HET IS onderwerp van gesprek, maar er moet maar liever niet meer over worden gesproken. Het kwam door uitgelekte berichten even bovenaan de agenda, maar het is inmiddels weer ver naar onderen gezakt: het HBO-Plus, een gedurfd balletje dat de Hbo-raad in gesprekken met staatssecretaris Cohen van onderwijs heeft opgeworpen, heeft een kort maar al turbulent leven achter de rug.
Aan de basis van het vermetele plannetje het bestaande hoger beroepsonderwijs te verrijken met een soort supervariant, waaraan alleen de beste hbo-studenten zouden kunnen deelnemen, lag : de grote onvrede van hogescholen over de rol die hen in het Hoger Onderwijs en Onderzoek Plan (Hoop) van Cohen is toebedacht. Dat plan bevatte mooie woorden over de universiteit die weer wetenschappelijker moest worden, en strengere selectie van studenten aldaar, maar het hbo kwam er maar bekaaid af. Dat steekt, vooral omdat het hoger beroepsonderwijs ervan overtuigd is dat het een heel belangrijke rol voor de Nederlandse economie speelt.
In een aantal ‘informele gesprekken’ met de staatssecretaris luchtte het bestuur van de Hboraad het hart. En tijdens een van die ‘brainstorm-sessies,’ zoals bestuurslid A. Bakker van de Hogeschool van Amsterdam ze noemt, is het woord gevallen: HBO-Plus. “Een onvoldragen idee, waarvan de mogelijke consequenties nog niet voldoende zijn doordacht,” zoals Bakker het nu noemt.
Desalniettemin lieten sommige van zijn collega’s zich ‘in hun enthousiasme’ meevoeren in speculaties over de vorm die het HBO-Plus zou kunnen aannemen. W. Rietveld, bestuursvoorzitter van de Hogeschool Holland in Diemen, zag in NRC Handelsblad al voor zich hoe tien tot vijftien procent van de studenten na één jaar zou kunnen kiezen voor een ‘verzwaarde opleiding’, speciaal voor ‘zelfstandige, innovatieve beroepen.’
Duidelijk is in ieder geval dat een oude klacht van het hbo nog recht overeind staat: omdat ze zelf geen onderzoek mogen doen, dreigen hun opleidingen soms vakinhoudelijk op te drogen. Als voorbeeld noemt Bakker de opleidingen voor fysiotherapie — in Nederland alleen te volgen aan hbo-opleidingen.
Terwijl aan de universiteit de leerstof voortdurend wordt getoetst en ververst door wetenschappelijk onderzoek, kunnen nieuwe methoden, zoals behandelingen met laser-licht, op een hogeschool niet op zijn werkzaamheid kan worden getest.
Bakker: “Voor de positie van het hbo is het essentieel dat wij de mogelijkheid krijgen onze oplei- dingen te vernieuwen, en onze programma’s te actualiseren.”
Hoewel een top-variant, bevolkt met zelfstandig denkende en innoverende studenten, een oplossing zou kunnen zijn, is het volgens Bakker nog veel te vroeg daarover te praten. “We moeten eerst proberen hbo-opleidingen over de gehele breedte, dus voor alle hbo-studenten, te vernieuwen,” vindt hij. Pas dan, wanneer dat voor elkaar is, kunnen we kijken of er nog iets moet gebeuren voor selecte groepen.”
Het is de vraag of, ondanks de sussende woorden, de HBO-Plus- geest nog terug in de fles is te duwen. Voorlopig zal er even niet over worden gepraat — al was het maar, om met bestuursvoorzitter G. Koopman van de Hogeschool Utrecht te spreken, omdat van de huidige twee bewindslieden op het onderwijsministerie duidelijk is ‘waar ze hun lijnen trekken’: hbo en universiteit zijn twee gescheiden werelden, waartussen geen schemergebieden mogen ontstaan.
Koopman: “We berokkenen onszelf schade, door nu nadrukkelijk over een HBO-Plus te spreken.”