honderd of tweehonderd cellen.

Nog hogerop, in de Verenigde Naties, woedt ook een hevige kloondiscussie. Sinds 2001 proberen de 191 lidstaten het tevergeefs eens te worden over een gezamenlijke richtlijn voor een verbod op het kloneren van mensen. Zo’n richtlijn is niet bindend, maar zou wel de basis vormen van een wereldwijd verdrag.

Ook in de VN propageerde Nederland het idee van een tijdelijk verbod, overigens met weinig succes. Eind vorig jaar probeerden voorstanders van een verbod op alle vormen van kloneren, waaronder Italië en de Verenigde Staten, een stemming over zo’n voorstel te forceren. Samen met onder meer alle Islamitische landen hielp Nederland die poging (met 80 tegen 79 stemmen) nipt te verijdelen.

Behoorlijke score

Temidden van alle gekrakeel ondergingen in Zuid-Korea zestien vrouwen een hormoonbehandeling met als doel gerijpte eicellen te winnen voor ‘s wereld eerste menselijke kloonembryo’s.

Onderzoeker Woo verzamelde 242 eicellen, en slaagde er bij 176 in de celkern te verwisselen voor een volwassen cel van de donorvrouw. Met een chemische prikkel werden de getransplanteerde cellen gereprogrammeerd tot embryo’s die zich begonnen te delen.

Na enig uitproberen lukte het de Koreanen dertig kloonembryo’s te maken — met twee per eiceldonor een behoorlijke score. Van de laatste serie behandelde eicellen sloeg maar liefst een derde aan; ze groeiden door tot ze, na een dag of vijf, de vorm hadden van een blaasje bestaand uit zo’n honderd cellen. In principe zou zo’n `blastula’ zich in een baarmoederwand kunnen nestelen en tot een kloonbaby uitgroeien.

In plaats daarvan probeerden de Koreanen de volgende stap richting therapeutisch kloneren: de blaasjes werden opengeprikt, de inhoud naar buiten gezogen en opgekweekt. De hoop was stamcellen te vinden — cellen die zich eindeloos blijven delen zonder ouder te worden en die met de juiste prikkels kunnen uitgroeien tot elk van de tweehonderd verschillende soorten cellen die ons lichaam telt.

Het tweede deel van het experiment was minder succesvol dan het eerste. Uit de dertig kloon-embryo’s kon Woo maar één stamcel isoleren. De lage totaalscore — één stamcellijn uit 242 eicellen — bewijst voor sceptici dat therapeutisch kloneren zijn grote beloften waarschijnlijk nooit zal kunnen waarmaken. Anderen benadrukken dat het Koreaanse experiment vooral als proof of principle moet worden gezien: voor het eerst sinds de geboorte van Dolly is therapeutisch kloneren geen abstracte toekomstmuziek meer, maar een bewezen route waarvan alleen de efficiëntie nog moet worden opgevoerd.

Over de hele wereld storten onderzoekers zich dan ook weer met hernieuwde energie op het zelfde doel. Het was dan ook geen toeval dat drie weken nadat Woo zijn succes in het tijdschrift Science had gemeld, ontwikkelingsbiologe Mummery samen met ethicus Guido de Wert in de pen klom. Mummery, verbonden aan het Utrechtse Hubrecht Laboratorium, is één van de weinige wetenschappers in het land die al onderzoek met stamcellen van menselijke embryo’s doet.

Haar handen jeuken nog niet, schreef Mummery geruststellend in NRC Handelsblad. Maar over een paar jaar zullen ook Nederlandse onderzoekers misschien kloonembryo’s willen maken. Het zou jammer zijn, aldus de onderzoekster, als deze en andere nuttig vormen van onderzoek definitief zouden worden verboden.

Ratificatie

Toch is dat, als het aan regeringspartij CDA ligt, precies wat er zal gebeuren.

Het stond al in het verkiezingsprogramma, zegt fractiewoordvoerder Henk Jan Ormel: bij therapeutisch kloneren heiligt het doel — nieuwe behandelingen tegen ernstige ziekten — wat de christen-democraten betreft niet het middel.

In april vorig jaar bracht het wetenschappelijk instituut van de partij een rapport uit over `Humane biotechnologie’. Volgens de opstellers verdient een embryo van vijf dagen even veel wettelijke bescherming als een foetus van acht maanden. Iedere cel die kan uitgroeien tot een volledig mens zou honderd procent ‘beschermwaardigheid’ verdienen. Het kunstmatig creëren van zo’n cel om het na vijf dagen weer te vernietigen, zou in deze redenering uit den boze zijn.

In het regeerakkoord dat het CDA vorig jaar met VVD en D66 sloot dwong de partij af dat het kabinet-Balkenende-II, in principe tot zomer 2007 in het zadel, het verbod op therapeutisch kloneren niet zal intrekken, ook al zegt de Embryowet dat het voor 1 september van dat jaar moet gebeuren. Afgesproken werd ook dat dit kabinet geen actie zal ondernemen om het verbod permanent te maken.

Dat het CDA desondanks broedt op een permanent kloneerverbod, kan onder meer worden afgeleid uit het besluit van het kabinet, begin dit jaar, om de parlementaire goedkeuringsprocedure van het in 1997 getekende Verdrag voor de rechten van de mens en de biogeneeskunde abrupt te staken.

