Menu Close

Kleurenblind dankzij computer

Het Parool, 22 juli 1995, p. 21

HOE VEEL verschilt de wereld voor kleurenblinden van die voor niet-kleurenblinden? Dat is een vraag waarover al lang wordt nagedacht, en waarover het uiteindelijk altijd gissen zal blijven. Maar afgelopen week presenteerden Franse en Britse onderzoekers een computerprogramma dat foto’s uit de wereld van de kleurenziende omzet in beelden zoals ze door kleurenblinden worden waargenomen. Alleen hoe kleurenblinden die beelden ervaren, is met dat programma nog niet te simuleren.

Een kleur kan op verschillende manieren tot stand komen. Een lichtbron met één golflengte, zoals de natriumlamp langs de snelweg, verspreidt licht met de kleur die hoort bij die golflengte. Maar de kleuren die wij doorgaans zien komen heel anders tot stand: het zijn mengsels van oneindig veel verschillende golflengten. Als de atmosfeer uit wit zonlicht de blauwe golflengten wegfiltert, houden wij de prachtigste oranjerode zonsondergangen over.

Het samenstellen van één kleur uit een mengsel van vele golflengten gebeurt door onze hersenen, op basis van meet-instrumenten in de ogen: de kegeltjes. De meeste mensen hebben drie typen, elk met hun eigen gevoeligheid in een bepaald kleurgebied.

Een klein deel van de mensheid bezit nog een of meer extra soorten kegeltjes, met een net iets andere gevoeligheid. Maar bij ongeveer twee procent van de mannen mist, door een fout in een van de betreffende genen, één type kegeltje totaal. Zij moeten hun kleuren dus zien samen te stellen op basis van twee soorten meetinstrumenten in plaats van drie.

Omdat er drie soorten kegeltjes zijn – gevoelig voor rood, groen en blauw – zijn er ook drie typen kleurenblindheid. Rood- en groenblindheid komen elk bij ongeveer 1 op de 100 mannen en 1 op de 10.000 vrouwen voor. Blauwblindheid is veel zeldzamer – de schattingen voor zowel mannen als vrouwen variëren van 1 op de 13.000 tot 1 op de 65.000.

Om de wereld van kleurenblinden voor kleurenzienden na te bootsen, gebruikten de onderzoekers van het natuurhistorisch museum in Parijs moderne computertechnieken. Van elke gekleurde punt op een computerbeeldscherm wordt vastgesteld welke golflengten het bevat, en hoe die wordt opgevangen door kleurenblinden. Als voorbeeld namen zij een foto uit de Parijse Jardin des Plantes, die voor drie typen kleurenblindheid werd bewerkt.

Voor hun simulatie moesten de onderzoekers een paar dingen aannemen. Bijvoorbeeld dat wat voor kleurenzienden grijs is, ook door kleurenblinden als grijs wordt gezien. En, belangrijker, dat licht van één enkele golflengte, zoals de natriumlamp, wèl door beide groepen gelijk wordt ervaren.

Ter controle werden de plaatjes op het scherm getoond aan verscheidene kleurenblinden. De meeste waren tevreden met de simulatie die voor hun type kleurenblindheid was gemaakt – dat wil zeggen, zij zagen nauwelijks verschil tussen de originele foto en de bewerkte.

Zelfs enkele zeer kritische kijkers – uiterst zeldzame gevallen van mannen die aan één oog kleurenblind zijn – vonden de simulatie geslaagd. Dat is echter nog geen keiharde controle, geven de onderzoekers in Nature (dl. 376, p. 126) zelf direct toe: het ‘normale’ oog van deze ‘eenzijdig kleurenblinden’ is bij nader onderzoek vaak niet zo normaal als de term doet geloven.

Ondanks de resterende onzekerheden zijn de makers van het computerprogramma ervan overtuigd dat het een grote steun kan worden voor mensen die verkeersborden, herkenningstekens, computerprogramma’s en dergelijke ontwerpen. Voor het eerst kunnen zij in één oogopslag zien hoe hun ontwerp door kleurenblinden zal worden waargenomen, en of de kleuren om die reden moeten worden aangepast.

FOTO NATURE De Jardin des Plantes gezien door kleurenziende (a), roodblinde (b), groenblinde (c) en blauwblinde (d) waarnemer. De laatste vorm van kleurenblindheid is zeer zeldzaam.

Related Posts