Menu Close

Eten zonder ‘gentech’ nu al verleden tijd

De consument maakt zich nog niet druk over de vraag of zijn voedsel genetisch is gemanipuleerd. Dat is misschien maar goed ook: nauwkeurige testen wijzen uit dat een Gegarandeerd Ongemanipuleerd Diner nu al niet meer mogelijk is.

HONDERDVEERTIEN verpakte levensmiddelen haalde de Keuringsdienst van Waren vorig jaar uit de schappen van de supermarkt. Alle 114 bevatten ze soja-eiwit, volgens het etiket. Maar, vroeg de Keuringsdienst zich af, ging het om gewone soja, of om soja die genetisch zo is gemanipuleerd dat de plant bestand is tegen het insectenbestrijdingsmiddel Roundup?

Het onderzoekje, het eerste in zijn soort, leverde aardige verrassingen op: in 16 producten werd genetisch gemanipuleerde soja aangetroffen zonder dat het volgens de regels op het etiket stond vermeld. Omgekeerd waren er 13 producten waarvan het etiket repte van genetisch gemanipuleerde soja, zonder dat daarvan iets was terug te vinden.

Het resultaat illustreert de problemen van de consument die wil weten of er bij de bereiding van zijn voedsel genetisch is gemanipuleerd. In het oerwoud van voorlopige en aangepaste regelingen uit Den Haag en Brussel is de gewone supermarkt-bezoeker het spoor allang bijster. De verwarring wordt er de komende tijd niet kleiner op, nu blijkt dat de genetische revolutie in de landbouw zodanige vormen heeft aangenomen, dat geen fabrikant meer kan garanderen dat zijn product geheel vrij is van genetische manipulatie. Daarmee behoort ‘gentech-vrij’ voedsel definitief tot het verleden.

Sinds 1 september van dit jaar moeten in heel Europa voedingsfabrikanten voldoen aan de ‘richtlijn novel foods’. Die zegt dat, wanneer bij de fabricage genetisch gemanipuleerde planten, dieren of bacteriën zijn gebruikt, het etiket dat moet melden. In de lijst met ingrediënten staat dan ‘genetisch gemodificeerde soja’ of ‘genetisch gemodificeerde mais’ — de enige twee bulkgrondstoffen die tot nu toe in Europa zijn toegelaten.

Tot nog toe zijn zulke etiketten zeldzaam, erkende kortelings mr. Ger Schipper, jurist bij Unilever en voorzitter van een commissie van Europese bedrijven die zich over de kwestie buigt. Nederland is koploper, met honderden producten die de komende maanden een ‘genetisch etiket’ krijgen opgeplakt. Maar veel bedrijven kijken liever de kat uit de boom — of wachten tot ze een bekeuring krijgen. Sommige schakelen over op andere leveranciers of grondstoffen, al is die oplossing hooguit tijdelijk: genetisch gemanipuleerde soja en mais veroveren stormenderhand de wereldmarkt. In het jaar 2000 is naar verwachting de helft van alle in de VS verbouwde soja al genetisch gemanipuleerd.

De gedachte achter de Europese regels is, dat consumenten in vrijheid moeten kunnen kiezen of zij genetisch gemanipuleerd voedsel willen eten. Die filosofie leidde tot twee soorten voedsel: gewoon voedsel, zonder speciaal etiket, en gemanipuleerd voedsel, mét etiket.

Maar in de praktijk belandde deze benadering al snel in een moeras van complicaties. Want in werkelijkheid valt de grens niet zo eenvoudig te trekken. Het begint ermee dat sommige producten zo worden verhit, dat alle DNA en eiwit verloren gaan, en dus niet meer valt te controleren of er genetisch is gemanipuleerd, en, zo meent de overheid, men moet geen regels stellen die niet controleerbaar zijn.

Daarbij komt dat de meeste gemanipuleerde gewassen afkomstig zijn uit landen waar men minder moeilijk doet. In de Verenigde Staten hoeven boeren, als eenmaal is vastgesteld dat milieu en gezondheid niet in gevaar zijn, het gewas niet apart te houden. Dus liggen gemanipuleerde en ongemanipuleerde akkers rustig naast elkaar, en worden partijen sojabonen of mais bij vervoer en opslag vrolijk door elkaar gehusseld. Tegen de tijd dat Europese bedrijven hun grondstoffen in de haven van Rotterdam ophalen, valt er geen peil meer op te trekken.

