Menu Close

VS zetten twist over genvoedsel op scherp

Staatscourant, mei 2003

Transatlantische handelsrelaties komen verder onder spanning nu Amerika de Europese regels rond genetisch gemodificeerd voedsel aanvecht.

WASHINGTON — Er was al de klacht van de Europese Unie wegens beperking van de export van staal naar de Verenigde Staten. We hadden bovendien de aanhoudende ruzie over belastingaftrek voor Amerikaanse multinationals, waarvoor Europa mag terugslaan met vier miljard dollar aan heffingen op Amerikaanse exporten. En afgelopen maand plaatste de Amerikaanse regering op deze wankele toren een nieuw, groot blok: samen met Canada, Argentinië en Egypte protesteerde het land officieel bij de Wereld-Handelsorganisatie (WTO) tegen de regels waarmee Europa jaarlijks voor honderden miljoenen dollars genetisch gemodificeerde voedselingrediënten buiten houdt.

De handelsrelaties tussen de V.S. en Europa waren al niet bijzonder zonnig te noemen, maar voor de komende anderhalf jaar kan dus ‘toenemend guur’ weer worden verwacht. Stap voor stap zal de slepende kwestie door de geschillencommissie van de WTO worden beslecht. En de anti-Amerikaanse, anti-Europese, anti-globaliserings- en anti-genvoedselwinden zouden samen wel eens kunnen leiden tot een perfect storm in het transatlantisch handelsverkeer.

Politieke gevoeligheden deden de Verenigde Staten lang aarzelen het conflict over ‘genetisch gemodificeerde organismen’ (GGO’s), en daarvan afgeleide producten, op de spits te drijven. Veel Europeanen hadden al jaren het gevoel Amerikaanse GGO’s door de strot geperst te krijgen, en met een controversiële oorlog in Irak volop gaande was er weinig behoefte nog meer mensen op de kast te krijgen.

Misschien was de zaak ook helemaal nooit aangekaart als de Amerikaanse problemen beperkt waren gebleven tot export naar de Europese Unie. Maar, zo moest ‘s werelds grootste uitvoerder van voedsel de laatste tijd ervaren, de ‘Europese ziekte’ breidt zich gestaag uit.

Het bewijs daarvoor werd de V.S afgelopen winter pregnant onder de neus gewreven, toen schepen vol Amerikaanse maïs werkeloos in Afrikaanse havens bleven liggen. Landen als Zimbabwe, Zambia, Mozambique en Malawi weigerden het voedsel toe te laten, ook al kampten ze met ernstige hongersnood. Zorgen om de volksgezondheid was ook niet de belangrijkste reden voor de weigering — veeleer was dat de vrees dat lokale boeren Amerikaanse graankorrels zouden inzaaien in plaats van opeten, daarmee de kiem leggend voor de illegale teelt van genetisch gemodificeerd graan.

Die lokale teelt zou in de toekomst misschien tot schadeclaims van Amerikaanse zaadhandelaren kunnen leiden. Zekerder is dat ze toekomstige export naar Europa in gevaar zouden brengen, aangezien ons continent binnenkort geen GGO-sporen in ‘GGO-vrij’ voedsel meer accepteert.

De merkwaardige taferelen in Afrikaanse havens maakten duidelijk dat de strijd tussen de Amerikaanse landbouw en Europese milieugroepen en consumentenorganisaties in een nieuwe fase was beland: beide kampen willen de wereldmarkt onder controle krijgen.

De handelsverdragen waarop de WTO toeziet, verbieden niet elkaars invoer aan regels te binden. Op één voorwaarde, echter: dat die regels niet worden misbruikt om de eigen markt af te schermen. De volksgezondheid of het milieu beschermen is toegestaan — mits er wetenschappelijke aanwijzingen bestaan dat zulke zaken in het geding zijn.

Biotechnologie is een nieuwe techniek, reden voor zowel de V.S. als Europa om de toelating van gewassen met ‘extra genen’ uitgebreid te reguleren. In beide markten stellen wetenschappelijke adviescommissies vast of een product risico’s meebrengt voor gezondheid of milieu, en hoe die eventueel beperkt moeten worden. De Amerikaanse regels zijn relatief los, en gaan bijvoorbeeld vaker uit van de vrijwillige medewerking van producenten. De Europese regels werden de afgelopen jaren juist strenger. Hoewel een aantal Amerikaanse producten zijn goedgekeurd, worden andere wegens gebrek aan onderzoek naar potentiële risico’s niet toegelaten.

Op zich hadden Amerikanen waarschijnlijk wel met strengere regels kunnen leven, ware het niet dat Europa de afgelopen jaren besloot nog extra horden te plaatsen. Aan één ervan wordt momenteel de laatste hand gelegd: een richtlijn die het mogelijk moet maken dat consumenten GGO’s vermijden, ook al hebben ze aan Europese veiligheidsnormen voldaan. GGO-vrije producten, aldus de nieuwe regels, mogen niet meetbaar zijn ‘vervuild’ met GGO’s, doordat bijvoorbeeld een scheepsruim is gebruikt voor beide soorten voedsel.

Officieel betekent het dat boeren, transporteurs, pakhuizen, groothandelaren en voedselverwerkende bedrijven twee streng gescheiden productiestromen zouden moeten onderhouden. In de praktijk komt het er vrijwel zeker op neer dat ingrediënten uit landen met GGO’s, zoals de V.S., zich per definitie uit de markt prijzen.

Hoewel de uitkomst van ingewikkelde WTO-conflicten zich moeilijk laten voorspellen, lijkt het er op het eerste gezicht voor Europa slecht uit te zien. Cruciale elementen van Europese regels lijken niet bedoeld om de veiligheid te waarborgen, maar om consumenten terwille te zijn die wetenschappelijke analyses niet meer vertrouwen. Zij laten zich, onder druk van milieugroepen, leiden door het ‘voorzorgsprincipe’, dat nieuwe technieken onveilig verklaart totdat het tegendeel bewezen is. Daarmee zitten Europese politici klem: hun rest weinig anders dan kiezers op hun wens te bedienen, maar komen daarmee juridisch in de knoop.

Handelsverdragen erkennen geen ‘voorzorgsprincipes’, noch het recht van landen om consumenten te beschermen tegen producten die wetenschappelijk veilig zijn. Dat geeft de Verenigde Staten een grote kans dit nieuwe handelsconflict te winnen — althans op papier, want de kans dat Europa op haar schreden terugkeert lijkt gering.

Een overwinning geeft de V.S. de kans export uit Europa met nieuwe heffingen te treffen. De échte Amerikaanse winst moet komen uit de rest van de wereld, waar Afrikanen en Aziaten zulke strafmaatregelen niet kunnen beschouwen als luxeprobleem.

Related Posts