Volkomen onverwachts gaf de Amerikaanse Senaat vorige maand miljoenen dollars aan het leger om bij duizenden seropositieve vrijwilligers een experimenteel aidsvaccin te testen. Wetenschappers zijn in rep en roer – niet alleen omdat zij de tijd nog niet rijp achten, maar ook omdat de senatoren zelfs het merk vaccin erbij noemden.
VIJFENDERTIG MILJOEN gulden voor een grootscheepse test van een potentieel aids-vaccin – je zou verwachten dat Amerikaanse wetenschappers enthousiast reageerden op het presentje dat ze afgelopen maand in de schoot geworpen kregen van de Amerikaanse Senaat.
Op initiatief van twee senatoren, Democraat Sam Nunn en Republikein John Warner, voegde het Congres op het laatste moment een flinke post toe aan de begroting van het Ministerie van Defensie. Het bedrag lijkt klein, maar is relatief aanzienlijk – het betekent een toename van bijna zestig procent van het budget dat in de Verenigde Staten voor het testen van aidsvaccins is uitgetrokken. “Volgens medische experts van het leger is het onderzoek nu zover gevorderd dat een grootschalige test van de werking van het aidsvaccin zo snel mogelijk van start moet gaan,” zo beargumenteerde Nunn zijn begrotingsvoorstel.
Was deze laatste stelling al aanvechtbaar, de inhoud van het wetsvoorstel was nog opmerkelijker. De senatoren hadden hun huiswerk wel héél goed gedaan – het voorstel vermeldde zelfs welk vaccin precies moest worden getest: ‘gp160’ – een vaccin met een nagemaakt eiwit van de buitenkant van het aidsvirus.
Zo veel bemoeizucht van de Senaat schoot Amerikaanse wetenschappers in het verkeerde keelgat. “Het grootste morele dilemma waarvoor we als artsen en wetenschappers ooit hebben gestaan,” noemde Bernadine Healy, directeur van de National Institutes of Health (NIH), die alle overheidsinstituten op medisch gebied overkoepelt, het betuttelende wetsvoorstel tegenover het Amerikaanse tijdschrift Science.
Het onderzoek naar een mogelijk vaccin tegen HIV kwam snel na de ontdekking van het virus op gang. In eerste instantie was het vooral bedoeling zo’n vaccin preventief te gebruiken – zoals alle vaccins tot nu toe worden toegepast: het afweerstelsel van gezonde mensen kan vast aan het uiterlijk van een ziekteverwekker wennen. Wanneer die later echt binnendringt, maakt het lichaam er direct korte metten mee.
Op veel plaatsen ter wereld zijn wetenschappers doende potentiële aidsvaccins te ontwerpen. Stukjes van de buitenkant van het virus worden door genetisch gemanipuleerde cellen nagemaakt en gekoppeld aan verbindingen die het afweerstelsel prikkelen. Bij veel van die vaccins is inmiddels bewezen dat apen of kleinere zoogdieren inderdaad een afweerreactie tegen het vaccin vertonen.
Het Amerikaanse bedrijfje MicroGenesys kreeg in 1987 als eerste toestemming van de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) voor de volgende stap: het uitproberen van zijn vaccin op gezonde, niet met HIV geïnfecteerde mensen. Enkele honderden vrijwilligers werden ingeënt. Ze leken geen schadelijke bijwerkingen van het vaccin – dat de marktnaam ‘VaxSyn’ kreeg – te ondervinden. Bovendien maakten de gevaccineerden inderdaad antistoffen tegen het aidsvirus aan.
Of ze nu ook tegen het aidsvirus beschermd zijn, is nog een ander verhaal. Ze kunnen uiteraard niet moedwillig aan het virus worden blootgesteld. De enige manier om te bewijzen dat het vaccin de ziekte voorkomt, is na verloop van tijd te controleren of in de gevaccineerde groep minder aids-gevallen voorkomen dan in een niet-ingeënte groep.
