Menu Close

Nederland Immigrantenland

Onder de oppervlakte van het migratiedebat sluimert bezorgheid over de toekomst van Nederland. Vormen de ‘minderheden’ van nu binnenkort de meerderheid? Demografen voorspellen dat dat nog wel even zal duren. Maar prognoses maken duidelijk dat het land er in 2050 gekleurd op staat.

Intermediair, 9 januari 2003

NOG ALTIJD wordt er niet openhartig over gesproken.
Sinds Pim Fortuyn onbespreekbare onderwerpen bespreekbaar maakte, lijkt het nationale debat over migratie geen taboes meer te kennen. Er wordt gesproken over de gebrekkige integratie van Marokkaanse jongeren; over gevoelens van onveiligheid in oude stadswijken; over de vraag of fundamentalistische imams vergelijkbaar zijn met fundamentalistische dominees, en of immigratie iets te maken heeft met de teloorgang van elementaire regels van fatsoen.

Toch sluimert onder de oppervlakte een andere vraag, die veel kiezers misschien meer bezighoudt, en die zelfs Fortuyn maar sporadisch aanroerde: hoezeer zal migratie het land op de lange termijn veranderen? Voelen Nederlanders van nu zich over veertig of vijftig jaar nog thuis in hun eigen geboorteland? Of nemen de gasten, om een analogie van Fortuyn te gebruiken, alleen al getalsmatig ‘het huis over’?

Een definitief antwoord op die vraag is onmogelijk te geven — net zo min als in 1952 iemand met zekerheid had kunnen voorspellen dat het land in 2002 evenveel moslims als gereformeerden zou tellen.

Dat neemt echter niet weg dat het zin heeft een poging te wagen: voorspellingen en verwachtingen, hoe onzeker of onuitgesproken ook, vormen de achtergrond voor de politieke keuzes van vandaag. En zelfs als die keuzes in de praktijk maar beperkt zouden zijn, dan nog is het beter de toekomst open in de ogen te kijken.

Aardschollen

Wie wil voorspellen hoe Nederland zich tot het jaar 2050 ontwikkelt, ontdekt al snel dat migratie maar één kant vormt van het verhaal. Natuurlijk hangt de samenstelling van de toekomstige bevolking deels af van het aantal nieuwe migranten dat de grenzen oversteekt. Maar op de lange termijn is de bevolking die er al woont op zijn minst even belangrijk.

Demografische ontwikkelingen lijken wel wat op geologische aardschollen: ze bewegen soms tergend langzaam, soms plotseling met een schokje; ze zijn moeilijk te sturen; maar als je lang genoeg wacht, kunnen ze het landschap ingrijpend veranderen.

Verdwijnende grenzen en een mobieler wereldbevolking vormen samen één demografische schol, die zich uit in groeiende aantallen immi- én emigranten. Maar een minstens zo grote schol wordt gevormd door een dramatisch laag vruchtbaarheidscijfer, dat de bevolkingspiramide heeft veranderd in een vergrijsde paddestoel en het aantal autochtone Nederlanders in glijvlucht naar beneden zal brengen. Het daaruit voortvloeiende arbeidstekort zal door werving buiten de grenzen moeten worden bestreden.

Wanneer we aannemen dat de demografische aardschollen ongeveer blijven bewegen zoals ze nu doen, kunnen we de klok vijftig jaar doordraaien.

__________
NEDERLAND IN 2050
Door een laag geboortecijfer zal het aantal autochtone inwoners van Nederland na 2010 gestaag gaan dalen. Het aantal niet-westerse allochtonen zal daarentegen blijven toenemen.
(Bron: CBS)

In 2050, voorspelde het Centraal Bureau voor de Statistiek vorige maand, zal Nederland iets minder dan achttien miljoen inwoners tellen. Van hen zullen nog twaalf miljoen officieel ‘autochtoon’ heten (al zullen velen onder hen, net als hun allochtone ouders, waarschijnlijk Ramadan vieren, geen Kerst). Westerse allochtonen, voornamelijk Europese migranten en hun kinderen, maken met twee miljoen zielen ongeveer 11 procent van de bevolking uit. Een diverse groep van niet-westerse allochtonen, in 2002 nog goed voor anderhalf miljoen mensen, zal tegen die tijd zijn aangezwollen tot drieënhalf miljoen — oftewel twintig procent van alle inwoners van Nederland.

