Menu Close

Twijfel over Alzheimer-vaccin

De eerste groepen proefpersonen zijn ingeënt met een experimenteel vaccin tegen de ziekte van Alzheimer. Maar of het in de praktijk ook zal werken, is uitermate onzeker.

Tot staan brengen van de aftakeling van de geestelijke vermogens. Enig herstel voor patiënten die al kampen met lichte symptomen. En op den duur, wellicht, helemaal voorkomen dat vergeetachtige ouderen afglijden in de richting van dementie. Dat zijn de ambitieuze aspiraties van de makers van een vaccin tegen amyloïd, een eiwit dat volgens veel onderzoekers cruciaal is voor het ontstaan van de ziekte van Alzheimer.

‘Het ziet er goed uit, en we zijn dan ook voorzichting optimistisch’, zei eerder deze maand Dale Schenk, onderzoeker bij het Iers/Amerikaanse farmaceutische bedrijf Elan. Even daarvoor had hij gezorgd voor het meest tastbare nieuws van het achtste Wereld Alzheimer-congres in Washington: zijn bedrijf is begonnen met het testen van een experimenteel ‘Alzheimer-vaccin’ op mensen — nog geen jaar nadat de eerste, spectaculaire uitkomsten bij muizen in een wetenschappelijk tijdschrift werden gepubliceerd.

Of de riskante experimenten succes zullen hebben, is volstrekt ongewis — al was het maar omdat niemand weet of met het vaccin de pijlen op de goede tegenstander worden gericht. Maar zelfs de grootste sceptici verzetten zich niet tegen de proeven. `De ziekte van Alzheimer is dermate uitzichtloos dat íeder idee dat maar een beetje basis heeft het waard is om uit te proberen’, aldus de Amsterdamse hersenonderzoeker Dick Swaab.

Ongeveer twaalf miljoen mensen, schatten deskundigen, lijden wereldwijd aan de ziekte van Alzheimer, de belangrijkste vorm van dementie. Hun hersencellen verschrompelen of sterven af, aanvankelijk vooral in breindelen waarin het korte termijngeheugen huist, maar geleidelijk aan ook in andere gebieden die bij intelligente taken betrokken zijn. Patiënten raken gedesoriënteerd, gaan fouten maken bij routineklussen en vertonen hevige stemmingswisselingen. Uiteindelijk verliezen ze elke vorm van controle. Acht jaren passeren er gemiddeld tussen de diagnose en het overlijden van de patiënt.

Naarmate het aantal ouderen in de samenleving groeit, neemt ook het aantal Alzheimer-patiënten in rap tempo toe. Volgens de jongste schattingen kent de wereld in 2025, als de veertigers van nu pensioneren, twee maal zoveel patiënten als nu.

Dat vooruitzicht betekent niet alleen het lijden van miljoenen nieuwe patiënten en hun naaste omgeving; het betekent ook een explosieve groei van de vraag naar zorg in een tijd waarin de beschikbaarheid ervan eerder afneemt dan toe.

Geen wonder dus dat ook de belangstelling voor preventie en behandeling van Alzheimer groeit. Het wereldwijde congres over de ziekte trok dit jaar het recordaantal van meer dan vijfduizend bezoekers.

Al dat onderzoek heeft echter nog maar weinig duidelijkheid opgeleverd over oorzaken van Alzheimer. Alleen van de relatief kleine groep patiënten die de ziekte al op jonge leeftijd ontwikkelt, is nu bekend dat genetische afwijkingen rechtstreeks verantwoordelijk zijn. Maar bij de overgrote meerderheid van de patiënten is eigenlijk maar één ding zeker: hoe ouder men wordt, hoe groter de kans op verschijnselen: van de 75-jarigen heeft vermoedelijk tien procent symptomen van de ziekte, van de 85-plussers bijna de helft.

