Menu Close

Homo-gen wordt door moeder aan zoon doorgegeven

AMSTERDAM – Amerikaanse onderzoekers hebben in het DNA van 114 proefpersonen bewijzen gevonden voor het bestaan van een gen voor mannelijke homoseksualiteit. Als hun resultaten kunnen worden herhaald, zal dit ‘homo-gen’ binnen korte tijd zijn geïdentificeerd.

Het Parool, 15 juli 1993, p.1

De onderzoekers melden hun vondst vandaag in het Amerikaanse tijdschrift Science.

Het nog niet exact gelokaliseerde gen heeft volgens onderzoeker dr D. H. Hamer van het Nationale Kankerinstituut in Bethesda niets te maken met homoseksualiteit bij vrouwen. Evenmin is het volgens hem het enige gen dat betrokken is bij het ontstaan van homoseksualiteit bij mannen.

Anders dan de geruchtmakende ontdekking van de Amsterdamse hersenonderzoeker dr D. Swaab, die vier jaar geleden voor het eerst een verschil ontdekte tussen de hersenen van homo- en heteroseksuele mannen, opent de vondst van Hamer in principe wegen om een erfelijke aanleg voor mannelijke homoseksualiteit op te sporen. Aankomende ouders zouden in de toekomst een foetus al vroeg in de zwangerschap op de aanwezigheid van het ‘homo-gen’ kunnen laten testen. Onderzoek naar de werking van het gen zou stoffen kunnen opleveren die de seksuele voorkeur beïnvloeden.

De ontwikkeling van wettelijke maatregelen om ‘misbruik’ van hun resultaten te voorkomen is dan ook dringend geboden, vinden de onderzoekers.

Het stukje DNA waarop alle aandacht nu is gericht, ligt op het uiterste puntje van het X-geslachtschromosoom. Mannen hebben in hun lichaamscellen maar één zo’n X-chromosoom, altijd afkomstig van hun moeder. Dat dit ‘homo-gen’ op het X-chromosoom ligt, kan volgens de onderzoekers verklaren waarom homoseksuele mannen veel vaker homoseksuele ooms en neven van moederszijde hebben dan van vaderszijde.

Voor zijn onderzoek vergeleek Hamer het DNA van veertig paren homoseksuele broers en hun naaste familieleden. Bij 33 van de veertig paren kwam een klein stukje DNA aan het uiteinde van het X-geslachtschromosoom bij beide broers overeen. Volgens de onderzoekers is de kans dat dit verband niet op een ‘homo-gen’ berust maar op toeval kleiner dan één procent.

Dat ook de omgeving en andere genen een rol spelen bij het ontstaan van een homoseksuele geaardheid, blijkt volgens de onderzoekers wel uit het feit dat zeven van de veertig broederparen wel beiden homo waren, maar op de onderzochte plaats genetisch niet overeenkwamen.

Het bewuste stukje DNA, ‘Xq28’ geheten, omvat ongeveer vier miljoen baseparen en biedt waarschijnlijk plaats aan honderden nog onbekende genen. Welke daarvan zorgt voor deze erfelijke vorm van mannelijke homoseksualiteit, en hoe dit gen meespeelt in de ontwikkeling van de seksuele geaardheid, is nog niet duidelijk.

Pagina 3: Interview Hamer

Related Posts