Menu Close

Ook onderzoek Buck verdient geen eerherstel

Heel even kon dr Henk Buck deze week genieten van zijn triomfantelijke wedergeboorte. Maar voor de tweede keer in vier jaar struikelde de oud-hoogleraar bij zijn jacht op de Nobelprijs. Eén vraag bleef nog open: staat het werk van Buck inderdaad aan de vooravond van een wetenschappelijke come-back?

Het Parool, 24 december 1993, p.27

HET HAD de fiere wederopstanding van dr Henk Buck moeten worden – de oud-hoogleraar die in 1990 van zijn voetstuk viel toen een door hem geroemde vinding bij nadere beschouwing niet eens bleek te bestaan. Maar andermaal verslikte de excentrieke chemicus zich deze week in zijn tomeloze ambitie. Zelfs in zijn laatste veilige haven – het warme, eerbiedwaardige nest van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen – is hij niet meer welkom. Door in de al beoordeelde versie van een artikel in het geniep een aanval in te voegen op zijn vroegere medewerker, maakte Buck de Akademie zelf immers een beetje minder eerbiedwaardig.

Dat de bijna uitgedoofde Buck/Goudsmit-affaire deze week weer hevig oplaaide, kwam voor een belangrijk deel door de inspanningen van een verslaggever van de tv-actualiteitenrubriek Nova – dezelfde verslaggever die Buck in april 1990 de verwachting liet uitspreken dat ‘aids binnen twee jaar de wereld uit zal zijn.’

‘Opmerkelijke nieuwsfeiten’ en ‘nieuwe ontwikkelingen’ tonen aan, aldus Nova afgelopen maandag, dat de vinding van Buck langzaam maar zeker in ere wordt hersteld. De rehabilitatie van de gevallen hoogleraar zou daarmee een feit zijn – en daarmee dus ook een beetje die van Nova zélf.

De Buck/Goudsmit-affaire begon aan het eind van de jaren tachtig in Eindhoven. Net als vele andere wetenschappers zocht Buck naar een manier om schadelijk erfelijk materiaal – zoals dat van een binnengedrongen virus – het zwijgen op te leggen door er een spiegelbeeldig stukje DNA tegenaan te plakken. Dat zoiets kon was al vaak aangetoond. Voor gebruik als medicijn was echter meer nodig: lange stukken DNA die scheikundig zodanig zijn veranderd, dat ze de cel en zijn kern kunnen binnendringen. Verschillende methoden daarvoor waren in ontwikkeling.

Buck – van huis uit theoretisch-chemicus – bedacht dat je DNA ook moest kunnen bedekken met methylfosfaat-groepen. Het enige probleem was: hoe zet je deze gedachte om in een bruikbare stof? Want ‘fosfaat-gemethyleerd DNA’, zoals het eindprodukt moest heten, was bijzonder instabiel.

De methode die Buck bedacht faalde aan alle kanten, merkten zijn promovendi. Kleine stukjes DNA waren nog wel te methyleren, maar wanneer ze langer werden – en voor medische toepassingen zijn flinke stukken nodig – vielen de methylfosfaat-groepen er even hard weer af. Buck weet de tegenslagen aan een negatieve instelling van zijn promovendi of aan samenzweringen van de aan Organon gelieerde bijzonder hoogleraar dr Stan van Boeckel: hij besloot ze te negeren. In de reageerbuizen moest het procédé worden toegepast alsof er niets aan de hand was, en hij stuurde de monsters, zonder te kijken wat er in zat, naar dr Jaap Goudsmit in het AMC. Die constateerde remming van het aidsvirus, verzuimde de juiste controleproeven te doen en sterkte Buck in zijn geloof dat hij op het juiste spoor zat.

Metingen in een NMR-apparaat, die leken aan te tonen dat het fosfaat-gemethyleerde DNA zich stevig hechtte aan zijn spiegelbeeld, completeerden het beeld – de resultaten gingen voor publikatie naar de Verenigde Staten.

Al daags na de publikatie reageerde de chemische wereld verbaasd op het artikel, omdat de werking werd beschreven van een stof waarvan het bestaan niet was aangetoond. Hoogopgelopen spanningen in de vakgroep van Buck kwamen erdoor tot een uitbarsting.

