Menu Close

Nuis vertedert met voorstelling in eigen circus

Ondanks een dikke stapel adviesrapporten trekt staatssecretaris Nuis de komende maanden door het land om te debatteren over ingrepen in het hoger onderwijs. In zijn voetspoor reizen ambtenaren mee, om de ‘instabiele’ Nuis voor al te grote ongelukken te behoeden.

VAN MEET AF aan heeft hij zich erop verheugd: staatssecretaris Nuis van hoger onderwijs was altijd al meer een prater dan een doener. Op het moment dat de discussie over een nieuw stelsel van hoger onderwijs de meeste deelnemers al lichtelijk de keel uithangt, gaf Nuis deze week het startschot voor zijn eigen Grote Open Debat: zeventien bijeenkomsten in het hele land, waar telkens veertig genodigden met hem en elkaar in discussie kunnen gaan over de noden en behoeften van het hoger onderwijs.

Scholieren en studenten, docenten en directeuren, werkgevers – iedereen praat mee. Aan de omvang van deze inspraakronde kan zelfs die voor de uitbreiding van Schiphol niet tippen. Er zijn slechts twee beperkingen: de uniforme cursusduur van vier jaar is uit de tijd en de gemiddelde verblijfsduur van studenten moet een halfjaar omlaag.

Niet iedereen is overtuigd van de waarde van het rondtrekkende ‘Circus-Nuis’. Betwijfeld moet immers worden of er, na de tien adviesrapporten die de laatste maanden van alle kanten over Nuis zijn uitgestrooid, nog veel nieuws te horen zal zijn. Van de vereniging van universiteiten tot en met de Landelijke Studentenvakbond, van de gezamenlijke werkgeversorganisaties tot de Groningse commissaris der Koningin Henk Vonhoff – iedereen lijkt nu zijn zegje over het thema wel te hebben gedaan.

Bij de opening van de eerste bijeenkomst, afgelopen woensdag in Arnhem, zei mr O. Brouwer, Hbo-raad-bestuurder en voorzitter van één van de tien adviescommissies, dat de benaming Circus-Nuis niet ‘spottend’ was bedoeld, maar vertederd. Dat woord lijkt de gevoelens van de betrokkenen goed te beschrijven. Niet dat Nuis zich dus geen zorgen meer hoeft te maken – een dodelijker qualificatie dan ‘vertederd’ voor een staatssecretaris die een ingrijpende reorganisatie van het hoger onderwijs zegt voor te bereiden, is moeilijk denkbaar.

Dat Nuis zo graag het land in wil, verklaart hij zelf uit een sterke behoefte de ‘kring van zijn gesprekspartners te verbreden. De staatssecretaris voelt zich kennelijk afgeschermd van de gewonemensenwereld, en probeert met de discussies dat cordon te doorbreken.

Misschien was het daarom dat de gebruikelijke gesprekspartners van Nuis – ambtenaren van het onderwijsministerie, vertegenwoordigers van universiteiten en hbo-instellingen – niets voor het circus voelden. Maar nu het toch rondtoert, hebben ze bereidwillig zitting genomen in een ‘stuurgroep’ die de toernee in goede banen moet leiden. Dat betekent onder meer: de bekende standpunten nog eens handzaam samenvatten, de toestand in tabellen en grafleken helder presenteren en zorgen voor verse koffie en een goede geluidsinstallatie.

Maar de goede zorgen gaan verder. Tijdens de bijeenkomst in Arnhem waren onder de genodigden toch weer opvallend veel oude bekenden te bespeuren: Ir R.J. de Wijkerslooth, directeur-generaal bij het ministerie van OCW; Ir. W.C.M, van Lieshout, voorzitter van de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU) en dr F.E.H, van Eijkern, directeur van diezelfde VSNU.

Navraag leerde, dat de stuurgroep op het laatste moment had besloten de groep discussianten toch met ambtelijke deskundigen uit te breiden. “Om te voorkomen dat er te weinig inbreng van voldoende niveau zou zijn,” verklaart een lid van de stuurgroep. Daarin schuilt namelijk een groot gevaar: de staatssecretaris – ‘een emotioneel, instabiel mens zonder strategisch inzicht,’ aldus het stuurgroeplid – zou zich in het vuur van het debat kunnen later verleiden tot onverantwoorde uitspraken. “Als Kamerlid kun je van alles roepen, maar de staatssecretaris heeft onvoldoende door dat hij dat als bewindspersoon niet meer kan doen. Als hij zich even laat meeslepen en roept dat een studie rechten best in 3,2 jaar zou kunnen, dan staat dat morgen in alle kranten.” Mocht dat nu toch gebeuren, dan staat een ambtelijke bewakingsdienst paraat om het beeld onmiddellijk te corrigeren.

De bewindspersoon Nuis hield zich in Arnhem echter keurig op de vlakte. De wenkbrauwen van zijn ambtenaren fronsten hooguit even toen hij dreigde ‘zijn verantwoordelijkheid te zullen moeten nemen’ als het debat niets oplevert. “Dan zal ik zelf studies moeten aanwijzen die korter kunnen,” zei Nuis – een vooruitzicht waarvan zijn ambtenaren gruwen, omdat het geheel in tegenspraak zou zijn met de lijn die onder minister Ritzen al jaren geleden is ingezet: de overheid moet zich alleen afvragen hoeveel geld ze spendeert, maar zich niet meer in detail bemoeien met wie, waar, wat en hoe lang studeert.

Ook over de te verwachten eindconclusie, op Prinsjesdag te presenteren in een nieuw Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan, hulde Nuis zich nog in een gepast stilzwijgen. Natuurlijk wordt gefluisterd dat de staatssecretaris nog steeds toe wil naar het Angelsaksische model, dat hij zelf mede in het regeerakkoord liet opnemen. In de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid, die pleit voor een driejarige ‘academische vorming’ met daarna een scherpe selectie voor tweejarige beroepsopleidingen, heeft hij daarvoor de enige medestander gevonden.

De tegenwind vanuit universiteiten, hogescholen en werkgevers is echter straf. Geen van de adviezen uit die contreien ziet heil in grote aantallen academici met een studie van drie jaar. In het hbo zou het soms kunnen, maar alleen als de arbeidsmarkt daar nadrukkelijk om vraagt. Hooguit moet, om de kosten te drukken, de selectie in de propaedeuse wat strenger, misschien aangevuld met een ‘extra selectiemoment’ na het tweede cursusjaar. Ook zou de begeleiding wat strakker mogen, en zouden langstudeerders meer zelf kunnen betalen. Uit het feit dat het Angelsaksische model in de eerste onderwijsbegroting plotseling was teruggebogen in ‘continentale richting’, kan bovendien worden afgeleid dat ook minister Ritzen voor deze zwaai weinig voelt.

Nuis zou zich, met alle adviezen en cijfers keurig op een rijtje, inmiddels met een gerust hart in zijn schrijfkamer kunnen terugtrekken om het eerste soepel geschreven Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan op papier te zetten. Maar nog steeds, vertrouwde hij een verslaggever van het ANP toe, “komt het voor dat twee tegenstrijdige ideeën mij beide aanspreken.” Met het Circus-Nuis stelt hij het moment van de waarheid nog even uit- En natuurlijk heeft de uitgebreide discussie nog een voordeel: tegen de tijd dat de staatssecretaris straks met zijn plan naar buiten komt, heeft zelfs de meest volhardende tegenstander uitgeput afgehaakt.