Menu Close

Clinton wil pokkenvirus bewaren

DRIE JAAR GELEDEN durfden alleen de Russen zich er openlijk tegen te verzetten. Maar sinds kort hebben de Amerikanen zich aan hun zijde geschaard: de feestelijke vernietiging van de allerlaatste pokkenvirussen op aarde, gepland voor 30 juni van dit jaar, moet worden afgeblazen. Wat de ceremoniële bekroning had moeten worden van een project dat meer dan dertig jaar geleden begon, zal tijdens de algemene vergadering van de Wereld-Gezondheidsorganisatie (WHO), eind deze maand in Genève, waar schijnlijk voor onbepaalde tijd worden uitgesteld.

Vernietiging van het pokkenvirus, zo liet de Amerikaanse regering onlangs weten, lijkt haar bij nader inzien toch niet verstandig. Want hoewel sinds 1977 geen enkele uitbraak van de pokken is gemeld, valt niet uit te sluiten dat de ziekte ooit toch weer de kop zal opsteken. In dat geval, menen de Amerikaanse president Clinton en zijn adviseurs, kan een voorraad levende virussen de sleutel zijn tot betere vaccins of behandelingen.

De angst van de Amerikanen geldt niet een spontane, natuurlijke wederopstanding van het virus. De ommezwaai is een direct gevolg van de groeiende angst voor biologische wapens. Sinds inspecteurs van de Verenigde Naties in de Iraakse woestijn raketkoppen met miltvuur-bacteriën aantroffen, zit de schrik er goed in. Geruchten over falende veiligheidsmaatregelen in de Russische opslagplaats van het pokkenvirus, en getuigen die zeggen het virus in een ander Russisch lab te hebben gezien, hebben het vertrouwen nog verder doen dalen.

Een aanval met biologische wapens, door een vijandige mogendheid of terroristen, is nog slechts een kwestie van tijd, denken Amerikaanse inlichtingendiensten. En het pokkenvirus geldt, samen met de miltvuur-bacil, voor zo’n aanval als de belangrijkste kandidaat.

Het pokkenvirus, dat zich verspreidt via besmettelijke zweren en de helft van zijn slachtoffers doodt, geldt als een van de gevaarlijkste ziekteverwekkers. Deze eeuw alleen al eiste het virus honderden miljoenen mensenlevens. De succesvolle campagne om de ziekte te bedwingen (begonnen in 1967 en tien jaar later voltooid) groeide uit tot het paradepaardje van de WHO.

De laatste jaren laaiden echter felle discussies op over het sluitstuk van de campagne: de vernietiging van de twee laatste, streng bewaakte voorraden van het virus — de een in Moskou, de ander in Atlanta, in de kelder van een gebouw van de Centers for Disease Control and Prevention (CDC). Drie jaar geleden stemden de meeste van de 190 bij de WHO aangesloten landen, met steun van veel wetenschappers, voor vernietiging op 30 juni. Zij meenden dat vernietiging van het intensief bestudeerde virus de beste garantie biedt tegen terugkeer van de ziekte. Elke ontsnapping zou immers rampzalige gevolgen hebben in een wereld waarin immuniteit tegen de ziekte niet meer bestaat.

Maar tegenstanders van vernietiging meenden dat, mocht het onverhoopt toch tot een uitbraak komen, een voorraad levende virussen van levensbelang kan zijn. Een rapport van een commissie van de Amerikaanse Nationale Academie van Wetenschappen, eind maart, deed de balans in hun voordeel omslaan. Met het vernietigen van de laatste levende virussen, concludeerde de commissie, gaat mogelijk onvervangbare wetenschappelijke informatie verloren.