Menu Close

Californië dwingt VS tot broeikasreductie

De Amerikaanse president Bush maakt weinig aanstalten het broeikaseffect te bestrijden. Daarom neemt één van zijn vijftig staten het voortouw. Californië dwingt fabrikanten auto’s te maken die minder kooldioxide uitstoten.

Het was een warme dag in Los Angeles — zo’n dag waarop de miljoenenstad van veraf lijkt te zijn toegedekt met een lichtbruine deken van smog. Vijfendertig miljoen Californiërs, met hun vele miljoenen pick-up trucks en sport utility vehicles (SUV’s), hadden daar de voorgaande dagen elk hun steentje aan bijgedragen. Hun uitlaatgassen zijn, volgens schattingen, goed voor ongeveer één procent van alle kooldioxide die de mensheid dagelijks de atmosfeer in jaagt.

Maar volgens de Californische gouverneur Gray Davis, die deze warme maandag had uitgekozen om Amerika’s eerste anti-broeikasgas-wet te ondertekenen, zal de staat meer dan één procent bijdragen aan de oplossing van het probleem.

‘Door het Kyoto-verdrag niet te ratificeren, hebben president Bush en het Congres hun kans gemist het goede te doen,’ schreef Davis in een ingezonden stuk in de Washington Post. ‘Daarom is het aan Californië, de vijfde economie ter wereld, om de leiding te nemen. Wij sluiten ons aan bij de succesvolle pogingen van Europa het broeikaseffect te bestrijden.’

Meer dan een jaar nadat president Bush de Amerikaanse handtekening onder het Kyoto-protocol introk, en zelf nadien met voorstellen kwam die de groei van de CO2-uitstoot hooguit zouden temperen, neemt ook in eigen land de kritiek op die aanpak geleidelijk toe.

Gray Davis
Gray Davis

De meeste Republikeinen, en het grootste deel van het Amerikaanse bedrijfsleven, steunen de stap nog steeds. Maar zelfs onder deze aanvankelijk trouwe bondgenoten klinken de laatste tijd dissidente geluiden.

Begin deze maand riepen 37 grote bedrijven, waaronder grote concerns als Honeywell en Maytag, de president op ‘Kyoto’ alsnog te steunen. Uitstel van strenge anti-broeikasmaatregelen in de Verenigde Staten zelf, vrezen zij, maakt het voor Amerikaanse bedrijven moeilijker te investeren in schone technologie, zodat ze achterop raken bij Europese en Aziatische concurrenten.

Ook in politieke kring klinken steeds vaker kritische geluiden. Onafhankelijk ingestelde Republikeinen, zoals oud-presidentskandidaat McCain, durven de president openlijk af te vallen. En afgelopen week riepen de Justitieministers van elf Amerikaanse staten de president op om snel strenge landelijke emissienormen te stellen, omdat een onwerkbare lappendeken van regels dreigt te ontstaan.

Vooralsnog houden de Republikeinen en Bush echter voet bij stuk. Dit voorjaar weigerde het Congres fabrikanten te dwingen zuiniger auto’s op de markt te brengen. De regering-Bush torpedeerde federale subsidies voor onderzoek naar zuiniger benzineauto’s. Met instemming van de auto-industrie werd de blik tientallen jaren vooruit gericht, naar de ontwikkeling van auto’s die, dankzij toepassing van brandstofcellen, alleen nog waterdamp uitstoten.

Sindsdien heeft de milieulobby niet stilgezeten; zij verlegden hun speelveld naar progressieve, vooral aan west- en oostkust gelegen staten. Met de Californische wet werd deze week een grote overwinning geboekt.

Californië maakte gebruik van een bijzondere positie die de staat geniet. Om de uitzonderlijke smog boven Los Angeles te bestrijden, kreeg Californië in 1967 de bevoegdheid eigen luchtverontreinigingregels te stellen. In 1990 leidde dat al tot beperkingen in de uitstoot van stikstofoxide en roet — normen die ervoor zorgden dat nu in heel Amerika schonere auto’s rijden.

Met de nieuwe wet probeert Californië de truc te herhalen, maar nu met gassen die in hoge concentraties de aarde opwarmen.

De nieuwe normen voor CO2-uitstoot zijn nog niet vastgelegd. De wet geeft een onafhankelijke commissie, de California Air Resources Board, volmacht om uiterlijk in 2005 voor te schrijven aan welke eisen nieuwe auto’s in Californië vanaf 2009 moeten voldoen. De normen zullen zowel technisch als economisch haalbaar moeten zijn, en zullen gelden voor de totale vloot die fabrikanten worden verkocht; minder zuinige wagens mogen worden gecompenseerd met besparingen op superzuinige modellen, desnoods zelfs met emissiereducties in het fabricageproces.

Hóe de reducties worden bereikt doet er niet toe, maar gouverneur Davis gaf fabrikanten alvast een ongevraagd advies: ‘Wij Californiërs zijn gek op onze auto’s’, aldus Davis. ‘Verander niets aan de auto’s, zorg alleen dat ze minder broeikasgassen uitstoten.’

Een reeks technieken, deels al voorhanden, moet het doel bereikbaar maken. Hybride motoren bijvoorbeeld, die energie vrijkomend tijdens het remmen opnieuw kunnen benutten met een elektromotor. Maar ook wrijvingsarme banden, meer versnellingen, lichtere kunststoffen en betere katalysatoren en airconditioners kunnen hun steentje bijdragen.

De nieuwe wet zal tot ver buiten Californië gevolgen hebben — wat de grote vreugde van milieugroepen en de diepe teleurstelling van autofabrikanten verklaart. Andere staten mogen de Californische normen overnemen, en bijvoorbeeld New York en Massachusetts maken waarschijnlijk graag van die optie gebruik. Maar aangezien één op de tien Amerikaanse auto’s in Californië wordt verkocht, zou alleen al die staat genoeg zijn om fabrikanten tot het ontwikkelen van zuiniger modellen te dwingen.

De race is echter nog niet gelopen. De industrie zal de wet zeker via de rechter aanvechten. Mocht dat niet lukken, dan ligt de weg naar een referendum nog open. Fabrikanten spendeerden al vijf miljoen dollar aan tv-spotjes die Californiërs waarschuwden dat hun favoriete SUV onbetaalbaar zal worden, en in een regelrechte campagne zou dat bedrag worden verveelvoudigd.

Zelfs milieugroepen zouden in zo’n campagne de kiezers niet durven voorhouden dat het uit moet zijn met reusachtige, benzineslurpende terreinwagens. Californiërs zullen moeten beslissen of zij geloven dat overheidsdwang hen, en miljoenen autobezitters elders ter wereld, zal kunnen voorzien van grote, goedkope maar zuiniger wagens.