Menu Close

Anonieme beller krijgt het moeilijk

EEN ANONIEME bommelding plaatsen bij 06-11, de politie telefonisch een anonieme tip geven – het zijn slechts enkele voorbeelden van zaken die over twee jaar niet meer mogelijk zullen zijn. Wanneer de PTT, zoals ze deze week bekendmaakte, in de eerste helft van 1995 de ‘automatische nummer-identificatie’ invoert, zal de beller moeten wennen aan het feit dat hij zijn identiteit en zijn lokatie automatisch aan de gesprekspartner prijsgeeft – zelfs nog voordat die de hoorn van de haak heeft opgenomen.

Met de invoering van de techniek volgt de PTT het voorbeeld van de Verenigde Staten, waar op sommige plaatsen al vijf jaar geleden Calling Line Identification werd geïntroduceerd. Ook andere Europese landen werken aan een vergelijkbaar systeem: Frankrijk begon vorig jaar al, Engeland start dit jaar een experiment en Zweden begint in 1994.

Dat de invoering in ons land zo lang op zich heeft laten wachten, heeft alles te maken met de gemengde reacties die de techniek in de VS heeft losgemaakt. Fel protest tegen de aantasting van de persoonlijke levenssfeer van de telefoneerder zorgde daar op veel plaatsen voor grote vertragingen. Nog steeds hebben niet alle vijftig Amerikaanse staten de techniek toegelaten.

Vanzelfsprekend

De bellende Nederlander ervaart het als vanzelfsprekend dat hij, wanneer aan de andere kant van de lijn wordt opgenomen, zijn identiteit niet direct bekend hoeft te maken. Dat geeft enerzijds de hijger de kans, die zijn pesterijen het liefst onverwachts en anoniem uitvoert, net zoals degeen die het leuk vindt om een brandweerwagen voor niets te laten uitrijden. Maar er zijn ook eervoller redenen om de identiteit niet direct prijs te geven: wie bij een winkel telefonisch informeert naar de prijs van een produkt, wenst later niet te worden teruggebeld met de vraag of de aanschaf al heeft plaatsgevonden. Wie bij de belastingdienst vraagt hoe de regels werken, wil niet dat zijn naam en telefoonnummer worden genoteerd.

Bij privé-telefoongesprekken is duidelijk te merken hoe in Nederland de beller het recht op anonimiteit wordt gegund. Terwijl een typisch telefoongesprek in de VS begint met ‘Hello?‘ / ‘Can I speak to mr X?‘ / ‘Who is calling?’, zijn in ons land de rollen omgedraaid: de gebelde wordt geacht zijn naam te noemen, waarna de beller de keus heeft die achter te houden. De gebelde heeft bovendien niet de mogelijkheid ongewenste telefoontjes onbeantwoord te laten.

In het telefoonverkeer heeft de beller, kortom, alle touwtjes in handen. Die scheve verhouding wordt geaccepteerd omdat de gebelde even later zelf een beller is. De moderne mens verkeert, zoals communicatiewetenschapper prof. dr J.J. van Cuilenburg het deze week op een PTT-Themadag verwoordde, in een voortdurend dilemma: iedereen wil ieder ander elk moment van de dag kunnen bellen, maar zou tegelijk elk moment willen kunnen beslissen wie er in zijn leven mag binnendringen.

Invoering van automatische nummeridentificatie zal een revolutionaire ommekeer in dit wankele machtsevenwicht kunnen inluiden.

De kern van de nieuwe techniek is eenvoudig. Wie over twee jaar de PTT maandelijks vijf tot tien gulden extra betaalt, krijgt tegelijk met het belsignaal het nummer van de aanvragende lijn meegestuurd. Na aanschaf van een speciaal toestel – in de VS verkrijgbaar vanaf zestig gulden – kan het nummer op een schermpje worden afgelezen terwijl de telefoon overgaat. Blijkt dat nummer te horen bij de chef of de schoonmoeder, dan kan besloten worden de hoorn gewoon niet op te nemen.

Met het voortschrijden van de computertechniek reiken de toepassingen zelfs nog veel verder. De apparatuur kan ongewenste nummers onthouden, zodat de telefoon niet eens meer overgaat. Bij afwezigheid binnenkomende telefoontjes kunnen na thuiskomst automatisch worden beantwoord. Een tevoren bepaald rijtje telefoonnummers kan worden doorgestuurd naar het vakantie- of visiteadres. Een hijger kan worden gelokaliseerd of – ook heel effectief – direct worden teruggebeld.

Ook voor het bedrijfsleven biedt de techniek grote kansen. Bedrijven kunnen bij een binnenkomend telefoontje in hun computer de naam en het dossier van de klant tevoorschijn toveren nog voordat de hoorn wordt opgenomen. Vaste klanten – of klanten in een ‘rijke buurt’ – kunnen met extra egards worden begroet, of snel naar de juiste medewerker worden doorgeschakeld. Door in de computer alle nummers op te slaan, kan een beeld worden verkregen van het cliëntenbestand – hoewel uit onderzoek blijkt dat het grootste deel van de telefoontjes met bedrijven vanaf de werkplek, en niet vanaf het woonadres wordt gepleegd. Bellers die het doorgeven van hun identiteit blokkeren, kunnen worden tegengehouden.

Voor de PTT zal het vooral spannend worden hoe groot die laatste categorie mensen zal zijn. Om heftig protest tegen de nieuwe techniek te voorkomen, krijgt iedereen gratis de mogelijkheid zijn telefoonnummer achter te houden. Dat kan via een blokkade ‘per aansluiting’, bijvoorbeeld bij abonnees met een geheim nummer, of via een blokkade ‘per gesprek’, aan te leggen door eerst een bepaalde toetscombinatie in te drukken. Alleen de politie of de alarmcentrale van 06-11 zou die blokkade kunnen omzeilen: een anonieme noodkreet of ontvoerder kan zo toch worden opgespoord. In de VS krijgen alarmcentrales bij binnenkomst van een melding automatisch het adres op het beeldscherm, aangevuld met een advies hoe dat adres het snelst kan worden bereikt.

Wanneer het grootste deel van de bellers tot een blokkade zal besluiten, is de nieuwe service tot mislukken gedoemd. Uit de ervaringen in de VS blijkt dat nummer-identificatie vooral door het bedrijfsleven wordt gebruikt: in New Jersey, waar de techniek vijf jaar geleden werd geïntroduceerd, is maar zeven procent van de privé-abonnees bereid om voor de informatie te betalen. Voor bedrijven heeft het echter weinig zin om in speciale apparatuur te investeren, wanneer de meeste bellers hun nummer hebben geblokkeerd.

In Californië, waar veertig tot zestig procent van de nummers geheim is, heeft het telefoonbedrijf om die reden van invoering van nummer-identificatie afgezien. In Nederland heeft nu ongeveer één op de vijf abonnees een geheim nummer, en dat aandeel groeit nog steeds. Door de discussie in een vroeg stadium op gang te brengen, en het publiek ook via uitgebreide voorlichtingscampagnes voor te bereiden, hoopt de PTT te kunnen voorkomen dat het nieuwe snufje op een fiasco uitloopt.

Related Posts