In 2050 zijn autochtone Nederlanders dus nog steeds in de meerderheid. Maar het aantal allochtonen uit niet-westerse landen heeft zich tegen die tijd wel meer dan verdubbeld.

__________
JONGEREN
Jonge generaties bieden een blik op de toekomst. Meer dan de helft van de kinderen in de gemeente Amsterdam is nu van niet-westerse afkomst. Over het hele land geldt dat voor één op de zes jongeren.
(Bron: CBS)

De toekomst voorspellen kán soms erg gemakkelijk zijn. Wie wil weten hoe de volwassen bevolking van Nederland er over dertig jaar uit ziet, hoeft eigenlijk alleen op een schoolplein om zich heen te kijken. Gemiddeld over het hele land behoort momenteel één op de zes schoolkinderen tot de categorie ‘niet-westers allochtoon’. In een grote stad als Amsterdam geldt het voor meer dan de helft. Kinderen worden groot, wat schoolklassen tot tastbare en soms verrrassend betrouwbare toekomstvoorspellers maakt.

Voor een meer wetenschappelijke benadering van de vraag is het allereerst zaak de samenstelling van de bevolking scherp te definiëren. De vraag wie ‘Nederlander’ is en wie ‘migrant’, of wie ‘autochtoon’ en wie ‘allochtoon’, kan tot grote spraakverwarringen leiden.

Sinds 1999 definieert het CBS het begrip ‘allochtoon’ op grond van geboorteland. Iemand is allochtoon wanneer hij buiten Nederland is geboren óf wanneer dat geldt voor zijn vader of moeder. Wie zelf het land binnenkwam, is allochtoon in de eerste generatie — Prins Bernhard, bij voorbeeld, Prins Claus of Prinses Maxima. Hun in Nederland geboren kinderen, zoals Koningin Beatrix en Prins Willem-Alexander, zijn allochtoon in de tweede generatie. Allochtonen van de derde generatie bestaan niet in de statistieken: zij worden geacht zo te zijn ingeburgerd dat ze gelden als ‘autochtoon’ (ook al zullen sommigen op straat desondanks als ‘buitenlanders’ worden betiteld).

Een meer subjectieve onderverdeling is die tussen ‘westerse’ en ‘niet-westerse’ allochtonen. De eerste categorie betreft immigranten uit de rest van Europa, Noord-Amerika, Australië, Indonesië en Japan. (Allochtonen uit de laatste twee landen danken hun ‘westerse’ status aan hun sociaal-economische positie, zegt het CBS.) Als ‘niet-westers’ gelden Afrika, Azië en Latijns-Amerika, inclusief Suriname, Turkije, Marokko en de Antillen.

Hoezeer elk van deze groepen in 2050 deel zal uitmaken van de totale bevolking, zal worden beïnvloed door een groot aantal factoren. Zo kan de overheid besluiten migratie terug te dringen of juist te verruimen; economische bloei kan zorgen voor een krappe arbeidsmarkt, die op zijn beurt migratie zal stimuleren. Ook wat elders in Europa gebeurt zal impact op Nederland hebben.

Maar al deze factoren zijn tot op zekere hoogte niet meer dan rimpelingen op grote demografische trends die verlopen over tientallen jaren. Veranderingen in het aantal geboorten, bijvoorbeeld, of van de gemiddelde levensduur, gaan langzaam maar zeker, en de richting van de verandering ligt meestal vast. Ook groeiende stromen migranten zijn, bekeken op wereldschaal, te beschouwen als een autonome demografische trend.

Afgezien van grote oorlogen of catastrofale natuurrampen zijn weinig dingen in staat de demografische ontwikkeling echt in de war te schoppen. En die ontwikkeling wordt zoals altijd door vier simpele elementen bepaald: geboorte, sterfte, aankomst en vertrek.

