Menu Close

Pokkenvirus krijgt uitstel van executie

Het had een Kerstgeschenk aan de hele wereld moeten worden: de vernietiging van de laatste exemplaren van het dodelijke pokkenvirus. Het virus, dat in 1967 nog twee miljoen dodelijke slachtoffers maakte, zou in december plechtig van de aardbodem worden verwijderd. Maar de wereld moet nog even geduld hebben: onder druk van virologen is de executie uitgesteld.

HET MENSELIJKE pokkenvirus – in wetenschapskringen variola major genoemd – is een van dodelijkste virussen die de mensheid ooit heeft gekend. De vroegst bekende ziektegevallen dateren van meer dan drieduizend jaar geleden – het hoofd van de mummie van de Egyptische farao Ramses V draagt de littekens van de ziekte.

Wie met het virus besmet raakte, kreeg doorgaans binnen twee weken hoge koorts, twee dagen later gevolgd door kleine blaasjes in de slijmvliezen. Weer twee dagen later verschenen ‘Pokpuisten’ op de huid – aanvankelijk helder, later troebel. Na enkele weken waren de puisten uitgedroogd en vielen ze af. Op de huid bleven karakteristieke ronde littekens achter. Vooral bij kinderen was de ziekte vaak dodelijk – van de besmette kinderen onder de vijf jaar overleed de helft.

Het pokkenvirus was niet erg besmettelijk, maar wel vasthoudend. Het overleefde in het wasgoed van patiënten, bijvoorbeeld, of in het huisstof van de kamer van de zieke. Ook kon het, door de blaasjes in de slijmvliezen, via de lucht worden overgebracht.

Ten opzichte van veel andere virussen had het pokkenvirus, vanuit zijn eigen standpunt bezien, echter twee problemen. Ten eerste infecteerde het alleen de mens – er is geen dier bekend dat als ‘reservoir’ kan dienen. Bovendien ontdekte de Britse chirurg Edward Jenner in 1796 dat mensen vrij gemakkelijk tegen het virus kunnen worden beschermd. Het was hem opgevallen dat melkmeisjes, die via de uiers van de koeien vaak ongevaarlijke koepokken opliepen, voor de menselijke pokken gespaard bleven. De inspuiting met koepokvirus, ‘vaccinia’ geheten, werd snel populair. Het algemene principe om het afweersysteem voor te bereiden op een ziekteverwekker dankt hieraan zijn naam: vaccineren.

Ontsnappingspoging

Ondanks die handicaps zorgde het virus tot in de jaren zestig nog voor grote uitbraken. Reden waarom de Wereld Gezondheidsorganisatie een wereldwijde inentingscampagne met vaccinia opzette, met als doel de totale uitroeiing van het pokkenvirus. Jaren lang werd elk ziektegeval opgespoord en elk persoon uit de directe omgeving van de patiënt onderzocht en gevaccineerd. ‘Ringvaccinaties’ – inenting van de bevolking in concentrische ringen rond de aangetroffen patiënt – moesten elke ontsnappingspoging onmogelijk maken.

De campagne werd een doorslaand succes. De laatste grote uitbraak was in 1975, in Bangladesj. In 1977 werd het laatste ‘natuurlijke’ geval vastgesteld in Somalië. In 1978 vielen nog twee dodelijke

slachtoffers – in een laboratorium in Birmingham ontsnapten virussen door een ventilatiekanaal. Een medisch fotograaf overleed, een besmette laborant pleegde zelfmoord.

In Nederland werd de systematische vaccinatie van baby’s al in 1975 afgeschaft. In mei 1980, tijdens een algemene vergadering van de Wereld Gezondheidsorganisatie, werd het officieel: de wereld had zichzelf bevrijd van de pokken. Plannen werden gemaakt om de laatste voorraden van het virus, diepgevroren in vloeibare stikstof in zes laboratoria over de wereld, in 1987 te vernietigen.

In Nederland bewaarde het toenmalige Rijksinstituut voor de Volksgezondheid (RIV) in Bilthoven op dat moment nog pokkenvirussen – het instituut had wereldwijd een vooraanstaande rol gespeeld bij het ontwikkelen en aanmaken van vaccin tegen de ziekte. De Nederlandse voorraad werd echter op 2 december 1981, onder politie-escorte, overgevlogen naar de Centers for Disease Control in de Amerikaanse stad Atlanta, in afwachting van de executie.

