Menu Close

Bonte stoet van dissidenten op ‘alternatief aids-congres’

Doordat aidsonderzoekers er niet in slagen de ziekte te bedwingen, groeit het aantal ‘alternatieve’ theorieën en behandelingen. Tijdens een congres in Amsterdam luchten komende week enkele critici hun hart. Een van hen wil zich zelfs met het virus laten inspuiten.

AIDS WORDT niet veroorzaakt door het humaan immuundeficiëntievirus. Aids is in feite een variant van de geslachtsziekte syfilis. Aids is een auto-immuunziekte, waarin het afweersysteem zichzelf te gronde richt. Aids ontstaat door een combinatie van HIV en een andere factor: een mycoplasma.

Bezoekers van het internationale symposium Aids: a different view, komende week in de Rode Hoed in Amsterdam, zullen na afloop waarschijnlijk een beetje in de war zijn. Want onder de paraplu van de Nederlandse ‘Stichting Alternatief Aids-onderzoek’ zal aan hun oog een lange rij wetenschappers voorbijtrekken met elk hun eigen theorie over het ontstaan van aids en de manier waarop de ziekte moet worden bestreden.

Wat zij delen, is het verzet tegen de overgrote meerderheid van aidsonderzoekers die gewoon vasthouden aan de opgebouwde kennis: aids is een aparte ziekte aan het immuunsysteem, veroorzaakt door een virus (HIV), dat wordt overgedragen via besmet bloed of sperma. Na de infectie kan het virus zich gedurende vele jaren rustig te houden in het lichaam, om uiteindelijk toch toe te slaan. Het afweersysteem stort in elkaar, en de patiënt overlijdt aan voorheen ‘ongevaarlijke’ infectieziekten.

Dat de voedingsbodem voor ‘alternatieve’ aidstheorieën en -therapieën de jaren groeit, heeft alles te maken met het feit dat die algemeen aanvaarde wetenschap, ondanks jarenlang intensief onderzoek, belangrijke vragen rondom de ziekte nog steeds niet kan beantwoorden. Ook de geringe vooruitgang bij het ontwikkelen van medicijnen speelt een rol: naast het agressieve AZT en zijn evenknie DDI heeft alle research nog maar weinig bruikbaars opgeleverd. En van deze twee middelen is nog niet eens bewezen dat mensen die nog geen aids hebben ontwikkeld er langer door leven.

Dat wil overigens niet zeggen dat mensen met aids er nog even slecht voor staan als tien jaar geleden, toen de eerste diagnoses werden gesteld: dankzij betere behandelingen van infecties, nieuwe antibiotica, en AZT is de levensverwachting na de diagnose belangrijk toegenomen.

Tot de prominente gasten van het alternatieve Amsterdamse congres behoort Luc Montagnier, de Franse onderzoeker die als eerste het aidsvirus isoleerde uit het bloed van aidspatiënten. Al jaren is hij ervan overtuigd dat ‘zijn’ virus weliswaar noodzakelijk is om aids te ontketenen, maar dat daarnaast een tweede ziekmaker, een ‘cofactor’, nodig is om een slapende HIV-infectie te wekken. Zijn belangrijkste verdachte is een mycoplasma, een bacterie-achtige ziekteverwekker. Maar ondanks Montagniers status als ontdekker van het aidsvirus wordt aan zijn theorie in wetenschappelijke bladen weinig aandacht geschonken.

Duesberg

Naast Montagnier zal nog een andere prominente dissident het congres in Amsterdam opluisteren: de Amerikaanse moleculair-bioloog Peter Duesberg. Hij dankt zijn reputatie niet zozeer aan zijn kennis over aids – die blijkt nogal eens tegen te vallen – als wel aan de grote aandacht die media in het verleden aan zijn controversiële ideeën hebben geschonken. Zo veroorzaakte twee jaar geleden de uitzending van een documentaire rond Duesberg op het commerciële Britse televisiekanaal Channel 4 grote opschudding. Het feit dat ‘gevestigde wetenschappers’ Duesbergs uitspraken over de onschuld van HIV en de onzin van AZT te absurd vonden om op te reageren, bleek door kijkers te worden gezien als bewijs dat de wetenschap ook geen weerwoord hád. Patiënten staakten hun behandeling, en er ontstond zelfs vrees dat de documentaire het effect van ‘vrij-veilig’-campagnes onder risicogroepen weer teniet zou doen.

De argumenten waarmee Duesberg reguliere aids-onderzoekers bestookt zijn velerlei. Zo vindt hij dat de hypothese ‘HIV veroorzaakt aids’ niet voldoet aan de klassieke postulaten van Koch. Robert Koch bewees in de negentiende eeuw dat tuberculose wordt veroorzaakt door een bacterie. Hij stelde regels op waaraan een micro-organisme moet ‘voldoen’ om als ziekteverwekker te worden aangewezen. Een van die regels luidt dat iemand door toediening met de microbe ziek moet worden, en dat uit de patiënt vervolgens de microbe weer geïsoleerd moet kunnen worden. Volgens Duesberg gaat het op dit laatste punt mis: bij niet alle aidspatiënten zou het lukken om het virus te isoleren. Hij heeft in zoverre gelijk, dat het niet bij honderd procent van de patiënten lukt. Maar op dezelfde gronden had Koch van Duesberg de tuberkelbacil ook niet mogen aanwijzen als veroorzaker van tbc: lang niet bij elke tbc-patiënt lukt het om de bacterie te isoleren. Toch is die ziekte dankzij Kochs ontdekking vrijwel uitgeroeid.