Geboorten: Na de pil

De kiemen van onze huidige bevolkingssamenstelling werden, letterlijk, tientallen jaren geleden gelegd. Het begon toen een jaar na de oorlog het aantal geboorten in Nederland flink begon toe te nemen. Maar de echte klap kwam toen, amper twintig jaar later, de vrouwenemancipatie en de anticonceptie-pil drastisch een einde maakten aan deze geboortegolf.

Om een populatie uit eigen kweek op peil te houden, zo luidt een oude demografische wet, heeft elke vrouw gemiddeld ten minste één dochter nodig. Omdat iets meer jongetjes dan meisjes worden geboren, en niet elke dochter zelf ook weer dochters krijgt, betekent het in de praktijk dat vrouwen gemiddeld 2,1 kinderen moeten krijgen om een bevolking op lange termijn even groot te houden.

In werkelijkheid zijn het er in rijke landen een stuk minder. Halverwege de jaren negentig registreerde het CBS in Nederland een vruchtbaarheidscijfer van 1,53 — een tekort van ruim 25 procent. Daarmee hield Nederland niet eens het record: in andere Europese landen, zoals Spanje, Italië, Griekenland, Oostenrijk, Zwitserland, Duitsland en Zweden, zagen nog minder kinderen het licht.

Patrick Buchanan, controversieel Amerikaans commentator en voormalig presidentskandidaat, voorspelt in zijn nieuwste boek dat de anticonceptiepil ooit de ‘zelfmoordpil van de westerse beschaving’ zal worden genoemd. Dat is wat erg somber gesteld, maar dat de huidige inwoners van Europa met zulke geboortecijfers op den duur zouden uitsterven, valt niet te ontkennen.

__________
KINDERRIJK
Vrouwen uit niet-westerse landen krijgen ongeveer even veel kinderen als leeftijdgenoten in hun land van herkomst. In Nederland ligt het geboortecijfer onder Marokkaanse en Turkse vrouwen daarom hoger dan onder autochtone vrouwen (al neemt het verschil af).
In de figuur is goed te zien dat ook het tijdstip waarop vrouwen kinderen krijgen uiteen loopt. Veel vrouwen van Marokkaanse en Turkse komaf worden al rond hun twintigste moeder. Autochtone vrouwen bereiken pas rond hun 32e jaar hun geboortepiek.
(Bron: CBS)

Dat het vruchtbaarheidscijfer niet nóg lager zakte, danken we deels aan niet-westerse immigranten. Vrouwen die verhuizen naar een nieuw land handhaven vele oude gewoonten, en de grootte van hun gezin is daar één van: ze krijgen even veel kinderen als leeftijdsgenoten die in het oude vaderland achterblijven. Vandaar dat het vruchtbaarheidscijfer van Marokkaanse vrouwen in Nederland in 1990 vlak onder de vijf lag, en dat van Turkse vrouwen iets boven de drie. Inmiddels zijn, net als in Marokko en Turkije, die cijfers gezakt: vorig jaar telde het CBS voor Marokkaanse vrouwen gemiddeld nog 3,1 kinderen, voor Turkse vrouwen 2,4.

In zijn ‘allochtonenprognose’ voor de komende vijftig jaar gaat het Centraal Bureau voor de Statistiek ervan uit dat vrouwen die zijn geboren in Nederland geleidelijk aan weer wat meer kinderen zullen krijgen, en uit zullen komen op 1,75. Onder immigranten uit Afrika en Azië zal het aantal kinderen verder dalen, is de verwachting, tot een niveau van ongeveer 2,0 per vrouw — iets minder dan de 2,1 die de Verenigde Naties voor de meeste ontwikkelingslanden voorspellen in 2050.

Ook voor de tweede helft van de 21e eeuw verwachten de CBS-demografen dus teruglopende aantallen geboren Nederlanders.

Sterfte: Vergrijzing

Begrafenisondernemers merken nog maar weinig van revolutionaire veranderingen in de Nederlandse bevolking. De naoorlogse bobbel in de bevolkingspaddestoel is nog in de kracht van zijn leven, want de generatie van 1946 heeft pas in 2011 recht op AOW. Ook onder niet-westerse allochtonen zijn nog maar weinig sterfgevallen te betreuren. De meeste immigranten waren jong toen ze ons land binnenkwamen, dus weinig van hen zijn bejaard. Hoewel bijna tien procent van de totale bevolking inmiddels van niet-westerse afkomst is, neemt de groep maar twee procent van de sterfte voor haar rekening.