Onderzoekscommissies van de TU in Eindhoven toonden twee dingen aan: ten eerste dat Buck nooit had gecontroleerd wat hij had gemaakt. Nadere analyse gaf aan dat Bucks procédé alleen maar bijprodukten opleverde; voorzover meetbaar zaten er helemaal geen – nul komma nul – lange stukken fosfaatgemethyleerd DNA in. Wat de NMR-metingen betreft werd Buck verweten dat hij grote delen van de grafieken, die feitelijk wezen op ernstige vervuiling van zijn ‘middel’, had genegeerd – een praktijk die volgens de commissie ‘zeker grenst aan vervalsing’. Maar, stelde de commissie twee zinnen eerder: het gepubliceerde NMR-spectrum zelf was niet vervalst.

De tweede conclusie was niet van wetenschappelijke aard: Buck had zich gediskwalificeerd als leider van een onderzoeksgroep door op onwelgevallige uitkomsten te reageren met intimidatie van zijn medewerkers – wie zich niet naar zijn nukken voegde, kon rekenen op ontslag. Vele medewerkers hadden zelf inmiddels de wijk genomen, de rest wachtte alleen op een kans. De situatie was, kortom, onhoudbaar. Het universiteitsbestuur verzocht Buck daarom vervroegd met pensioen te gaan.

Dat Buck bezig is aan een indrukwekkende come-back baseerde Nova deze week met enig bombast op vijf keiharde ‘feiten’.

Feit 1: ‘De prestigieuze KNAW komt deze week met twee artikelen waarin Buck zijn werk met fosforgemethyleerd [sic] DNA nog eens uiteenzet,’ aldus Nova. Geheel ten onrechte leiden de makers hieruit af dat de Akademie met de publikatie heeft besloten Bucks onderzoek alsnog van wetenschappelijke steun te voorzien. De oud-hoogleraar heeft sinds zijn vertrek uit Eindhoven nog herhaaldelijk gebruik gemaakt van zijn recht in de Proceedings van de KNAW te publiceren. Daarbij ging het steeds om stukken waarin hij zijn oude werk herkauwde – zonder laboratorium had hij natuurlijk ook weinig keus. Zo overvloedig stuurde Buck manuscripten in, dat de redactie ‘er wel eens ziek van werd,’ zoals Akademie-secretaris dr K. Vrieze zich deze week liet ontvallen.

Die uitspraak verdraagt zich slecht met de stelling van Nova dat ‘Buck nog steeds een gerespecteerd lid van de prestigieuze Akademie is.’ Belangrijker is dat voortzetting van het lidmaatschap geen grote verdienste is: de KNAW benoemt leden voor het leven, en kent geen royement – ook niet voor leden die hun artikelen, nadat ze door referees zijn beoordeeld en van commentaar voorzien, stiekem uitbreiden met een fraude-beschuldiging aan het adres van een oud-medewerker – paradoxaal genoeg om het eigen blazoen van frauduleus handelen schoon te wassen.

Feit 2: De universiteit zou, aldus Nova, Buck in het diepste geheim hebben gerehabiliteerd via een niet geopenbaarde overeenkomst. Dat die overeenkomst bestond, was overigens allerminst geheim. En uit de tv-beelden zelf bleek dat de inhoud van het document niets toevoegde aan een volstrekt bekend gegeven: ‘Aan het universiteitsbestuur zijn geen bewijzen bekend (..) die Buck als een vervalser aanmerken.’ Wel bleek Buck bij de schikking een financiële tegemoetkoming’ te hebben gekregen ter dekking van ‘immateriële schade uit ondervonden aanmerkelijke smart en leed en uit aanzienlijke aantasting in eer en goede naam cq. reputatie.’ Dat daaruit geen enkele vorm van eerherstel of rehabilitatie voor Buck mag worden afgeleid, verklaarde de universiteit deze week nog eens heel nadrukkelijk. “De formulering in de ‘akte van dading’ is heel bewust gekozen, en de heer Buck weet verdomd goed dat het niet betekent dat hij door de universiteit is gerehabiliteerd. Wanneer hij dat desondanks zo naar buiten brengt, dan betekent dat dat hij de overeenkomst bewust verkeerd interpreteert,” aldus deze week een woordvoerder van de Eindhovense universiteit.

