Menu Close

Chemici: aidsremmer is onduidelijk mengsel

Collega’s vinden dat professor Buck veel te veel ‘fanfare’ heeft gemaakt

AMSTERDAM – De Eindhovense hoogleraar Buck kan niet weten welke stof verantwoordelijk is voor het blokkeren van het aids-virus. Hij beschikt op dit moment alleen maar over ‘een onduidelijk mengsel’.

Het Parool, 19 april 1990, p.1

Deze beschuldiging uit Bucks naaste collega aan de Technische Universiteit Eindhoven, prof. dr. C.A.A. van Boeckel. Ook andere chemici buiten de vakgroep van Buck vinden dat met de gebruikte methoden onmogelijk een voldoende zuivere stof kan worden geproduceerd. Volgens hen zou de basis van het vorige week met veel vertoon naar buiten gebrachte onderzoek daarmee wankel worden, omdat niet duidelijk is welke chemische verbindingen verantwoordelijk zijn geweest voor het waargenomen effect: de afremming van de verspreiding van virus-DNA.

Afgelopen zaterdag uitte de Leidse hoogleraar dr J.H. van Boom, deskundige op het gebied van de synthese van DNA, in deze krant als eerste grote twijfels over het onderzoek van Buck. Diens collega-hoogleraar organische scheikunde in Eindhoven, prof. Van Boeckel, heeft zich daarna in twee brieven tot het bestuur van de Technische Universiteit gewend.

In die brieven meldt hij van mening te zijn dat Bucks stoffen ‘verdacht’ zijn en dat er nooit zo veel ‘fanfare’ rond het onderzoek gemaakt had mogen worden. Ook dringt hij er op aan dat rapporten over de zuiverheid van de gebruikte stof openbaar worden gemaakt.

Bovendien schrijft hij zich naar aanleiding van de gebeurtenissen ‘op korte termijn te beraden op zijn positie’ als hoogleraar van de Eindhovense universiteit.

De tweede auteur van het artikel in Science, Bucks medewerker dr L.H. Koole, heeft zich gisteren ziek gemeld. Ook hij overweegt nog ontslag te nemen. Datzelfde geldt ook voor een van de bij de vakgroep werkzame promovendi, die uit eigen onderzoek heeft geconcludeerd dat de synthese-methode van Buck niet deugdelijk zou zijn.

Naast de inhoudelijke onenigheid over de zuiverheid van de gemaakte stof bestaat ook onvrede over het feit dat Buck in de publiciteit ten onrechte alle aandacht naar zichzelf zou hebben toegetrokken. Ook de manier waarop de onderzoeksresultaten door Buck sterk zouden zijn opgeblazen heeft in delen van zijn eigen vakgroep voor irritatie gezorgd.

Aan de universiteit van Eindhoven zwijgen de betrokkenen intussen in alle talen. Alle medewerkers verwijzen, ook voor inhoudelijke vragen over het wetenschappelijke onderzoek, naar vakgroepsvoorzitter Buck. Die bleek vanochtend echter niet bereid commentaar op de beschuldigingen te geven.

Of de stof voor negentig tot honderd procent zuiver is, zoals Buck beweert, of voor hooguit een klein percentage, zoals zijn scheikundige collega’s vermoeden, blijft dan ook nog onduidelijk.

De Amsterdamse hoogleraar dr J. Goudsmit, die verantwoordelijk was voor het bepalen van een geschikte plek op het virus- RNA en het testen van de gevonden stof, is niet onder de indruk van de kritiek van Bucks collega’s. Volgens hem blijft overeind staan dat de stof, hoewel misschien niet in honderd procent zuivere vorm, toch werkzaam is gebleken op menselijke cellen. Hij stelt zich dan ook op achter zijn Eindhovense collega Buck.