Het CBS houdt vooralsnog geen rekening met mogelijk verschillen in sterfte tussen autochtone en allochtone Nederlanders — de aanname is dat we allen gemiddeld even oud zullen worden. De werkelijkheid zal waarschijnlijk anders zijn: niet-westerse allochtonen verdienen veel minder dan autochtonen of westerse allochtonen, en arme Nederlanders leven jaren korter dan rijke, toont onderzoek aan.

__________
VERGRIJZING
De Nederlandse bevolkings-piramide lijkt anno 2002 meer op een paddestoel. De brede hoed omvat de grote na-oorlogse generatie; de smalle steel hangt samen met de uitvinding van de anti-conceptiepil.
De steel van autochtone Nederlanders (oranje) zal de komende vijftig jaar steeds dunner worden; het ‘gat’ in de piramide zal slechts ten dele worden gevuld met niet-westerse allochtonen (blauw).
(Verklaring kleuren: oranje = autochtoon, geel = westers allochtoon, donkerblauw = eerste generatie niet-westers allochtoon, lichtblauw = tweede generatie niet-westers allochtoon.)
(Bron: CBS)

Hoe oud we ook precies zullen worden, de vorm van onze bevolkingspaddestoel geeft aan dat begrafenisondernemers zich kunnen verheugen op een explosief groeiende markt. Waar vorig jaar nog 140 duizend Nederlanders overleden, zullen dat er in 2045 ongeveer 230 duizend zijn.

Kan immigratie onze vergrijzing oplossen? Het is waar dat de aanwezigheid van jonge immigranten een dempende werking op het probleem heeft. Het effect moet echter niet worden overdreven: het gat in onze bevolkingspiramide is eenvoudig te groot om het met migranten te kunnen vullen — mede omdat óók immigranten uiteindelijk weer zullen vergrijzen.

Om de verhouding tussen 65-plussers en de arbeidsbevolking op de huidige 15 procent te houden, berekende het CBS, zouden zoveel migranten nodig zijn dat Nederland aan het eind van de eeuw vijftig miljoen inwoners zou tellen. Met voortgaande migratie rond het huidige niveau bereiken we rond 2035 een piek van 23 procent — vier procent minder dan wanneer er in Nederland alleen autochtonen zouden wonen. Een oplossing voor vergrijzing is migratie dus niet.

Immigratie: een tijdelijke dip

Dit jaar verhuizen per saldo ongeveer 2,3 miljoen mensen uit ontwikkelingslanden naar een rijk land. Bijna tweederde van deze zuid-noord-migranten komt terecht in de Verenigde Staten. Europa ontvangt ruim een derde.

De gestaag gegroeide migratiestromen leiden op veel plaatsen op de wereld tot ongerustheid — en niet alleen in westerse landen, constateert het bevolkingsbureau van de Verenigde Naties. Ongeveer de helft van zowel het rijke als het arme deel van de wereld probeert inmiddels met inreisbeperkingen de stroom in te dammen.

Tegelijk voorspelt de VN voor de komende vijftig jaar echter een voortschrijdende groei van de wereldbevolking. Volgens de jongste prognose zal de wereld in 2050 ongeveer negen miljard mensen tellen, drie miljard meer dan vandaag. Die groei komt volledig voor rekening van Afrikaanse en Aziatische ontwikkelingslanden. Dat, in combinatie met astronomische welvaartsverschillen, maakt een vermindering van de migratiestromen niet erg waarschijnlijk, meent de VN. De komende vijftig jaar, voorspelt de organisatie, zullen jaarlijks dus ruim twee miljoen mensen de oversteek maken.

Ook in Nederland nam de laatste vijftig jaar het aantal immigranten flink toe. Na de onafhankelijkheid van oude koloniën vestigden velen zich in het voormalige moederland. In een tijd van sterke economische groei werden Italiaanse, Turkse en Marokkaanse mannen als fabrieksarbeider geworven. Vooral de laatste twee groepen keken voor hun gezinsvorming bijna exclusief naar het oude vaderland.

