Menu Close

Nederlands huwelijk in crisis?

De invoering van het homohuwelijk, en de publieke discussie erover in de jaren ervoor, hebben het heterohuwelijk in Nederland in een crisis gestort. Dat concludeerden eerder deze maand vijf Nederlandse wetenschappers — en in hun kielzog Amerikaanse senatoren, die cijfers over groeiende aantallen buitenechtelijke kinderen in Nederland aanvoeren als reden om het Amerikaanse huwelijk grondwettelijk te reserveren voor man en vrouw.

In het Reformatorisch Dagblad schreven de vijf Nederlanders, onder wie Martin-Jan van Mourik, hoogleraar notarieel recht aan de KU Nijmegen, dat ‘de afgelopen vijftien jaar het aantal huwelijken [.. duidelijk is gedaald,’ van 6,4 naar 5,1 per jaar per duizend inwoners. In diezelfde periode, aldus de vijf, steeg het aandeel buitenechtelijk geboren kinderen van 11 tot 31 procent. Een ‘buitengewoon schadelijke’ ontwikkeling, menen de auteurs, gewag makend van ‘een rijke hoeveelheid sociaal en rechtswetenschappelijk bewijsmateriaal dat het huwelijk de beste setting vormt voor de succesvolle opvoeding van een kind.’ Als klap op de vuurpijl stellen ze dat ‘er goede redenen [zijn om aan te nemen dat het dalende aanzien van het huwelijk is verbonden met de succesvolle campagne voor legalisering van het homohuwelijk.’

Niet toevallig publiceerden de vijf hun open brandbrief kort voordat de Amerikaanse Senaat zou stemmen over een mogelijke grondwetsherziening tegen het homohuwelijk. Hun wens het ‘intensieve debat’ over dit onderwerp in andere landen te beïnvloeden kwam uit: de brief kreeg in de VS breed aandacht.

Conservatieve Amerikaanse media publiceerden integrale vertalingen van de brief van de ‘five Dutch scholars’. Sociaal-antropoloog Stanley Kurtz, die al eerder in tijdschriften had betoogd dat het Nederlandse homohuwelijk een lawine aan buitenechtelijke kinderen veroorzaakt, citeerde hen instemmend. Gevolg: tot in de vergaderzaal van de Amerikaanse Senaat werd Nederland opgehouden als afschrikwekkend voorbeeld en levend bewijs dat homohuwelijken leiden tot ineenstorting van traditionele gezinnen en kinderen die opgroeien voor galg en rad.

In Nederland reageren specialisten op het gebied van onderzoek naar gezinsvorming verbaasd op deze conclusies. Demograaf Joop Garssen, van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS), bevestigt dat het aantal ‘buitenechtelijke’ kinderen in Nederland (net als in omringende landen) groeit, maar beklemtoont dat de meeste ongehuwde ouders na het eerste kind alsnog trouwen. Zaken als ontkerkelijking en een betere economische positie van jonge moeders hebben de trouwlust verminderd, zegt de demograaf — ‘het homohuwelijk heeft daar mijns inziens niets mee te maken.’

Garssen merkt bovendien op dat de briefschrijvers en hun Amerikaanse medestanders CBS-cijfers nogal selectief gebruiken. Uit alle cijfers sinds 1950 blijkt namelijk dat het aantal huwelijken in Nederland vooral daalde in de jaren zeventig, maar daarna in feite tamelijk constant is gebleven.

Ook waarnemend directeur Erna Hooghiemstra van de Nederlandse Gezinsraad toont zich stomverbaasd over de gelegde verbanden. De Gezinsraad maakt zich geen enkele zorgen over het groeiende aantal buitenechtelijke kinderen, zegt ze, omdat het overgrote deel van de ongehuwde ouders samenwoont. ‘In Nederland wordt hooguit een paar procent van de kinderen in een éénoudergezin geboren,’ aldus Hooghiemstra.

Onderzoek waaruit zou blijken dat kinderen van gehuwde ouders beter af zijn dan kinderen van samenwoners zijn haar onbekend.

De Nederlandse ambassade in Washington heeft vooralsnog niet besloten de in hoge Amerikaanse kringen gerezen misverstanden te weerspreken. Tijdens recente bezoeken aan het Huis van Afgevaardigden en het ministerie van Buitenlandse Zaken was de ambassadeur wel voorbereid vragen terzake te beantwoorden, meldt een ambassade-woordvoerder. ‘Maar die vragen zijn niet gesteld.’

Related Posts