Menu Close

Een ‘aids-medicijn’ vol haken en ogen

Na alle commotie rond het onderzoek naar een mogelijke bestrijdingswijze van het aidsvirus blijven er grote vragen open. Heeft de Eindhovense chemicus Buck nu echt een onzuiver middel gegeven aan de viroloog Goudsmit? En zo ja, is dat werkelijk zo erg als andere, wellicht jaloerse, chemici beweren? En ten slotte: wat is de invloed van het Grote Geld?

Het Parool, 21 april 1990, p.21

BIJ HET ONTWIKKELEN van een medicijn hebben onderzoekers een lange weg te gaan. Om te beginnen moet een stof bedacht worden door een theoretisch scheikundige. De synthetisch scheikundige ontwikkelt dan een manier om dat stofje ook echt te maken, waarna biologen kunnen beginnen met het uittesten ervan op losse cellen. Ze kijken of het middel werkt, en of er daarnaast schadelijke bijwerkingen zijn. Bij elke volgende stap – van cel naar muis, van muis naar aap, aap naar mens – kan het mis gaan: één opdoemend probleem kan onoverkoombaar blijken, waarmee het spoor naar een medicijn doodloopt. Dat lot trof al menig potentieel aids-medicijn.

Wanneer het stofje dat wordt uitgetest niet helemaal zuiver is, moet alleen nog uitgezocht worden of de ‘verontreinigingen’ niet ook bijwerkingen hebben.

Bedenker

Wanneer de ‘affaire-Buck’ wordt geplaatst tegen de achtergrond van dit ideale traject vervult de van huis uit theoretisch scheikundige Buck de rol van de bedenker van het stofje. Hij beredeneert hoe speciaal aangepast DNA in principe de werking van een stukje erfelijk materiaal zou kunnen blokkeren.

Zijn synthese van het stofje verloopt echter moeizaam. De methode die Buck gebruikt om zijn DNA-moleculen volledig vol te plakken met methylgroepen (te methyleren) blijkt wat ruw: bij de chemiche bewerking vallen er weer methylgroepen af. Een promovendus die de methode onderzoekt concludeert dat na de produktie van Bucks stof waarschijnlijk nog maar 4 procent van het DNA volledig gemethyleerd zal zijn. In de rest van het mengsel ontbreken aan de DNA-moleculen een of meer methylgroepen.

Buck wil zich door deze tegenslag echter niet laten ophouden. Hij gaat op zoek naar een bioloog die het principe in de praktijk wil uitproberen. De ziekte aids ligt daarbij sterk voor de hand.

Honderd kilometer verderop leert de viroloog Goudsmit langzamerhand het RNA van het aids-virus op zijn duimpje kennen. Hij selecteert een paar plekjes op het zich steeds veranderende RNA die niet alleen redelijk stabiel zijn, maar door hun plaats ook gemakkelijk met chemicaliën te blokkeren zouden zijn. Het wachten is op een chemicus die hem DNA levert dat daar ook echt in slaagt.

De haast van beide onderzoekers is niet verwonderlijk: Er staan niet alleen miljoenen aids-patiënten en seropositieven in de rij, er zijn ook enorme financiële belangen in het spel. Die haast brengt beide onderzoekers er toe hun krachten te verenigen op een moment dat daar normaal gesproken nog even mee gewacht zou worden. Nog voor Buck een betere synthese-methode heeft ontwikkeld worden de eerste testen op gekweekte menselijke cellen losgelaten.

Ondertussen gaat Bucks deeltijd-collega Van Boeckel met zijn promovendus aan de slag om wel een betere synthesemethode te ontwerpen. Van Boeckel is vier dagen per week in dienst van het farmaceutische bedrijf Organon. De relatie tussen Buck en Van Boeckel bekoelt, omdat de laatste via een omweg Buck te snel af zou kunnen zijn. Daardoor zou het octrooi op een eventueel werkend middel Buck en zijn Technische Universiteit voorbij kunnen gaan, en in handen komen van Van Boeckels Organon.

Specifiek

De testen van Buck en Goudsmit op gekweekte menselijke cellen verlopen succesvol. Enthousiast constateren beiden dat het mengsel precies doet wat ze elk hadden gehoopt. In cellen die geïnfecteerd worden met het aids-virus èn hun mengsel wordt het virus-RNA niet meer afgelezen. Wanneer het mengsel wordt toegediend aan cellen waarin het virus al was ingebouwd, houdt de produktie van nieuw virus-materiaal op. Het effect treedt niet op wanneer gewoon DNA of willekeurig gemethyleerd DNA wordt getest. Het mengsel werkt ook zeer ‘specifiek’ alleen op virus-RNA.

