De paarse plannen met het hoger onderwijs oogsten een storm van kritiek. Ten onrechte, vindt PvdA-kamerlid èn hoogleraar Rick van der Ploeg, een van de bedenkers ervan.
EIGENLIJK ZOU iedereen in het hoger onderwijs moeten worden zoals hij: jong, snel, Angelsaksisch, als een wervelwind oude scheidsmuren omverblazend. Prof.dr Rick van der Ploeg, hoogleraar economie aan de Universiteit van Amsterdam, sinds kort Tweede-Kamerlid voor de Partij van de Arbeid en een van de architecten van het hervormingsplan voor het hoger onderWijs, verwijst graag en veel naar zijn eigen geschiedenis. Hoe hij het eerste jaar vier studies verkende, maar toch binnen drie Jaar afstudeerde in de wis- en natuurkunde. Hoe hij zich daarna aan een Britse universiteit op de economie stortte, om als hoogleraar vanuit een nieuwe invalshoek ‘een heel behoorlijke bijdrage’ aan dat vakgebied te leveren. Dat zijn aio’s niet weglopen naar beter betalende banen — ‘Ik heb wel aio’s gehad die het voor niets wilden doen.’
Van der Ploeg is teleurgesteld over het koor van boze reacties op het regeerakkoord. “Men spreekt van studieduurverkorting, terwijl voor briljante f meest gemotiveerde studenten, die door mogen naar een meester-opleiding, Juist sprake is van studieduurverlenging.”
Ook zijn hoogste baas aan de universiteit, collegevoorzitter J. K. Gevers, liet met termen als ‘prutswerk’ en ‘belachelijk’ flink van zich horen. “Ik hoorde de sirenes van een belangengroep,” zegt Van der Ploeg daarover. “Ik vond ze uitermate onappetijtelijk en schijnheilig. Een honorabele reactie van de universiteiten zou zijn geweest: wij vechten tegen de bezuiniging, maar we gaan met plezier een discussie aan over hervormingen. Dat is ook wat het hoger beroepsonderwijs heeft gezegd. Universiteiten zouden heel wat van hogescholen kunnen leren — die worden efficiënter gemanaged, en ze hebben veel ervaring met intensief onderwijs.”
“Ik weet ook dat JanKarel Gevers in het verleden heel positief is geweest over zulke ideeën — hij baalt alleen van dat bezuinigingsbedrag van anderhalf miljard. Dat doe ik ook — maar ik accepteer het, omdat ik het nóg belangrijker vind dat het lager onderwijs en het beroepsonderwijs worden gespaard. En ik wil niet te veel hoop geven, maar misschien dat de bezuiniging op het onderwijs zelf, van een half miljard, nog kan worden beperkt. We hebben afgesproken dat, als de economie harder groeit dan verwacht, de meevallers ook kunnen worden besteed aan ‘structuurverbetering’. Ik zal ervoor vechten dat het hoger onderwijs daar onder valt.”
Begrip heeft hij wel voor PvdA-fractiegenote Sharon Dijksma, die vorig jaar nog op de barricaden stond tegen bezuinigingen op de basisbeurs. “In feite wordt de studiefinanciering grotendeels uitgekleed, wanneer je van de drie miljard er één afhaalt. Maar ik bekijk het ook van de andere kant: ik heb broers die vroeger moeite de middelbare school hebben afgemaakt, en nu met hun middeninkomens de studiebeurzen betalen van toekomstige afgestudeerden. Wat nu wordt voorgesteld, de prestatiebeurs, vind ik een heel charmante gedachte: een student leent alles, maar wanneer hij binnen een termijn afstudeert wordt een redelijk deel van zijn schuld kwijtgescholden. Dat is heel wat beter dan dat onding wat we nu hebben, de tempobeurs. En het past bij ons huidige strenge maar rechtvaardige stelsel van sociale zekerheid.”
