Zuiniger burgers, nieuwe centrales en strengere regels hebben de ergste energiecrisis in Californië gekalmeerd. Nu probeert de staat de kosten van het dereguleringsdebacle op stroomproducenten te verhalen.
‘OBSCEEN’, noemde Gray Davis, de Democratische gouverneur van Californië, afgelopen maand de tarieven die hij aan stroomproducenten had moeten betalen. De groothandelsprijs steeg af en toe tot vlak onder de twee dollar per kilowattuur — meer dan vijftig keer zo veel als wat in vergelijkbare maanden van voorgaande jaren gebruikelijk was geweest.
De gouverneur gebruikt de laatste tijd wel vaker stevige taal in wat hij zelf inmiddels onverbloemd aanduidt als een ‘oorlog’ tegen zijn stroomproducenten. Nationale en internationale concerns, aldus Davis, hebben de geliberaliseerde Californische stroommarkt op illegale wijze gemanipuleerd, en zo de prijzen tot astronomische hoogten opgedreven.
In 2000 betaalde Californië 27 miljard dollar aan stroombedrijven, vier keer zo veel als in 1999. Voor 2001 wordt rekening gehouden met een verdubbeling tot 50 miljard dollar — geld dat volgens dereguleringswetten maar voor een klein deel aan consumenten kan worden doorberekend en daarom zowel overheid als nutsbedrijven tot aan de rand van de afgrond brengt.
Sinds mei vorig jaar, meent gouverneur Davis, belandde minstens negen miljard dollar op onwettige wijze in de zakken van producenten. En dat geld eist Californië nu terug. ‘Het zou volstrekt onredelijk zijn om producenten deze waanzinnige verdiensten te laten behouden,’ aldus gouverneur Davis tijdens een hoorzitting in de Amerikaanse Senaat.
Het is echter twijfelachtig of het van terugbetaling zal komen. De meeste producenten ontkennen dat zij de markt hebben gemanipuleerd — die twee dollar per kilowattuur, bijvoorbeeld, had een van hen alleen gevraagd omdat hij de benodigde centrale ‘wegens milieubezwaren’ liever niet aanschakelde. Dat de staat op het bod was ingegaan, had het bedrijf ‘zeer verbaasd’.
De eerste onderhandelingen over restitutie strandden begin deze maand. En de rechter die de gesprekken voorzat, maakte duidelijk dat meer dan één miljard dollar in zijn ogen niet hoeft te worden gerekend.
Het ziet er dus naar uit dat de Californiërs zelf de rekening voor het dereguleringsdebacle moeten betalen. Deels zal dat gaan via hogere stroomtarieven, deels via belastingverhogingen, want de staat zal flink wat meer kwijt zijn aan rente wegens tientallen miljarden aan leningen die zij moet aangaan om de stroomvoorziening op gang te houden.
Opmerkelijk genoeg belandde de Californische stroomvoorziening, in weerwil van sombere voorspellingen, deze zomer juist in rustiger vaarwater. Daaraan droegen verscheidene factoren bij.
Om te beginnen lijken de Californische gebruikers, meer dan verwacht, op de dreiging van black-outs en hogere rekeningen te reageren door hun verbruik te matigen — daarbij overigens een handje geholpen door het niet al te hete weer. Tezamen met twee gloednieuwe centrales zorgt dat voor enige verlichting in het capaciteitsgebrek.
Daarnaast heeft de staat Californië, sinds het begin van dit jaar, de helft van de totale stroombehoefte vastgelegd in veertig langetermijncontracten, en daardoor de ruimte op de markt voor speculatie en prijsopdrijving beperkt. Pijnlijk genoeg moet voor deze contracten overigens flink meer worden betaald dan voor vergelijkbare contracten uit de goede oude tijd van een gereguleerde markt.
Maar het belangrijkst was misschien wel het optreden van de Federal Energy Regulatory Commission (FERC), de vijfhoofdige commissie die namens de federale overheid toezicht houdt op de geliberaliseerde energiemarkt — optreden dat in Californische ogen kwam toen het kalf al verdronken was.
Al in december vorig jaar stelde de FERC officieel vast dat de stroommarkt in Californië ‘disfunctioneel’ was. Maar hoewel de commissie bevoegd is de markt in zo’n geval stevig te reguleren, gebeurde er weinig. De drie Republikeinse leden, van wie twee net benoemd door president Bush, steunden diens opvatting dat ingrijpen de markt alleen maar verder bederft.
Maar nadat de situatie begin dit jaar geheel uit de hand dreigde te lopen, besloot de commissie in april toch een prijslimiet in te stellen. De limiet gold alleen als sprake zou zijn van acute tekorten, maar was niet van toepassing op tussenhandelaren. Dus vond via een omweg nog steeds veel peperdure stroom een weg naar de overspannen markt.
Pas toen in juni de spanning zo hoog opliep dat politici en producenten elkaar publiekelijk van fraude, vriendjespolitiek en corruptie beschuldigden, ging de toezichthouder overstag. Dus mag sinds vorige maand, zodra de reservecapaciteit daalt onder 7 procent, niemand meer voor een kilowattuur vragen dan wat het de duurste centrale per saldo kost. Wel worden daar nog bij opgeteld een redelijke winstmarge en een toeslag wegens de inmiddels penibele kredietwaardigheid van de Californische afnemers. De maximale groothandelsprijs voor een kilowattuur tijdens schaarste komt daarmee op ongeveer $0.10.
Om illegale prijsopdrijving nog verder te ontmoedigen, voeren inspecteurs verrassingsinspecties uit bij centrales die, officieel wegens ‘onderhoud’, plotseling van het elektriciteitsnet worden losgekoppeld.
Dat dit strenge toezicht geen overbodige luxe is, lijken diverse ontdekkingen te bevestigen. Onder ede vertelden oud-werknemers van een centrale hoe hun werkgever, tijdens momenten van schaarste, turbines beurtelings uit- en weer aanschakelden — volgens de werknemers deels om de markt te manipuleren. De Los Angeles Times berekende dat, op het hoogtepunt van de crisis, meer dan een derde van de piekbehoefte ontbrak wegens ‘onderhoud’ — twee tot drie keer zo veel als in voorgaande jaren. Justitieel onderzoek bracht al aan het licht dat ogenschijnlijk goed functionerende centrales opvallend vaak worden afgekoppeld zodra een dreigend capaciteitstekort publiek wordt gemaakt. Toen in december de regels van de markt werden gewijzigd, veranderde plotseling ook menig ‘onderhoudspatroon’.
De FERC heeft tot nu toe 125 miljoen dollar opgespoord die misschien onwettig in rekening zijn gebracht. Grote stroomproducenten, zoals Enron en Reliant, verrassen hun aandeelhouders dit jaar met een explosieve groei van de winst, ter waarde van honderden miljoenen dollars.
Ooit hoopten Californiërs geld te besparen door de krachten van het particulier eigenbelang te ontketenen. Voor de ontdekking dat zulke krachten zich ook tegen hen kunnen keren, zullen ze nog tientallen jaren moeten betalen.