Het Parool, 24 december 1993, p.31

Feit 3: In Europa is octrooi toegekend op Bucks fosfaatgemethyleerde DNA – in Amerika loopt de aanvraag nog. Het laatste geeft precies aan waar het probleem zit, zegt desgevraagd dr Leo Koole, naast Buck de enige mede-eigenaar van het octrooi. Na de gebeurtenissen van 1990 deed dr Marcel van Genderen, nu door Buck van fraude beschuldigd, vrijwillig afstand van zijn rechten op het octrooi, omdat dat af en toe ‘contacten met Buck noodzakelijk zou maken’ – contacten waarin hij geen trek meer had. Koole maakt er geen geheim van dat de onderbouwing van de octrooiaanvraag zacht gezegd rammelde – simpelweg omdat er na het fiasco in Eindhoven nauwelijks betrouwbare experimentele gegevens overbleven. Bij de Europese octrooiraad was dat echter geen probleem: een idee hoeft hier niet door harde bewijzen te worden gestaafd. In de VS ligt dat anders – reden waarom de aanvraagprocedure daar tot stilstand is gekomen.

De octrooitoekenning aanvoeren als wetenschappelijke steun voor het werk van Buck is dan ook onzinnig, meent Koole. “De enige reden dat ik in dat octrooi geïnteresseerd ben, is dat het onze laatste kans is dat er ooit nog iemand naar het idee zal kijken. Experimenten zullen alleen nog kunnen plaatsvinden met geld van de industrie, en die begint er zeker niet aan wanneer het principe niet goed is beschermd.”

Kort geleden meldde zich inderdaad – feit 4 – een farmaceutisch bedrijf dat overweegt enkele proeven met fosfaatgemethyleerd DNA uit te voeren. Welk bedrijf dat is wil Koole niet zeggen, wel dat het om een Italiaanse firma gaat. Voorlopig is er alleen nog papier – van proeven is geen sprake, laat staan van resultaten die Bucks werk nieuwe glans geven,

Afgaand op dr J.H. van Boom, hoogleraar organische chemie in Leiden en destijds de eerste die publiekelijk twijfelde aan de kwaliteit van Bucks werk, kan de firma zich de moeite echter besparen. Via de wandelgangen van wetenschappelijke congressen weet Van Boom van verscheidene onderzoekers die Bucks procédé in hun eigen laboratoria hebben nagedaan. Uit het feit dat daar in de wetenschappelijke literatuur niets van is terug te vinden, kan volgens Van Boom met een gerust hart worden geconcludeerd dat die pogingen op niets zijn uitgelopen.

De laatste troef (feit 5) van Nova betreft een brief die Buck kreeg van dr Leo Koole – ‘de medewerker die zich in 1990 als eerste van hem distantieerde en ontslag nam’. In de brief zou Koole aan Buck alle steun hebben toegezegd. Ten onrechte, zegt Koole, werd daarmee de suggestie gewekt dat hij tot inkeer is gekomen, en nu ‘vierkant achter Buck zou staan’. Koole: “Dat is niet zo – daarvoor is er veel te veel gebeurd. De bezwaren die ik destijds tegen zijn optreden had, vooral de manier waarop hij naar buiten trad, heb ik nog steeds.” Koole, die nu werkt aan de Rijksuniversiteit Limburg, onderhoudt alleen nog schriftelijk contact met zijn voormalige hoogleraar, en dan alleen nog wanneer zijn bemoeienis met de octrooiprocedures noodzakelijk is.

Wie het slagveld overziet kan niet anders dan concluderen dat het onderzoek van Buck er in even zorgwekkende toestand bij ligt als waarin het drie jaar geleden werd achtergelaten. Het idee om DNA met methylfosfaten te beplakken blijft op zich interessant, net als die vele andere manieren om DNA aan te passen die wereldwijd worden uitgeprobeerd. Het probleem is, dat daar ook nooit iemand aan heeft getwijfeld. Het wachten was – en is – alleen op iemand die dat leuke idee in een laboratorium weet om te zetten in chemische daden.

Related Posts