“Nu hoor ik studenten al roepen: wij kunnen het toch niet helpen dat universiteiten slechte onderwijsprogramma’s hebben? Dan zeg ik: U moet gaan naar universiteiten die wèl goed onderwijs geven — waar tachtig procent van de studenten binnen drie jaar afstudeert. Zo gaat dat in Engeland en de Verenigde Staten ook.”
Hervormingen naar Angelsaksisch model waren onvermijdelijk, vindt Van der Ploeg, die zelf na enkele jaren doceren aan King’s College af en toe moeite heeft Engelse woorden te omzeilen, maar in plaats van bachelor en master toch liever ‘vrijgezel’ en ‘meester’ gebruikt. De gedachte komt volgens hem ook minder uit de lucht vallen dan de reacties nu suggereren.”
In de ogen van Van der Ploeg heeft zon hervorming alleen maar voordelen: het sluit aan bij het grootste deel van de wereld, het introduceert selectie met behoud van brede toegankelijkheid, het stimuleert mensen op latere leeftijd door te studeren en de splitsing na drie jaar zal het doorbreken van oude discipline-grenzen bevorderen. Ook maakt het een eind aan de slepende discussies over de cursusduur van bèta-studies — straks wordt voor élke studierichting immers apart bepaald öf er een meester-fase komt, en hoeveel studenten daarnaar mogen doorstromen.
Hoe de hervorming er precies uit gaat zien, ligt nog grotendeels open. Eén belangrijke keus is al gemaakt: geen ‘selectie aan de poort’ van de driejarige vrijgezelopleiding, wel een strenge selectie bij de instroom in de meester-opleiding. Als het aan Van der Ploeg ligt, mag gemiddeld ongeveer vijftig procent door.
“Als sociaal-democraat verzet ik me, zeker voor de komende vier jaar, sterk tegen selectie aan de poort, zoals in het Angelsaksische model, hoewel onze strenge vwo-examens eigenlijk al een soort selectie aan de poort vormen. Ook in de PvdA-fractie klonken geluiden in die richting.
Maar ik vind dat kinderen van 18 jaar nog niet voldoende kans hebben gehad zich te bewijzen, en dan dus ten onrechte worden afgewezen. Er is nog een groot verschil tussen kinderen van het Barlaeus-gymnasium en kinderen uit achterstandsbuurten. Maar als ze drie jaar hebben gestudeerd, dan hoop ik dat die kinderen voldoende zijn geëmancipeerd om ook de tweede stap te wagen. Dan moeten die verschillen zijn weggewerkt.”
“Studentenorganisaties zeggen: voor die meester-fase moet je niet alleen slim zijn, maar ook rijk, want je moet alles lenen. Dat punt vind ik terecht. Ik kan me goed voorstellen dat we komen tot een systeem waarin universiteiten de beste meester-studenten een studiebeurs kunnen geven. Dat zouden ze moeten betalen door ook het aio-schap met een jaar te bekorten. Dan hoeven niet alle studenten te lenen, en is er tegelijk een extra prikkel ingebouwd: de strijd om zon beurs.” Bovendien, vindt Van der Ploeg, zou het een goed bijeffect van de hervorming zijn wanneer studenten na hun vrijgezel-diploma een paar jaar gingen werken, om later dubbel gemotiveerd en met meer geld op zak aan de meester-opleiding te beginnen.
“Adult studenten zijn de beste studenten, dat is de ervaring van elke docent.” Ook de vanzelfsprekendheid waarmee voor elke baan in Nederland een aparte opleiding bestaat, zou verdwijnen, hoopt Van der Ploeg. “Dat is funest voor Nederland en slecht voor studenten — het leidt op tot saaie mensen. Tegen de nieuwe generatie studenten zouden we moeten zeggen: tijdens die drie jaar leer je om na te denken, maar het geeft je geen recht op een bepaalde baan. Je kunt daarna best besluiten iets heel anders te gaan doen, zoals ik ook heb gedaan. In Engeland en Amerika zijn dat soort overstappen aan de orde van de dag.”