Een ander kritiekpunt van Duesberg is dat, zoals hij zegt, ‘geen ander virus onderscheid maakt tussen mannen en vrouwen, of tussen homo- en heteroseksuelen’. Toch, stelt hij vast, bestaat het overgrote deel van de Amerikaanse patiënten uit homoseksuele mannen. Daarbij gaat hij nogal gemakkelijk voorbij aan het feit dat élke virus-epidemie een combinatie is van biologische en sociologische factoren. Een voorbeeld: de bacterie die syfilis veroorzaakt, treft bijna vijftien keer zo veel mannen als vrouwen – een verschil dat vijftig jaar geleden niet bestond. Ook hier is het vermoeden dat de bacterie zich vooral in kleinere kringen van mannelijke homoseksuelen heeft kunnen handhaven. Dat sociale factoren ook verschillen in de verspreiding van HIV en het optreden van aids veroorzaken, hoeft dus geen verwondering te wekken.

In Afrika is de verspreiding van het virus onder mannen en vrouwen vrijwel homogeen. In landen als Groot-Brittannië, West-Duitsland en Nederland treft aids vooral homoseksuele mannen. In Italië, Spanje en Frankrijk daarentegen zijn eerder drugsgebruikers die eikaars spuiten gebruiken het slachtoffer.

Duesberg houdt echter vol dat HIV uiteindelijk niets te maken heeft met aids – ooit bood hij zelfs aan zich vrijwillig met het virus te besmetten. Volgens hem zijn het in werkelijkheid ongezonde leefgewoonten, verdovende middelen, veelvuldige seks en andere door God verboden zaken die het immuunsysteem van jonge mensen slopen. Ook bloedtransfusies zijn in zijn ogen risicovolle handelingen, die de kans op afweerproblemen ook zonder aidsvirus al vergroten. Hij lijkt daarbij wel voorbij te gaan aan het feit dat hemofilie-patiënten vele jaren lang transfusies met stollingsfactoren hebben gekregen zonder dat grote aantallen van hen opeens aan een duidelijk herkenbare immuunziekte ten prooi vielen, zoals vanaf het begin van de jaren tachtig plotseling gebeurde.

Auto-immuun

Naast Montagnier en Duesberg zullen in Amsterdam nog enkele anderen hun ‘dissidente’ geluid ten gehore brengen. Daaronder aanhangers van een theorie die ook in ‘serieuze’ aids-kringen zeker niet onbespreekbaar is: dat aids verwantschap vertoont met een ‘auto-immuunziekte’: het aidsvirus zou de meeste immuuncellen niet zelf vernietigen, maar onderlinge reacties tussen afweercellen uitlokken, zodat ze opeens elkaar vernietigen.

Ook onderwerpen die niet direct met de oorzaak van de ziekte te maken hebben, komen aan bod. Zo wordt gesproken over de vraag of het ethisch verantwoord is patiënten met aids bij het testen van mogelijke medicijnen in een controlegroep onder te brengen, zodat ze niet het ‘medicijn’ krijgen maar een nep-middel.

Evenmin onbesproken blijft de rol die de media in de aids-epidemie spelen.

Om de kakofonie compleet te maken, is tijdens het symposium ook tijd ingeruimd voor homeopaten, die niet gehinderd door controleerbare experimenten bij aids-patiënten ‘trachten te komen tot een therapie aangepast aan de individuele patiënt door de integratie van een fysieke en psychologische diagnose’. Ook andere minder logische en bewijsbare theorieën, zoals die volgens welke microörganismen geen ziekten verwekken maar ‘onder invloed van het milieu in het lichaam van vorm veranderen’. Ook de ‘oren-mafia’, die de ziekte met positief denken te lijf wil gaan, zal acte de présence geven, al wijst recent onderzoek uit dat gedragstherapieën en een stimulerende omgeving wel het geestelijke welzijn van patiënten kunnen verbeteren, en daarom soms hun levenskansen, maar dat zij het geleidelijk verdwijnen van afweercellen niet kunnen vertragen.

Het valt natuurlijk te betreuren dat tien jaar onderzoek met de modernste technieken ten spijt, snelle en spectaculaire successen uitblijven. Of de zegen uiteindelijk uit deze hoek zal komen kan dan ook worden betwijfeld. Maar minstens zo grote twijfels mogen worden ingeruimd voor het bonte gezelschap dat komende week in Amsterdam zijn kunsten zal vertonen.

Related Posts