De regels voorzien daarom in een nog nader te bepalen ‘drempelwaarde’: als minder dan bijvoorbeeld één procent van de bonen is gemanipuleerd, is een etiket niet verplicht.

Deze vaagheid leidt ertoe dat de discussie in zekere zin opnieuw is ontbrand, maar nu met omgekeerde inzet. Consumentenorganisaties, maar ook de Nederlandse overheid, willen het mogelijk maken om producten op de markt te brengen met het etiket ‘gentech-vrij’. Als alle onderdelen van de productieketen garanderen dat ze zonder gentechnologie werken, dan mogen zij dat in de winkel aan de consument laten zien.

IN DUITSLAND gingen vorige maand al zulke regels in. Maar vriend en vijand zijn het erover eens dat die regels zo streng zijn, dat niemand eraan kan voldoen. Zo moet gentech-vrije melk komen van koeien die gentech-vrij veevoer eten — voer dat dus is samengesteld uit tientallen gegarandeerd gentech-vrije ingrediënten. En als gentech-vrije koeien ziek zijn, dan moeten ze gentech-vrije medicijnen krijgen.

In de praktijk, meent woordvoerder Rob Top van het ministerie van volksgezondheid, voorkomen de Duitse richtlijnen meer een ‘gentech-vrije’ stroom producten dan dat ze die reguleren. ”En wij willen juist wel dat er zo’n stroom op gang komt.”

Inmiddels gooien nauwkeurige wetenschappelijke meetmethoden echter nieuw roet in het eten. Het Rikilt-DLO-instituut in Wageningen bijvoorbeeld, toont zonder problemen één genetisch gemanipuleerde sojaboon aan in een zak van vijfduizend bonen. En als dergelijke tests worden losgelaten op ‘gegarandeerd gentech-vrije partijen’ uit een land als Oostenrijk, blijken ook die al niet meer vrij van gentechnologische smetten, weten ze bij de Keuringsdienst van Waren. Of het nu op de akker is, of bij het vervoer per vrachtwagen of schip, er treedt altijd wel enige vermenging of kruisbestuiving met gemanipuleerde producten op.

Die situatie plaatst vooral de biologische landbouw voor een dilemma, erkent Louise Luttikholt van het Platform Biologica, een lobby-organisatie voor de biologische sector. ”Aan de ene kant willen wij consumenten de keus geven om gentech-vrij te eten. Maar als wij moeten garanderen dat onze produkten vrij zijn, worden wij verantwoordelijk gemaakt voor de genetische vervuiling door anderen. En als we akkoord gaan met weer een nieuwe drempelwaarde, dan lijkt het alsof we een beetje vervuiling accepteren.”

OOK IN NEDERLAND zal het etiket ‘gentech-vrij’ er daarom niet komen, denkt J. Holthuis, directeur van SKAL, de onafhankelijke stichting die waakt over het ECO-keurmerk. ”De biologische landbouw heeft er geen belang bij. Consumenten gaan er stilzwijgend van uit dat de biologische landbouw zoveel mogelijk probeert die technieken buiten de deur te houden. Als je het moet garanderen, dan krijg je problemen.”

De Consumentenbond vraagt zich in alle verwarring steeds meer af hoe de consument het best wordt gediend. ”Wat vindt u?” zegt een woordvoerster op de vraag of de bond nog hecht aan een gentech-vrij etiket. De bond neigt naar een ‘pragmatische’ oplossing: een nieuwe drempelwaarde, die ‘gentech-vrije’ producten toestaat toch een heel klein beetje gentech te bevatten.

En de consument zelf? Die lijkt zich vooralsnog weinig van de commotie aan te trekken. Hoewel in een recente Nipo-enquête 23 procent van de ondervraagden ‘negatief’ tegen genetisch gemanipuleerd voedsel zei te staan, hebben ze bij Unilever niets gemerkt van een omzetdaling, sinds op de Iglo-pizza’s staat dat ze zijn gemaakt ‘met moderne biotechnologie’. Rikilt-onderzoekster Esther Kok: ”In Nederland speelt het nu niet, maar Frankrijk en Engeland worden overspoeld door protesten. Niemand weet of die golf binnenkort niet zal overslaan.”

(c) Het Parool

Related Posts