Van de 96 duizend niet-Nederlanders die zich in 2001 in ons land vestigden, voegde bijna de helft zich bij iemand die er al woonde. Bijna een kwart kreeg toegang tot de procedure voor politiek asiel. Eén op de vijf, meest Europeanen, kwam specifiek voor een baan.

Van de vier factoren die de bevolkingstrends zullen bepalen, is immigratie veruit de grilligste. De prognoses van het Centraal Bureau voor de Statistiek kregen voor de zekerheid zéér ruime ‘betrouwbaarheidsintervallen’ mee. Wie 95 procent zeker wil zijn, impliceren die intervallen, moet niet in prognoses geloven.

De recente geschiedenis illustreert de onzekerheid.

Twee jaar geleden publiceerde het CBS haar eerste ‘allochtonenprognose’ voor 2050. Op dat moment namen de demografen aan dat de immigratie zou stabiliseren rond 104 duizend niet-Nederlanders per jaar — iets minder dan de 110 duizend uit de piekjaren 2000 en 2001. Maar in de vorige maand bijgestelde prognoses wordt voor het komende decennium plotseling een immigratie-dip verwacht.

__________
IMMIGRATIE
Tussen 1950 en 2000 (de hoogste piek) nam het aantal niet-Nederlandse immigranten flink toe. Ook het aantal emigrerende niet-Nederlanders groeide. Voor de komende tien jaar wordt een tijdelijke ‘dip’ in de immigratie verwacht, met daarna herstel en stabilisatie. Omdat het aantal (r)emigrerende allochtonen langzaam groeit, zou het migratiesaldo (immigratie minus emigratie) tot 2050 langzaam afnemen.
(Bron: CBS)

Strengere asielwetten, migratie-onvriendelijke publiciteit en een inzakkende economie zullen de komende jaren het aantal immigranten doen afnemen, veronderstelt het CBS nu, tot circa 80 duizend per jaar. Maar die daling is, geloven de demografen, maar van korte duur. Uiteindelijk zullen door de vergrijzing tekorten ontstaan op de arbeidsmarkt. Die tekorten zullen, linksom of rechtsom, alleen vanuit het buitenland kunnen worden aangevuld — bijvoorbeeld door de werving van zorgpersoneel uit Aziatische en Afrikaanse landen. Zodra de babyboomers op leeftijd komen, zal de immigratie dus weer gaan oplopen.

Uiteindelijk, luidt de schatting, zal het aantal niet-Nederlandse immigranten zich stabiliseren rond honderdduizend per jaar — ongeveer even veel als in 2002.

Emigratie: geen grote uittocht

Tegenover immigranten staan emigranten — een gegeven dat wel eens wil ondersneeuwen. Jaarlijks keren tienduizenden ons land de rug toe. Voor een deel gaat het om Nederlanders, maar het merendeel van de vertrekkers was allochtoon.

In 2001 vertrokken 39 duizend Nederlanders over de grens — méér dan het aantal dat naar het land terugkeerde. In het zelfde jaar lieten 43 duizend allochtone Nederlanders het land achter zich — veel mínder dus dan zich er vestigden. Per saldo verruilde Nederland bij wijze van spreken vijftienduizend Nederlanders voor vijfenzestigduizend niet-Nederlanders — een netto ‘migratiesaldo’ van plus vijftigduizend.

__________
EMIGRATIE
In 2001 vertrokken er meer autochtone Nederlanders (oranje) dan er terugkwamen uit het buitenland. Andersom arriveerden veel meer niet-westerse allochtonen (blauw) dan er vertrokken. Per saldo verruilt het land elk jaar tienduizenden autochtone Nederlanders voor allochtone immigranten.
Tot 2050 zal er in de oranje balkjes waarschijnlijk weinig veranderen. De gele balkjes (westerse allochtonen) zullen door de uitbreiding van de Europese Unie waarschijnlijk naar beide kanten groeien. Het onderste blauwe balkje zal groter worden, omdat naarmate het aantal niet-westerse allochtonen groeit, ook het aantal ‘spijtoptanten’ zal toenemen.
(Bron: CBS)

De prognoses tot 2050 veronderstellen geen bijzondere uittocht van Nederlanders of niet-Nederlanders. De emigratie zal wel geleidelijk groeien, maar alleen doordat een klein deel van de immigranten na enige tijd besluit terug te keren. Naarmate het aantal migranten in Nederland stijgt, groeit ook het aantal remigranten.