Aan aanwijzingen voor mógelijke oorzaken van de ziekte is geen gebrek. Een lange rij factoren blijkt met het optreden van Alzheimer verband te houden — tot professionele bokscarrières aan toe. Deels komen ze overeen met factoren die ook hart- en vaatziekten lijken te stimuleren: aderverkalking, cholesterol, hoge bloeddruk en ermee samenhangende genetische factoren spelen alle een rol, soms zelfs zeer groot. Maar of, en zo ja hoe, ze kunnen leiden tot Alzheimer is een groot raadsel.

De meeste wetenschappelijke belangstelling gaat daarom nog steeds uit naar de twee verschijnselen die kenmerkend zijn voor de hersenen van een Alzheimer-patiënt: plaques, opeenhopingen van eiwitten en afvalstoffen aan de buitenkant van een zenuwcel, en tangles, kluwens van eiwitdraden in het inwendige van de cellen. Voor de Duitse patholoog Alzheimer, naar wie de ziekte later werd genoemd, waren het al in 1906 de kentekenen die de ziekte definieerden.

Het grote probleem is dat niemand weet welk van de twee kenmerken de werkelijke boosdoener is: de plaques of de tangles. Sterker nog: van géén van beide is bewezen dat ze de ziekte daadwerkelijk veroorzaken. Niemand kan uitsluiten dat er een andere, nog onbekende oorzaak is voor het wegschrompelen van hersencellen, en dat zowel plaques als tangles niet meer dan bijverschijnselen zijn.

Het gebrek aan harde bewijzen leidde tot het ontstaan van twee scholen: zij die geloven dat tangles zenuwcellen vernietigen en zij die menen dat amyloïd, het belangrijkste bestanddeel van plaques, de cellen de das omdoen. Hoewel de strijd nog niet is beslist, verschoof het accent de laatste jaren in de richting van de laatste richting. De ‘amyloïd-theorie’ geldt als de leidende hypothese.

Amyloïd, aldus de theorie, is een in ons lichaam natuurlijk voorkomende stof. In vrijwel elke cel wordt het eiwitje in minieme hoeveelheden gemaakt. Problemen ontstaan pas wanneer er te veel is. Amyloïd slaat dan neer tussen de hersencellen, en lokt ontstekingsreacties uit die niet alleen de plaques, maar ook de naastgelegen zenuwcellen beschadigen.

Tot de trouwe aanhangers van de theorie behoort Dale Schenk, onderzoeker bij het farmaceutische bedrijf Elan.

Als de theorie klopt, redeneerde Schenk, kan Alzheimer worden tegengegaan door de hoeveelheid amyloïd te verminderen. Daartoe kun je zoeken naar manieren om de aanmaak van amyloïd te hinderen, zoals concurrerende fabrikanten doen. Maar je kunt ook, bedacht Schenk, aan de achterkant beginnen, door te zorgen dat amyloïd sneller wordt afgebroken dan aangemaakt.

Naar een idee van Israëlische collega’s besloot Schenk voor die versnelde afbraak het afweersysteem te hulp te roepen. Daartoe van buitenaf geprikkeld met een speciaal vaccin, zou de afweer met verhoogde inspanning amyloïd kunnen opruimen.

Schenk probeerde de truc uit in een bijzondere stam laboratoriummuizen — een stam die, door een erfelijke afwijking, veel te veel amyloïd produceert. Net als oude mensen ontwikkelen de muizen in hun hersentjes plaques.

Vorige zomer publiceerde de onderzoeker zijn spectaculaire resultaten: wanneer muizen op jonge leeftijd met een amyloïd-vaccin waren ingeënt, kregen ze later geen plaques. Inenting op latere leeftijd bracht de toename van plaques tot staan. Mooier nog: bij de meeste muizen leken reeds aanwezige amyloïd-plaques door het vaccin weer gedeeltelijk op te lossen.

Na de publicatie van de opmerkelijke resultaten liet Schenk er geen gras over groeien. Vrijwel onmiddellijk begon zijn bedrijf met de ontwikkeling van een echt medicijn: naast de muizen werden konijnen en apen met het vaccin behandeld, om te zien of zich schadelijke bijwerkingen aandienden. Dat was niet het geval, meldde Schenk deze maand in Washington.