Gaandeweg ontstond echter weerstand tegen de voorgenomen vernietiging: wetenschappers wilden meer tijd om het virus te onderzoeken. De Wereld Gezondheidsorganisatie stemde toe: besloten werd om eerst de volledige genetische code van het virus – het grootste bekende virus, zelfs groot genoeg om te zien door een lichtmicroscoop – te ontrafelen. Toen dat project goed op gang was, werd een nieuwe deadline geprikt: 31 december 1993.

Sinds kort is de erfelijke code van het virus inderdaad volledig bekend. Driehonderd genen, opgebouwd uit 186.000 ‘lettertekens’, zitten opgeslagen in de computers van Amerikaanse onderzoekers – het bouwplan van het eens zo gevaarlijke virus kan nu worden uitgeprint op vijftien velletjes computerpapier. Theoretisch is het voortaan mogelijk om uit het niets een nieuw pokkenvirus te construeren. Of dat echt zou lukken weet niemand, want de – grote – klus is nog nooit gedaan. Maar afzonderlijke bestanddelen van het virus zijn te allen tijde na te maken – daarover bestaat geen twijfel.

De hoogste tijd dus om voor eens en voor altijd met het virus af te rekenen, zegt de Wereld Gezondheidsorganisatie – zolang er immers in Atlanta en Moskou, waar het Research Institute for Virological Preparations ook een voorraad aanhoudt, restanten pokkenvirus aanwezig zijn, blijft het gevaar op ontsnapping of misbruik bestaan. Toekomstige regeringen, of terroristen, zouden het virus kunnen inzetten als biologisch wapen. En mocht het virus onverhoopt toch nog opduiken, dan nog is het voor de bereiding van een vaccin niet nodig – daarvoor blijft immers het koepokvirus gewoon beschikbaar. Wel zouden de grote, dure voorraden vaccins eindelijk kunnen worden opgeruimd.

Geheime voorraden

Maar andermaal klonk drie weken geleden, tijdens een virologencongres in Glasgow, verzet tegen de definitieve oplossing. Tegenstanders van de vernietiging betogen dat niemand zeker weet of er, buiten de twee bekende opslagcentra, niet nog andere, geheime voorraden pokkenvirus bestaan – niet voor niets vaccineren landen als de Verenigde Staten, Rusland, Canada en Israël hun soldaten nog steeds tegen pokken. Bovendien, menen zij, is van te voren nooit te voorspellen waarom je het originele virus nog nodig zou hebben – misschien bestaat er over tien jaar wel behoefte om een nieuwe ziekteverwekker met het pokkenvirus te vergelijken. Wellicht rijst ooit zelfs het vermoeden dat de ziekte opnieuw is opgedoken, maar is voor een goede diagnose het oorspronkelijke virus noodzakelijk. ‘Nabouwen.’ zoals wordt voorgesteld, zou maanden kunnen duren, op een moment dat die tijd er eigenlijk niet is.

Het meest principiële argument tegen vernieting is, dat in een tijd waarin toch al veel soorten door menselijk toedoen van de aardbodem verdwijnen, het defintief verwijderen van een levensvorm een verkeerd signaal is.

In Glasgow kwamen de aanwezige virologen er niet uit. Daarom werd de executie opnieuw tot nader order uitgesteld. Op de komende algemene vergadering van de Wereld Gezondheidsorganisatie, die in mei 1994 wordt gehouden, moet de knoop opnieuw worden doorgehakt.

Van Nederlandse zijde zal tegen die tijd weinig moeite worden gedaan de discussie te beïnvloeden, zo wordt duidelijk uit de reacties van het ministerie van WVC. Het ministerie verwijst voor alle kwesties rond het pokkenvirus naar het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne (RIVM), de opvolger van de RIV. Maar ook daar is niemand meer te vinden die zich over de kwestie kan opwinden. “Het menselijk pokkenvirus is bij ons vooral een kwestie van vergelende oude boeken,” zegt dr A.D. Plantinga van het RIVM-laboratorium voor Levende Virusvaccins. “De mensen die daar indertijd een grote rol bij hebben gespeeld, zijn inmiddels met pensioen of overleden. Wat ons betreft is het vooral een academische kwestie, waar wij toch geen invloed op hebben. Wij maken ons hier meer druk over hoe het verder moet met het poliovirus.”

Related Posts