Dat is echter gemakkelijker gezegd dan gedaan. Nog maar weinig mensen lopen in westerse landen een nieuwe besmetting op. Om ondubbelzinnig vast te kunnen stellen of een vaccin werkt, zouden we tientallen jaren moeten wachten. Het alternatief – zeer grote aantallen proefpersonen vaccineren – is om andere redenen problematisch. Zo is een gevaccineerde automatisch ‘seropositief’: een standaard-aidstest vindt antistoffen tegen het virus. Voor levensverzekeringen, medische keuringen en dergelijke kan dat erg lastig zijn. Bovendien is niet voor honderd procent zeker dat het vaccin veilig is: omdat het aidsvirus zich bindt aan de buitenkant van gezonde afweercellen, zouden ook de opgewekte antistoffen dat kunnen doen, met op de lange termijn misschien vervelende gevolgen.
In Nederland is daarom afgezien van het testen van aidsvaccins op gezonde proefpersonen. “Wij wachten eerst de resultaten af van onderzoek naar de werkzaamheid van een vaccin,” zegt Roel Coutinho, hoofd van de afdeling infectieziekten van de Amsterdamse GG en GD. Zulk onderzoek is mogelijk in Afrikaanse landen, waar het aantal nieuwe besmettingen veel hoger ligt. Ook Thailand, waar de epidemie nog jong is en dus snel om zich heen grijpt, zou als proeftuin voor een vaccin kunnen dienen.
Dat een preventief vaccin moeilijk te testen is, betekent niet dat westerse onderzoekers stil moeten zitten. Dankzij het aidsonderzoek is een al heel vroeg geopperde toepassing van vaccins aan de vergetelheid ontrukt: het gebruik bij reeds besmette personen. Dankzij een vaccin zou het afweerstelsel een extra duwtje kunnen krijgen om een reeds binnengedrongen virus weg te vangen. Ook voor andere infectieziekten zou deze aanpak verder ontwikkeld kunnen worden.
Een van de eersten die deze mogelijkheden onderkenden was Robert Redfield, luitenant-kolonel bij de Amerikaanse strijdkrachten en onderzoeker bij het Walter Reed-onderzoeksinstituut van het leger. Samen met MicroGeneSys startte hij in april 1989 een experiment: dertig seropositieve proefpersonen kregen elk halfjaar VaxSyn toegediend. Op de aidsconferentie in Amsterdam dit jaar meldde hij hoopvolle resultaten. Bij 29 van de 30 proefpersonen zou het aantal T4-afweercellen zich hebben gestabiliseerd. En belangrijker: het aantal virusdeeltjes in het bloed zou dalen – een teken dat de afweer tegen HIV inderdaad een handje geholpen werd.
Omdat het kleine experiment alleen was opgezet om eventuele bijwerkingen te ontdekken, startte eind 1990 een groot dubbelblind ‘fase-II-onderzoek’ met ruim vijfhonderd seropositieve vrijwilligers. De resultaten, die in 1993 of 1994 beschikbaar komen, moeten uitsluitsel geven over de vraag of VaxSyn het verloop van de ziekte gunstig beïnvloedt.
Terwijl dus nog niet duidelijk is of VaxSyn werkt, gaf het Amerikaanse Congres het leger miljoenen dollars om er een grootschalig ‘fase-III-onderzoek’ op los te laten, waarin duizenden seropositieven zullen worden gevaccineerd. Als dat onderzoek positief uitvalt, zou VaxSyn als aidsmiddel op de markt kunnen komen. Wetenschappers – en andere bedrijven – reageerden furieus, want VaxSyn is zeker niet het enige potentiële vaccin dat wordt ontwikkeld. Een tiental vaccins wordt momenteel op diverse plaatsen in de wereld op met HIV besmette proefpersonen uitgeprobeerd.
