Menu Close

Californië draait deregulering terug

Staatscourant, augustus 2000

In Californië dreigt de liberalisering van de stroomsector op een mislukking uit te lopen. Een tekort aan elektriciteitcentrales zorgde, tezamen met een hittegolf, voor een stijging van de prijzen in plaats van de beloofde daling. Dus greep de overheid toch weer in.

WASHINGTON — Efficiënte, betrouwbare en goedkope stroom was de inwoners van Californië beloofd, toen de staat in 1996 besloot de productie en distributie van elektriciteit binnen twee jaar te privatiseren. Zo groot was het enthousiasme voor de deregulering, dat in geen van beide huizen van het parlement ook maar één tegenstem te horen was.

Maar het tij is omgeslagen. Een tekort aan centrales, tezamen met een flinke hittegolf, deed het Californische elektriciteitsnet deze zomer in zijn voegen kraken. Meer dan een miljoen huishoudens zagen in de vrije markt hun nota’s plots verdubbelen.

Een geschrokken overheid nam afgelopen weken de touwtjes weer in handen. Een noodwet dwong stroomleveranciers hun prijzen weer naar beneden te brengen en te bevriezen op het oude niveau. Ook plannen om de laatste door de overheid beheerde centrales te verkopen, verdwijnen in de ijskast. Justitieel onderzoek moet uitwijzen of private stroomproducenten de prijs onwettig hebben opgejaagd.

Consumentenorganisatie noemen de privatisering van de elektriciteitsmarkt mislukt. Maar producenten spreken van een ‘moeilijke overgangsfase’, een hobbel op de weg naar een soepel lopende, vrije markt van elektriciteit.

Toen tien jaar geleden het debat over liberalisering van de Californische elektriciteitsmarkt begon, was van een tekort aan capaciteit nog geen sprake. Integendeel — de economie stond op een laag pitje en aan stroom was geen gebrek. Toch lagen de tarieven in Californië hoger dan in omringende staten — dertig procent hoger zelfs dan het gemiddelde voor heel Noord-Amerika. Geen wonder dus dat pleidooien om de monopolies van de drie grote nutsbedrijven te doorbreken enthousiast werden begroet.

In de in 1996 aanvaarde dereguleringswet werd de stroommarkt in drie sectoren gescheiden. Waar giganten als San Diego Gas & Electric aanvankelijk verantwoordelijk waren voor zowel productie, distributie als verkoop van stroom, werd hun rol nu wettelijk ingeperkt tot beheerder van het kabelnet. Marketing en verkoop van kilowatturen moesten vanaf 1998 worden overgelaten aan lokale providers, die beter konden zoeken naar gaten in de markt. Centrales werden verkocht aan private ondernemingen, die wegens vrije concurrentie efficiënter zouden werken. Om afnemers een rustige overgang te garanderen, werden de tarieven tijdelijk vast gezet.

Deze zomer had het hoogtepunt van de operatie moeten worden: voor de eerste regio, rond San Diego, werden de prijzen vrijgegeven — Los Angeles en San Francisco zouden later volgen. Maar mede dankzij een flinke hittegolf, die elke airconditioner op volle kracht deed draaien, werd het allesbehalve een glorieuze zegetocht.

Zo groot bleek de vraag naar stroom dat noodmaatregelen de ineenstorting van het net moesten voorkomen. Bij sommige bedrijven ging het licht uit, overheidsgebouwen draaiden op halve kracht. Dagelijks werd er gedreigd met rolling blackouts, waarin hele regio’s om de beurt zouden worden afgesloten om elders aan de vraag te kunnen voldoen. Op 14 juni ging rond San Francisco de knop daadwerkelijk om.

Intussen zorgde het tekort op veilingen voor exploderende prijzen — een verrassing waarop consumenten niet bepaald waren voorbereid. Het duurde niet lang voor de publieke verontwaardiging Californische volksvertegenwoordigers bereikte.

Ook de politici bleken van de gevolgen te schrikken — genoeg om de controle, althans gedeeltelijk, weer stevig in handen te nemen. Met terugwerkende kracht schroefde de Senaat vorige week de prijzen terug naar het oude niveau, alwaar ze voorlopig weer worden bevroren. Het Openbaar Ministerie start een onderzoek naar mogelijk geheime afspraken tussen producenten — afspraken die zouden verklaren waarom de veilingprijzen al leken te stijgen voordat van echte tekorten sprake was. Op initiatief van gouverneur Gray Davis is de verkoop van nog resterende centrales opgeschort — in nieuwe voorstellen blijven ze in handen van de overheid, om bij schaarste te kunnen worden ingezet.

De hamvraag is in hoeverre de plotselinge tekorten zijn veroorzaakt door de geliberaliseerde markt — heeft het mechanisme van vraag en aanbod toch gefaald?

Volgens kenners van de markt waren de problemen te voorspellen: miljoenen nieuwe inwoners en een snel groeiende economie zorgden de laatste vier jaar voor een extra vraag van 5500 megawatt, terwijl het aanbod slechts met 650 megawatt toenam. Sinds 1990 was geen enkele grote centrale in bedrijf genomen.

Over de vraag waarom het aanbod zo ver achterbleef, verschillen de meningen; sommige economen wijten de achterstand aan slepende bouwprocedures, waarin milieugroepen en omwonenden de bouw van nieuwe centrales jarenlang ophielden of zelfs blokkeerden; anderen bespeuren echter een private investeringsangst, gevoed door onzekerheid over rendementen in een markt die wordt bepaald door een langzaam terugtredende overheid.

Of met de terugkeer van die zelfde overheid de rust op de markt zal terugkeren, zal moeten blijken. Consumentenorganisaties prijzen de politieke besluiten, die in hun ogen een einde maken aan ‘een mislukt experiment.’ Maar voorstanders van deregulering waarschuwen voor nog ernstiger problemen, nu private investeerders hun vertrouwen in een rendabele afzetmarkt wellicht definitief zijn kwijtgeraakt.

Over drie jaar is de stroomcapaciteit weer op peil, voorspellen producenten op basis van hun actuele bouwplannen. Maar of Californische politici het tegen die tijd aan zullen durven de markt weer los te laten, kan slechts worden afgewacht.

Related Posts