Menu Close

Kansen stijgen voor preventief vaccin tegen aids

Poliovaccin-pionier Jonas Salk stal de afgelopen week – bijna letterlijk – de show tijdens de negende internationale Aidsconferentie in Berlijn. Hij meldde succes met een aidsvaccin voor mensen die door het virus zijn besmet. Zijn optreden drong ander nieuws naar de achtergrond: ook preventieve aidsvaccins lijken op de goede weg.

JONAS SALK deed zijn uiterste best zijn mond niet voorbij te praten, afgelopen woensdag op een speciale persconferentie in Berlijn. “Het zal nog minstens een of twee jaar duren voor we weten of gezonde seropositieven baat hebben bij ons vaccin,” stelde hij vast. Maar aan degenen die zich sceptisch over zijn onderzoeksresultaten hadden uitgelaten, vroeg hij retorisch: “Geven deze uitkomsten reden om met de experimenten te stoppen, of om door te gaan?”

Directe aanleiding voor de sceptische reacties op Salks bekendmaking was de angst dat de grote media-aandacht die Salk, samen met de farmaceutische bedrijven Rhône-Poulenc en Immune Response Corporation, moedwillig organiseerde, tot ongefundeerde hoop bij HIV-geïnfecteerden zou leiden. Andere aids-onderzoekers zagen de krantenkoppen al weer voor zich.

In het strijdgewoel in Berlijn bleef één vraag eigenlijk onbeantwoord: wat heeft Salk nu precies gevonden, en wat kan daar met recht uit worden afgeleid?

Al vanaf 1986, zegt Salk zelf, begon bij hem de gedachte te rijpen dat, waar het aidsvirus de afweer van patiënten aantast, dat immuunsysteem wellicht een handje kan worden geholpen om het virus te bestrijden. Daartoe zou, in seropositieven van wie het immuunsysteem nog redelijk intact is, een extra afweerreactie op gang moeten worden gebracht tegen het virus zelf of tegen onderdelen ervan.

In december 1987 begon hij de eerste experimenten: virussen ontdaan van hun buitenste schil en daarom gezien als ongevaarlijk, werden ingespoten bij 23 seropositieve mannen. Het experiment was een succes: bij een deel van de proefpersonen was een verhoogde afweer te zien. Sommigen kregen meer antistoffen tegen het virus in hun bloed, bij anderen bleken afweercellen opeens sterker op het virus te reageren. Deze twee effecten weerspiegelen twee verschillende onderdelen van het afweersysteem – antistoffen die de indringer neutraliseren en afweercellen die reeds besmette cellen kunnen doden. Welke van de twee ‘armen’ bij aids het belangrijkst is, is onderwerp van veel onderzoek.

Na nog een klein tussenonderzoek begon Salk, in samenwerking met twee farmaceutische bedrijven en negen Amerikaanse ziekenhuizen, in 1991 als eerste aan een groot opgezette proef: een ‘dubbelblinde, placebo-gecontroleerde’ test op een flink aantal proefpersonen. Doel was niet alleen de veiligheid van het experimentele vaccin te testen, maar ook te zoeken naar aanwijzingen dat het vaccin de van de ziekte werkelijk tegengaat.

Vooruitgang

Het probleem voor Salk – en voor alle andere aidsonderzoekers – is dat niemand weet hoe je moet vaststellen of een geïnfecteerde vooruitgaat. Zowel het virus als het afweerstelsel werken ingewikkeld, en de combinatie van de twee is al helemaal niet te overzien. Een eenvoudige bloedprik kan daardoor geen uitsluitsel geven.

Aanvankelijk gebruikten aidsonderzoekers het aantal T4-afweercellen als maat voor de ernst van de situatie – dat aantal neemt gedurende de ziekte immers geleidelijk af. Maar inmiddels is duidelijk, bijvoorbeeld uit het onderzoek naar de werking van AZT, dat omgekeerd een stijging van het aantal afweercellen nog niet hoeft te betekenen dat de patiënt minder snel ziek wordt of langer leeft – en dat is uiteindelijk waar het om gaat.