Het Parool, 19 april 1990, p.3

Buck meldde een week geleden samen met de Amsterdamse hoogleraar dr J. Goudsmit succes te hebben geboekt bij het maken van speciale stukjes DNA, die virus-DNA in menselijke cellen kunnen blokkeren. Het gemodificeerde’ DNA zou gemakkelijk de cel kunnen binnendringen, ongevoelig zijn voor stoffen die het zouden kunnen afbreken en zich stevig vasthechten aan het virus-DNA.

Volgens Van Boeckel is het echter met de door Buck gebruikte synthese-methode onmogelijk om een zuivere stof te verkrijgen.

Prof. Van Boeckel, als deeltijdhoogleraar organische chemie verbonden aan dezelfde vakgroep als Buck: “In feite bestaat zijn mengsel uit gewoon DNA, met af en toe een methylgroep. Het is onjuist dat Buck steeds spreekt over ‘mijn stof, terwijl hij niet eens weet wat hij in handen heeft.”

Strijd

Van Boeckel werkt een dag per week als hoogleraar in Eindhoven. Voor het overige is hij verbonden aan Organon te Oss. Volgens ingewijden speelt op de achtergrond een strijd om octrooien tussen Van Boeckel en Buck, zodat van Boeckel er belang bij zou kunnen hebben het werk van Buck in een geringer daglicht te stellen. Van Boeckel werkt aan een soortgelijke methode om DNA te veranderen als Buck.

‘Een rommeltje’

Normaal gesproken stellen organisch-chemici een stof pas beschikbaar voor verder onderzoek wanneer precies beschreven is waaruit de stof, of in sommige gevallen het mengsel, bestaat. Prof. Van Boom: “De stof hoeft niet per se honderd procent zuiver te zijn, maar dan moet wel precies bekend zijn wat er nog meer in zit.” Volgens hem levert de produktie-methode van Buck echter niet meer dan ‘een rommeltje’ op. Noch hij, noch Van Boeckel of andere betrokken medewerkers hebben tot nu toe inzage kunnen krijgen in de rapporten van Bucks zuiverheidsanalyses.

Gebruikelijk is dat dergelijke verslagen in scheikundige vakbladen worden gepubliceerd. Zolang niet duidelijk is welke stoffen het mengsel allemaal bevat, zijn uitspraken over welke stof de verspreiding van het aids-virus zou stoppen zuiver speculatief.

Na een onderhoud tussen Buck en een derde hoogleraar scheikunde bij de vakgroep, prof. dr E.M. Meijer – waarin de jongste gegevens over de zuiverheid van de stof onderwerp van gesprek zouden zijn geweest – worden vanuit Eindhoven geen wetenschappelijk inhoudelijke mededelingen meer aan de pers verstrekt.

De TNO-viroloog H. Schellekens wijst er op dat antivirale middelen over het algemeen op dertig tot veertig verschillende manieren worden getest, en vaak nog door meer dan een laboratorium. In dit geval werd er echter tot werkzaamheid besloten na proeven op slechts één soort cel. “De bewering over de activiteit is niet anders dan een gok”, aldus Schellekens.

Zonder reserve

De Amsterdamse viroloog prof. dr. J. Goudsmit schaart zich zonder reserve achter de vinding van Buck. “De spullen die ik van Buck heb gekregen, zijn prima, en ik heb geen enkele reden om aan zijn werk te twijfelen. Ik stel toch ook mijn kwaliteitseisen? We hebben het vergeleken met gewoon DNA en met willekeurig gemethyleerd DNA, en Bucks DNA is hoogst specifiek. Het doet wat het moet doen, de lading is eraf, en het is gemethyleerd. Mij kan het verder niet schelen wie het stofje maakt, als ik er het virus maar mee te pakken krijg, en daar gaat het om. Als iemand anders het beter kan, dan haal ik het daar wel, maar Buck heeft goed werk geleverd.” Goudsmit haast zich echter eraan toe te voegen dat hiermee nog geen anti-aidsmiddel is gevonden. “Ik voorzie nog problemen genoeg, maar die liggen niet op dit terrein.”

Related Posts