Groeiende emigratie met een stabiliserende immigratie leidt tot een daling van het migratiesaldo. Over vijftig jaar verruilt Nederland jaarlijks tienduizend autochtonen voor veertigduizend allochtonen, denkt het CBS — een saldo van plus dertigduizend.

Wanneer de vier elementen bij elkaar worden opgeteld, staat Nederland er in 2050 gekleurd op.

Nadat de naoorlogse generatie is uitgestorven, zet het effect van de lage geboortecijfers pas goed door. De omvang van de autochtone bevolking is tegen die tijd gekrompen tot twaalf miljoen mensen, en neemt geleidelijk verder af.

Daarbij moet in het achterhoofd worden gehouden dat een deel van die ‘autochtonen’ door hedendaagse bril misschien niet direct als autochtoon zouden worden herkend. Allochtonen van de ‘derde generatie’ heten per definitie autochtoon. Daar is tegen die tijd misschien alle reden voor, omdat ze volop in de Nederlandse bevolking zijn opgegaan. Niet uit te sluiten valt echter dat de integratie ook voor de derde generatie minder snel gaat als verwacht.

Tegenover dalende aantallen autochtonen staan stijgende aantallen westerse allochtonen — vooral in de vorm van Europeanen die profiteren van een grote EU. Mede omdat zij na verloop van tijd vaak weer terugkeren, blijft hun toename echter beperkt. Van een kleine anderhalf miljoen nu zou hun aantal uitkomen op ongeveer twee miljoen.

Alleen het aantal niet-westerse allochtonen in het land zal fors toenemen. Voortgaande immigratie en een hoger kindertal onder vrouwen die buiten ons land werden geboren, zal de groep doen groeien van anderhalf tot drieënhalf miljoen mensen — oftewel twintig procent van de bevolking. Traditionele herkomstlanden als Suriname, Turkije, Marokko en de Nederlandse Antillen zullen minder prominent zijn; hun plaats zal worden ingenomen door nieuwe herkomstlanden uit Afrika en Azië.

Alles bij elkaar telt Nederland in 2050 een kleine achttien miljoen inwoners — tien procent meer dan de huidige 16,2 miljoen.

Het is duidelijk dat autochtone Nederland binnen vijftig jaar niet in de minderheid raken — althans, over het gehele land bezien. In de praktijk verspreiden immigranten zich niet evenredig over het land, maar concentreren ze zich in de grote steden. Daar zal het beeld dus sneller veranderen. In Amsterdam, zo voorspelde het bureau Statistiek en Onderzoek van die stad in 2001, zal het aantal niet-westerse allochtonen rond 2025 de vijftig-procentsgrens doorbreken.

__________
VERKLEURD
Tussen 2002 en 2050 zal de samenstelling van de Nederlandse bevolking ingrijpend blijven veranderen. Het percentage niet-westerse allochtonen (blauw) zal waarschijnlijk verdubbelen tot ongeveer 20 procent. Ook het aantal westerse allochtonen (licht oranje) zal licht toenemen. Het percentage autochtone Nederlanders (oranje), met inbegrip van ‘derde generatie allochtonen’, zal afnemen tot circa 69 procent.
(Bron: CBS)

Welk kabinet na de verkiezingen ook aantreedt, nu al staat vast dat Nederland, en de rest van Europa, demografisch gesproken een bijzondere tijd tegemoet gaat: de bevolking van het continent krimpt, waar het in de omringende werelddelen nog sterk toeneemt; nieuwe groepen migranten zullen klaar staan om de open vallende plaatsen in te nemen.

Of we het nu betreuren of ernaar uitkijken, duidelijk is dat het land de komende vijftig jaar ingrijpend zal blijven veranderen. En aan dat kale feit kan elke Nederlander misschien maar beter zo snel mogelijk wennen.