Beide onderzoekers beschouwen dit resultaat, elk vanuit de eigen achtergrond, als een doorbraak. Buck concludeert dat het stofje inderdaad werkt zoals hij als chemicus – met prachtige plaatjes op computerschermen – heeft voorspeld.

Goudsmit constateert op zijn beurt dat het door hem uitgezochte stukje virus-RNA inderdaad geschikt blijkt om op zo’n manier geblokkeerd te worden. Of dat uiteindelijk met Bucks stofje of met een ander vergelijkbaar stofje gebeurt, is voor hem niet zo belangrijk. Wat telt is dat wat hij als viroloog theoretisch had bedacht, in de praktijk blijkt te werken.

De twee onderzoekers sturen het verslag van hun onderzoek op naar het grote wetenschappelijke tijdschrift Science. De deskundigen daar zijn het met hen eens: hier is een belangrijke nieuwe weg ingeslagen.

Kritiek

De kritiek die na enkele dagen losbarst concentreert zich op twee verschillende zaken. Chemici als de Leidse hoogleraar Van Boom en na hem ook Van Boeckel luiden in het openbaar de noodklok. Hun bezwaar geldt de haastige manier waarop Buck zijn stof in elkaar heeft geknutseld. Zij vinden dat hij de zeden van zijn vak overtreedt door niet te wachten tot hij precies weet wat hij in handen heeft, maar al van start te gaan met een mengsel waarvan de samenstelling nog niet bekend is. Volgens hen concludeert Buck veel te snel dat het door hem ontworpen stofje de blokkade wel zal veroorzaken. Het zou immers ook best een van de vele andere stukken DNA in het mengsel kunnen zijn?

In het Science-artikel wordt over een mogelijke onzuiverheid van de stof niet gesproken. Ook tegenover kranten zwijgt Buck in alle talen als hem wordt gevraagd op de kritiek te reageren. Daarmee laadt hij de verdenking op zich inderdaad iets te verbergen te hebben. De suggestie ontstaat dat het onderzoek niet deugdelijk zou zijn.

In werkelijkheid hebben de chemici zich steeds gerealiseerd dat nog niet gewerkt werd met één stof, maar met een mengsel waarin talloze DNA-varianten in min of meer gemethyleerde vorm aanwezig waren. Niet voor niets hadden zij de werking van het mengsel niet alleen vergeleken met ongemethyleerd DNA, maar ook met DNA waaraan op willekeurige plaatsen methylgroepen gehecht waren.

De overwegingen om niet eerst te wachten tot een volledig zuivere vorm van fosfaat-gemethyleerd DNA beschikbaar was zijn voor discussie vatbaar. Doorslaggevend voor de onderzoekers is in ieder geval geweest dat zij in een vroeg stadium een indruk wilden hebben of hun methode tot succes zou kunnen leiden. Nu die indruk positief is hopen ze dat chemici uit de hele wereld alle moeite zullen doen om zo snel mogelijk uit te zoeken welke DNA-variant het nu precies geweest is.

Hersenen

Meer voorspelbare kritiek kwam van onder andere mede-auteurs van het Science-artikel, J. Goudsmit en L.H. Koole. Zij verweten Buck te optimistisch te zijn over de uiteindelijke ontwikkeling tot een medicijn. Daar wachten grote hindernissen, zoals het bereiken van geïnfecteerde cellen in de hersenen.

Wetenschappelijk gezien blijft het onderzoek van Buck en Goudsmit grote perspectieven bieden. Het is voor het eerst dat een speciaal ontworpen middel zo effectief lijkt tegen het aids-virus.

De bedenkelijke manier waarop Buck heeft geprobeerd via het wekken van overspannen verwachtingen geld los te peuteren bij de overheid heeft onder aids-patiënten veel leed berokkend. Maar dat ook critici als Van Boeckel niet twijfelen aan de grote mogelijkheden, mag blijken uit het feit dat hij na zijn vertrek uit Eindhoven het onderzoek bij Organon met verhoogde prioriteit zal voortzetten. Garanties zijn echter, hoe dan ook, niet te geven.

Related Posts