Naarstig wordt dan ook gezocht naar beter meetbare en voorspellende kenmerken van HIV-seropositieven.

De belangrijkste kandidaat is de ‘virus-belasting’ – hoe verder de ziekte zich heeft ontwikkeld, hoe meer virussen er in het lichaam van de patiënt aanwezig moeten zijn. Maar waar meet je die virus-belasting? In het bloed? Of, na een ingrijpende operatie, in de lymfeklieren, waar zoals recent onderzoek uitwijst relatief veel meer besmette afweercellen zitten? Kijk je naar vrij rondbewegende virussen, of vind je juist naar virussen die zich hebben verstopt in afweercellen belangrijker?

Voor al deze mogelijke indicaties voor de toestand van HIV-geïnfecteerden zijn wel scheikundige of biologische meetmethoden te bedenken. Twee vragen staan daarbij echter steeds voorop: meet die methode ook echt wat we willen meten, en zegt die maat echt iets over het stadium van de ziekte waarin de patiënt zich bevindt.

In feite is er op dit moment geen goede methode om te ontdekken of een HIV-geïnfecteerde maar voor de rest gezonde ‘patiënt’ voor- dan wel achteruit gaat. Dat raakt de kern van de kritiek die deze week na de bekendmaking van Salk opklonk.

De onderzoekers namen bij sommige van hun proefpersonen een verhoogde afweer waar, en bovendien een minder snelle toename van de virus-belasting in de vorm van in cellen verstopt virus-DNA. Alle andere mogelijke indicatoren werden niet gemeten, of toonden geen verschil. De stelling dat ‘het vaccin lijkt te werken bij de behandeling van seropositieven’, zoals onderzoekster Alexandra Levine van de universiteit van South California het formuleerde, is op zijn zachtst gezegd dus nogal voorbarig.

Dat neemt overigens niet weg dat veel aidsonderzoekers in dezelfde richting als Salk werken: versterking van de eigen afweer van gezonde seropositieven door toedienen van vaccins.

In de Verenigde Staten, maar ook in Nederland, lopen bijvoorbeeld al onderzoeken naar het effect van ingespoten stukjes virus-omhulsel. Die experimenten zijn echter in een veel vroeger stadium dan die van Salk.

In de Verenigde Staten zullen binnenkort experimenten beginnen met nieuwe categorieën proefpersonen: seropositieve baby’s, kinderen en zwangere vrouwen. Ook begint daar voor het eerst een onderzoek waaraan seropositieven die nog maar weinig afweercellen over hebben kunnen deelnemen.

Preventief

Een geheel andere mogelijke toepassing van aidsvaccins is het voorkomen van nieuwe besmettingen met het virus. Ook op dat gebied is de hoop op bruikbare vaccins het afgelopen jaar sterk gegroeid, zo bleek op de aidsconferentie in Berlijn. Een jaar geleden, in Amsterdam, was dat nog heel anders.

De prestaties van de eerste HIV-vaccins vielen waarschijnlijk tegen, zo is inmiddels duidelijk geworden, omdat ze bij nader inzien niet genoeg op het virus leken. Want nieuwe, verbeterde vaccins van verschillende firma’s hebben in de eerste kleinschalige proeven op gezonde vrijwilligers hoopgevende resultaten laten zien. Ze blijken veilig in het gebruik, en veroorzaken alleen kleine, kortdurende bijwerkingen. Bovendien blijken ze, anders dan de eerste generatie, redelijk hoge concentraties antistoffen in het bloed te kunnen opwekken. Wereldwijd worden nu 23 potentiële preventieve aidsvaccins op mensen beproefd.