Nú het verdrag goedkeuren, verduidelijkt Trees te Braake, gezondheidsjurist bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam, zou betekenen dat Nederland zich expliciet het recht moet voorbehouden therapeutisch kloneren wél toe te staan — als het die optie tenminste wil openhouden. De geldende wet zegt immers dat het verbod in Nederland maar tijdelijk is. Zo’n voorbehoud kan echter alleen nog worden gemaakt op het moment van ratificatie, want ná de goedkeuring prevaleert het verdrag over nationale wetten.

Volgens het kabinet zou het nu maken van een voorbehoud echter `in strijd zijn met het regeerakkoord’, aldus een kort persbericht van de Rijksvoorlichtingsdienst afgelopen januari. Die op zich betwistbare conclusie kan eigenlijk maar één ding betekenen: het CDA stuurt er in de regering op aan dat Nederland het verdrag van de Raad van Europa uiteindelijk zónder voorbehoud ratificeert, om zo de weg naar therapeutisch kloneren voor lange tijd af te sluiten.

Vooruitgang

Ook in de Kamer lijkt de wapenstilstand uit het regeerakkoord vroegtijdig verbroken te worden. Volgend jaar zal, zoals destijds afgesproken, de hele Embryowet op zijn effecten worden geëvalueerd. En wat CDA-fractiewoordvoerder Ormel betreft zal daarbij ook therapeutisch kloneren op tafel komen. `Ik verwacht dat in dat debat over artikel 33 zal worden gesproken,’ aldus Ormel, in een verwijzing naar het wetsartikel dat opheffing van het kloneerverbod regelt.

Het CDA zal, voorziet het Kamerlid, pleiten voor een permanent verbod op élke vorm van het kloneren van mensen. Gezien de coalitieverhoudingen houdt hij echter rekening met een compromis, waarin een besluit over opheffing van het verbod wederom jaren zal worden uitgesteld.

Dat tweederde tot driekwart van de Nederlandse bevolking therapeutisch kloneren lijkt te steunen, onderstreept in de ogen van Ormel vooral dat het `vooruitgangsdenken’ in ons land wijd is verbreid. Of alle voorstanders de ethische bezwaren voldoende hebben doordacht, waagt hij echter te betwijfelen.

Ook het CDA gelooft in de vooruitgang, meent Ormel. `Maar dat betekent niet dat de politiek achter de wetenschap aan moet hobbelen,’ zegt het Kamerlid. `Als [therapeutisch kloneren niet kan omdat de overheid duidelijke grenzen stelt, dan vinden wetenschappers misschien andere wegen, bijvoorbeeld met stamcellen afkomstig uit volwassenen in plaats van embryo’s. Toen 150 jaar geleden werd besloten dat medisch onderzoek op gevangenen voortaan taboe was, kermden onderzoekers ook. Toch is de medische wetenschap daarna niet tot stilstand gekomen.’

Sneeuw

Als het CDA in zijn opzet slaagt, zou dat voor onderzoekers zoals Christine Mummery een bittere pil zijn — om over patiënten die straks voor een kloonbehandeling naar het Verenigd Koninkrijk moeten even te zwijgen.

Jaren geleden kloneerde Mummery op haar instituut in Utrecht al met succes kalver-embryo’s om de techniek in de vingers te krijgen. Sindsdien is ze stapje voor stapje bezig haar stamcelonderzoek in gereedheid te brengen voor het moment dat therapeutisch kloneren van mensen niet alleen wenselijk, maar ook technisch en wettelijk mogelijk wordt.

Voor haar huidige onderzoek werkt ze met vier menselijke embryostamcel-lijnen uit Australië, geïsoleerd uit embryo’s die overbleven na een ivf-behandeling. Ze injecteerde de menselijke stamcellen in hartjes van muizen en bevestigde dat de cellen weken later nog steeds leefden. Momenteel herhaalt ze de proef bij muizen die een hartaanval hebben gehad om te kijken of de stamcellen nieuw, gezond hartweefsel kunnen aanmaken. Als het lukt, stapt ze volgend jaar over op varkens.

Twee jaar later, in 2007, zou dan, als alles goed blijft gaan, de volgende fase beginnen, uiteindelijk gericht op het behandelen van door infarcten beschadigde mensenharten. Tegen die tijd, zegt Mummery, zou ze dus graag de optie hebben om stamcellen uit een menselijk kloonembryo te gaan isoleren.

Met ongerustheid ziet de onderzoekster daarom de politieke manoeuvres van het CDA aan, en vraagt ze zich af wat de reden kan zijn om ethische afwegingen van nu ook voor de toekomst vast te leggen. “In 1920 vond men het onethisch mensen te opereren als ze sliepen; nu vinden we het juist onethisch om niet te verdoven. Het is onmogelijk om te zeggen hoe we over vijf jaar over zaken als deze denken. Over de huidige embryowet is tien jaar gedebatteerd. Als er straks een permanent verbod komt, zou het dus ook weer tien jaar kunnen duren daar weer van af te komen.”

Zowel Mummery als CDA-woordvoerder Ormel vestigen, ieder vanuit de eigen positie, hoop op nieuwe doorbraken in de wetenschap.

Ormel: “Als over een paar jaar blijkt dat we de zelfde ziekten ook op andere manieren kunnen behandelen, zal therapeutisch kloneren misschien niet nodig zijn.”

Mummery: “Als straks blijkt dat therapeutisch kloneren goed werkt tegen ernstige ziekten, dan verdwijnt het verzet misschien als sneeuw voor de zon.”

De volledige vragen en antwoorden uit de enquête zijn te lezen op de website van Intermediair: www.intermediair.nl/dezeweek/klonen.html.