Ook in Nederland zal, wanneer het onderzoeksvoorstel de komende maanden wordt goedgekeurd, een vaccin worden getest. De Nederlandse onderzoekers kozen niet voor VaxSyn omdat dat, zoals AMC-viroloog Jaap Goudsmit het uitdrukt, ‘gewoon een slecht produkt is. Zo richt het zich nog steeds op de eerst ontdekte virusstam, in vakkringen met ‘III-B’ aangeduid. Die stam komt onder patiënten echter amper voor. Omdat VaxSyn wordt gemaakt door insektecellen, wijkt de vorm van het eiwit bovendien af van het échte HIV-eiwit. Te vrezen valt dus dat de opgewekte antistoffen het virus ook moeilijk kunnen herkennen.
Het enige voordeel dat VaxSyn heeft, is dat de fabrikant een voorsprong van een paar jaar heeft op de concurrenten bij het testen op mensen.
De Nederlandse onderzoekers kozen uiteindelijk voor het vaccin van Genentech – een firma die hen zelf benaderde. Dat vaccin is gebaseerd op een korter stuk van het viruseiwit, lijkt ook op een veel vaker voorkomende HIV-stam en is gemaakt door zoogdiercellen, zodat het meer op het echte viruseiwit lijkt.
De vraag die op ieders lippen brandde, was waarom Amerikaanse senatoren zich inspanden om het ‘slechtste produkt’ te laten testen – en dan ook nog door onderzoekers van het leger.
Het wetenschappelijke tijdschrift Science hield een diepgaande speurtocht, en kwam tot een onthutsende conclusie: wat in andere sectoren van de Amerikaanse politiek al gewoon was, is nu ook tot de toewijzing van geld voor wetenschappelijk onderzoek doorgedrongen: lobbyisten bepalen het beleid.
Uit het onderzoek van Science blijkt hoe VaxSyn-fabrikant Franklin Volvovitz een voormalige senator, nu werkzaam als lobbyist, inhuurde om zijn produkt aan te prijzen. De oud-senator bezocht senatoren, en bestookte ze met rapporten van leger-onderzoekers. Hij overtuigde ze ervan dat de tijd rijp was om VaxSyn op grote schaal te testen, maar dat de National Institutes of Health dat blokkeerden. Het resultaat van de geoliede lobbycampagne was het door Nunn en Warner ingediende wetsvoorstel. Daarin krijgen legeronderzoekers twintig miljoen dollar toegewezen, mits dat wordt gebruikt voor een grootschalig onderzoek naar de werking van VaxSyn.
De begrotingswet, die enkele weken geleden werd aangenomen, kent één ontsnappingsclausule. Wanneer zowel de National Institutes of Health, de Food and Drug Administration als het ministerie van defensie vinden dat het experiment geen doorgang moet vinden, dan mag het geld worden aangewend voor algemeen aidsonderzoek. De eerste signalen van deze drie hoofdrolspelers zijn inderdaad negatief – zelfs het Pentagon zegt in officiële verklaringen volkomen verrast te zijn door het presentje van de Senaat, en het nog te vroeg te vinden voor een groot experiment.
Sinds vorige week lijken de kansen voor VaxSyn nog verder gereduceerd: het Britse weekblad New Scientist onthulde een brief van statisticus Bill McCarthy, werkzaam bij een ander instituut van het leger, aan het laboratorium van Redfield. Hem was gevraagd de resultaten van het eerste experiment, onder dertig seropositieven, te analyseren. En in lijnrechte tegenstelling tot wat Redfield in juli in Amsterdam nog met stelligheid beweerde, kwam McCarthy in augustus tot de conclusie dat het aantal virusdeeltjes in het bloed van de onderzoeksgroep niet significant is afgenomen.
Het lijkt erop dat het eerste grootschalige experiment met VaxSyn een vroege dood zal sterven. Maar de geschrokken Amerikaanse wetenschappers hebben vast aan het idee kunnen wennen: het lobbycircuit in Washington beperkt zich niet meer tot de wapenindustrie – ook voor een toekomstig aidsvaccin zijn de economische belangen nu groot genoeg.