De nieuwste varianten, die feitelijk bestaan uit combinaties van twee verschillende vaccins, zijn al tot meer in staat dan alleen het opwekken van de productie van antistoffen: ook de tweede arm van het immuunsysteem, de afweercellen, wordt geactiveerd. Dat is belangrijk, zo blijkt uit onderzoek bij mensen die tot wel vijftien jaar met het virus leven zonder ziek te worden. Juist die ‘cellulaire afweer’ lijkt bij hen in staat het virus lang in bedwang te houden.

Goed nieuws

Maar dr D. Bolognesi, die op de conferentie in Berlijn de stand van zaken rond preventieve vaccins samenvatte, had meer prettig nieuws te melden: de jongste vaccins zijn bijvoorbeeld werkzaam tegen verschillende virusvarianten tegelijk. Het aidsvirus kent vijf verschillende hoofdtypen, waarbinnen ook nog vele verschillende ‘stammen’ worden aangetroffen. Een toekomstig aidsvaccin zal tegen zo veel mogelijk van die stammen bescherming moeten bieden.

Nog een opsteker: kort geleden werd duidelijk, dat door vaccins te koppelen aan een andere afweerversterker, QR21 genoemd, in guinese biggetjes met minder vaccin een veel heftiger reactie is op te roepen – het aantal antistoffen nam met een factor tien toe. Of dit in mensen ook werkt wordt nu uitgezocht.`

Een laatste hoopvol teken is dat de nu uitgeteste vaccins in mensen langer werkzaam blijken dan op grond van het vooronderzoek bij chimpansees was verwacht. Waar in chimpansees de afweerreactie na zes weken al uitdoofde, hield de respons bij menselijke proefpersonen gemiddeld een half jaar aan.

Voorkomen van HIV-besmetting met een vaccin, concludeerde Bolognesi uit al deze nieuwe ontwikkelingen, “zal in de toekomst zeker mogelijk blijken, maar er is nog een lange weg te gaan.”

Zowel de Amerikaanse National Institutes of Health (NIH) als de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) hebben besloten dat wat hun betreft die weg niet langer moet zijn dan noodzakelijk. Om tijdverlies te voorkomen, beginnen zij al met de voorbereidingen van grootschalige testen op ongeïnfecteerde vrijwilligers. Eind volgend jaar zullen in de Verenigde Staten de eerste onderzoeken van start gaan. Verschillende kandidaat-vaccins zullen daarbij naast elkaar worden uitgeprobeerd.

De WHO heeft vier landen uitgezocht, Rwanda, Brazilië, Thailand en Oeganda, en is daar begonnen met werving en training. Een van de grote problemen zal zijn dat de plaatselijke bevolking moet begrijpen dat, ondanks de injecties met een experimenteel vaccin, het gebruik van condooms noodzakelijk blijft.

Zal de aidsepidemie voorbij zijn zodra een werkzaam aidsvaccin is gevonden? Nee, toonden voorlopige modelberekeningen van dr. W. Dowdle van de Amerikaanse Centers voor Disease Control ongenadig aan.

Hoewel ombuiging van de epidemie met een vaccin in theorie wel mogelijk is, zal het vele tientallen jaren duren voordat grote vaccinatiecampagnes effect zullen hebben – als er ooit een vaccin komt. Het uiteindelijke doel zou dan moeten zijn, wereldwijd alle jongeren te vaccineren zolang ze via hun school nog bereikbaar zijn, en nog geen seksuele contacten hebben gehad. Het grootste effect zal zichtbaar zijn in ontwikkelingslanden, hoewel het percentage geïnfecteerden daar, zelfs met een ideaal vaccin, eerst nog zal blijven stijgen. Westerse landen zullen een duidelijker, maar toch ook nog beperkte, verbetering kunnen merken. Ondanks alle vooruitgang, stelt Dowdle onomwonden, zal het advies aan individuele personen tot ver in de volgende eeuw moeten blijven: gebruik een condoom.

Related Posts