Menu Close

Controle Amerikaans genvoedsel faalt

Staatscourant, oktober 2000

Meer dan een half miljoen ton afgekeurde genetisch gemanipuleerde mais verdween de afgelopen maanden toch in de Amerikaanse voedselketen. Het roept de vraag op of de controle op genetisch veranderde gewassen aan de sector zelf kan worden overgelaten.

WASHINGTON — Het begon met een kleine persconferentie van een actiegroep, eind september in Washington DC: in een pak taco-schelpen had een door de milieu-activisten ingeschakeld testbureau DNA aangetroffen van een voor menselijke consumptie afgekeurde maisvariant.

Heel even nog werd de melding door de Amerikaanse voedselindustrie afgedaan als een door fanatieke biotech-tegenstanders opgeklopt verhaal, waarschijnlijk vals alarm. Maar inmiddels heeft de affaire zich als een olievlek over het land uitgebreid. Grote hoeveelheden verboden mais blijken hun weg te hebben gevonden naar de Amerikaanse voedingsmiddelenindustrie.

De affaire slaat een deuk in het spreekwoordelijke vertrouwen van Amerikanen in de bewaking van hun voedselveiligheid. Maar de gevolgen blijven niet beperkt tot binnen de Amerikaanse grenzen: begin deze week werden ambtenaren van de Europese Unie door Amerikaanse collega’s ingelicht, in een poging een nieuwe crisis in de toch al broze verhoudingen rond genetisch gemanipuleerde gewassen te bezweren.

Zowel in de VS als in Europa is de affaire koren op de molen van tegenstanders van genetische manipulatie in de landbouw: de vraag wordt actueel of naleving van regels in de sector te controleren valt, en of ongewenste gewassen daadwerkelijk uit de voedselketen te weren zijn.

De kiem voor het jongste voedselschandaal werd enkele jaren geleden gelegd, toen Amerikaanse autoriteiten besloten Starlink, een door het Franse biotech-bedrijf Aventis ontwikkelde mais, voor menselijke consumptie af te keuren.

Starlink-mais lijkt sterk op reeds wijdverbreide rassen genetisch gemanipuleerde mais: de plant is uitgebreid met genen van Bacillus thuringiensis (Bt), een bacterie die toxines maakt die alleen giftig zijn voor insecten. De aangepaste mais kan de toxines zelf maken, zodat het spuiten met insecticiden onnodig wordt.

Bt-toxines worden in de landbouw al decennia lang gebruikt, met name in de biologische sector: ze gelden als ‘natuurlijk’, goed afbreekbaar en ongevaarlijk voor de mens. Die ervaring plaveide de weg naar goedkeuring van vele gemanipuleerde gewasvarianten: omdat feitelijk alleen de methode van toediening nieuw was, hoefde volgens de Amerikaanse Food and Drug Administration (FDA) aan de voedselveiligheid niet te worden getwijfeld.

Anders lag dat met Starlink: voor deze mais-variant gebruikte Aventis een nieuwe stam van de Bt-bacterie. Het door Starlink-mais geproduceerde toxine, Cry9C geheten, was dus nog nooit in menselijk voedsel beproefd. Door dit gebrek aan ervaring, concludeerden deskundigen van de FDA, de Environmental Protection Agency (EPA) en het ministerie van landbouw in de VS, valt niet uit te sluiten dat het toxine bij mensen tot allergische reacties leidt. Of dat ook echt zou gebeuren, is praktisch nauwelijks te onderzoeken: dierexperimenten helpen niet, omdat allergische reacties in mensen niet in dieren hoeven op te treden. Ook experimenten op proefpersonen zijn betrekkelijk zinloos, omdat allergieën zeldzaam kunnen zijn.

Daarom besloot de Amerikaanse overheid in 1998 Starlink niet voor menselijke consumptie toe te laten. Zolang de plant echter tot veevoer of brandstof werd verwerkt, mochten boeren de mais vrijelijk verbouwen. Wel werd zaadfabrikant Aventis geacht zijn klanten over de beperkingen te informeren, en hen contractueel te verbieden de mais als grondstof voor menselijk voedsel te verkopen.

Maar door de oplettendheid van de milieu-activisten viel deze zelfregulering de afgelopen maand door de mand.

Nadat de FDA de resultaten van de actiegroep bevestigde, begon de sneeuwbal te rollen. Waar het spoor van besmette producten aanvankelijk leek te leiden naar één graansilo in Texas, bleek gaandeweg dat veel meer silo’s betrokken zijn. Circa twaalf procent van de Starlink- oogst van circa 140 duizend hectare had de boederijen al verlaten, en werd geleverd aan 260 verschillende pakhuizen, maakte Aventis vorige week bekend. Volgens de eerste schattingen verkocht de helft van de pakhuizen de mais door aan voedselfabrikanten. Omdat op tal van plaatsen Starlink- mais met andere mais vermengd raakte, is de mogelijk aangedane voorraad nog vele malen groter. De kans is daarom groot dat de verboden mais in tal van Amerikaanse voedingsproducten terechtkwam.

Hoewel al vele consumenten telefonisch gezondheidsklachten meldden bij milieugroepen en gezondheidsautoriteiten, achten deskundigen de directe gevaren voor de volksgezondheid nog steeds minimaal: nog in geen enkel voedingsproduct zijn de mogelijk allergie-opwekkende eiwitten aangetroffen. En als de eiwitten al allergieën opwekken, dan nog zou dat waarschijnlijk pas gebeuren nadat consumenten er herhaaldelijk aan zijn blootgesteld.

De oorzaak van het schandaal is inmiddels duidelijk: op grote schaal hebben boeren de verboden mais, doorgaans gemengd met andere varianten, bij silo’s aangeboden. Sommigen van hen zeggen niet door Aventis te zijn geïnformeerd, of nooit een contract te hebben ondertekend; anderen zeggen dat zij in de drukte van de oogsttijd vergeten zijn de Starlink- mais gescheiden te houden van de rest. De silo’s op hun beurt waren ofwel niet op de hoogte, ofwel niet in staat verboden mais van reguliere te onderscheiden.

Vriend en vijand lijken het er over eens dat het achteraf bezien niet slim was een gewas voor menselijk gebruik te weren, maar wel als veevoer toe te staan. Dat besluit creëerde immers een grijs gebied, waarin boeren bewust of onbewust het verbod konden omzeilen. En met een snel groeiend aantal genetisch veranderde gewassen maakt de affaire één ding duidelijk: zolang alleen in specialistische laboratoria zulke gewassen te onderscheiden zijn, is het riskant de controle op naleving van de regels aan de sector zelf over te laten.

Related Posts