Zonder dralen nam Elan daarom ook de volgende stap: nog geen jaar nadat de eerste dierproeven werden gepubliceerd, begonnen deze zomer experimenten op mensen. Ruim twintig Amerikanen met relatief milde Alzheimer-symptomen kregen een enkele proefdosis ingespoten — op het eerste gezicht zonder nadelige gevolgen, meldde Schenk. Een tweede proef is inmiddels van start gegaan, waarin ongeveer tachtig Britse patiënten meerdere doses zullen krijgen.

Als in de loop van dit jaar geen ernstige bijwerkingen naar boven komen, begint Elan volgend jaar met onderzoek dat kan uitwijzen of het vaccin ook werkt. Door behandelde patiënten met gedragstestjes te volgen, moet dan blijken of het vaccin inderdaad de hersendegeneratie kan tegengaan. Of hun plaques ook echt zullen verdwijnen blijft dan nog jaren onzeker — dat blijkt pas wanneer hun hersenen, na overlijden, onder de microscoop worden gelegd.

Tot degenen die bij voorbaat ernstig twijfelt aan het succes behoort in ieder geval Dick Swaab, hoogleraar Neurobiologie aan de Universiteit van Amsterdam en directeur van het Nederlands Instituut voor Hersenonderzoek. Al was het maar omdat er in zijn ogen weinig deugt van de onderliggende amyloïd-theorie.

In hersenen van overleden Alzheimer-patiënten, stelt Swaab, zegt het aantal plaques in de praktijk weinig over de ernst van de ziekte — sommige mensen hadden ondanks talloze plaques tot hun overlijden geen enkel probleem. Het is maar één van de vele argumenten die volgens Swaab pleiten tegen amyloïd als oorzaak van Alzheimer. `In de amyloïd-hypothese zijn vele gaten te schieten,’ aldus de hersenonderzoeker. ‘Dat de theorie desondanks nog zoveel invloed heeft, is vooral te danken aan de sterke lobby die hem propageert.’

Collega’s van Swaab tonen zich minder pessimistisch. Piet Eikelenboom, hoogleraar Ouderenpsychiatrie aan de Vrije Universiteit en psychiater bij de Amsterdamse Valeriuskliniek, acht althans de grote onderzoeksaandacht voor amyloïd volkomen terecht.

Maar ook Eikelenboom acht het effect van het vaccin zeer onzeker. Want zelfs degenen die amyloïd als de oorzaak van Alzheimer zien, meent de psychiater, weten niet of het opruimen van plaques iets helpt. Misschien is amyloïd in de plaques eigenlijk irrelevant, en doet de stof zijn schadelijke werk niet buiten maar binnen de zenuwcellen, onbereikbaar voor antistoffen opgewekt door een vaccin.

Eén ding erkennen in dit geval vriend én vijand: het vaccin-experiment is als principe relatief riskant. Het opwekken van een afweerreactie tegen een stof die overal voorkomt, zou er immers toe kunnen leiden dat het immuunsysteem zich tegen het eigen lichaam keert. Het vaccin zou zodoende een nieuwe auto-immuunziekte kunnen ontketenen.

Dale Schenk zelf put hoop uit zijn experimenten op konijnen en apen die, zo hoorde hij een Amerikaanse medicijn-inspecteur zeggen, ‘tezamen het meest uitgebreide veiligheidsdossier vormen dat ik ooit heb gezien.’

Ook Swaab sluit niet uit dat bij de experimenten ‘narigheid’ zal ontstaan. Toch gaat hij, ondanks zijn twijfels, niet zover zich ertegen te verzetten. ‘Voor patiënten met de ziekte van Alzheimer is de situatie zo uitzichtloos, dat je zou kunnen zeggen: als mensen zoiets willen proberen, dan waarom niet? Als ik zelf Alzheimer zou hebben, zou ik het misschien ook wel nemen — het is een keuze tussen dit middel of de pil van Drion.’

Related Posts