Menu Close

Frankenstein op je bord

Verwikkelingen rond een geheim gehouden proef met genetisch gemanipuleerde aardappelen, deden in Engeland de angst voor ‘Frankenstein-voedsel’ tot ongekende hoogte oplaaien. Wordt ons toekomstige voedsel wel grondig genoeg getest?

Het was inderdaad een wat onheilspellende uitzending, die aflevering van ‘World in Action’, op 10 augustus vorig jaar van het Britse tv-station ITV. Al in de openingszin stelde de presentator de retorische maar veelzeggende vraag: is de genetisch gemanipuleerde groente die straks op ons bord ligt een wetenschappelijk kunststukje, of is het Frankenstein-voedsel?

Wie het vervolg van de uitzending meemaakte, kon haast niet anders dan uitkomen op het laatste: waarom anders zou mega-fabrikant Monsanto elk commentaar weigeren? En waarschuwde een onderzoeker van een toonaangevend Schots onderzoeksinstituut, Arpad Pusztai, niet zelf dat ‘burgers dreigen te worden gebruikt als proefkonijnen’ in een luguber, wereldwijd experiment? En dat de regels daarom moeten worden aangescherpt?

‘Ik geloof inderdaad dat er producten op de markt komen die niet voldoende grondig op hun veiligheid zijn getest,’ zegt de Utrechtse veterinair-patholoog Jos Koninkx. Samen met negentien collega-wetenschappers, uit veertien landen, betuigde hij vorige maand publiekelijk zijn steun voor de kort na de uitzending overhaast geschorste Pusztai, met wie hij ooit samenwerkte. ‘Al weet ik niet precies welke producten er op de markt zijn, of welke procedures producten doorlopen voordat ze worden toegelaten,’ voegt de patholoog eraan toe.

In Engeland leidde de stap van Koninkx en zijn collega’s tot een ongekende uitbarsting van wantrouwen jegens overheid en wetenschap. Wekenlang stonden de media bol van beschuldigingen van belangenconflicten en pogingen de waarheid voor het publiek verborgen te houden. Actiegroepen deponeerden tonnen sojabonen op de stoep voor Downingstreet 10, de regering sloeg terug met tientallen Internet-pagina’s om uit te leggen dat alles in orde is. Een vereniging van lokale overheden bepleitte de verwijdering van genetisch gemanipuleerd voedsel uit scholen, kantines, ziekenhuizen en bejaardenhuizen. Britse Nobelprijswinnaars maanden collega-wetenschappers niet publiekelijk te discussiëren over ongepubliceerde experimenten.

Zo hevig was de schok, dat de trillingen over de hele wereld voelbaar waren. Niet zo hevig als in Engeland zelf, waar de bevolking het trauma van de BSE-crisis, met alle geruststellende woorden van de overheid eromheen, nog niet te boven is. In de Verenigde Staten, waar bijna de helft van alle sojavelden al genetisch is gemanipuleerd en de produkten ervan zonder enige aanduiding in de winkels liggen, ziet men de ophef meer als een Europese rariteit. Ook in Nederland bleef de opwinding beperkt, al zullen de berichten uit Engeland ook hier niet hebben bijgedragen aan het vertrouwen in de ‘genetische landbouw’.

Betreurenswaardig, maar begrijpelijk, meent Harry Kuiper, hoofd van de afdeling Veiligheid en Gezondheid van Voedsel van het Rikilt-DLO in Wageningen. Als lid van de Europese commissie die de veiligheid van gemanipuleerd voedsel beoordeelt, ondervindt hij als geen ander de gevolgen van al die maatschappelijke onrust. Deels wijt hij die onrust aan ‘mismanagement’ binnen het Schotse Rowett Research Institute. Dat liet Pusztai immers eerst ruwe proefuitkomsten op tv bekendmaken, maar snoerde hem vervolgens na een intern onderzoek de mond. Zo liet men weinig na om op zijn minst de suggestie te wekken dat er geheimen werden toegedekt.

Maar het wantrouwen tegen genetisch gemanipuleerd voedsel zit dieper dan deze ene affaire, weet Kuiper. ‘Bijna niemand weet hoe grondig de veiligheid van gemanipuleerde producten nu al wordt getest, veel meer dan die van ‘klassieke’ veredelde gewassen.’

In de proef die aan de basis lag van alle opschudding, kregen ratten aardappelen te eten waaraan een ‘lectine’ was toegediend. Lectines vormen een categorie giftige stoffen die van nature in veel planten voorkomen. De plant gebruikt ze dan om zich vraatzuchtige insecten van het lijf te houden.

Van sommige van die lectines is bekend dat ook mensen en zoogdieren er last van kunnen krijgen. Daarom moeten sommige soorten bonen voor consumptie altijd worden gekookt. Maar van andere lectines, zoals die van het sneeuwklokje, wordt vermoed dat ze onze darmen niet of nauwelijks deren. Dat maakt genen die zorgen voor de aanmaak van zulke lectines interessant voor bezuinigende boeren: in plaats van de akker te besproeien met insecticiden, zou hij zijn gewas via genetische manipulatie ingebouwde bescherming kunnen bieden.

Het Rowett Institute in Aberdeen was betrokken bij fundamenteel onderzoek naar zulke slimme gewassen. Twee soorten lectines werden ingebouwd in de genen van een aardappelras. Laboratorium-ratten kregen de ‘nieuwe aardappelen’ te eten, om te kijken of ze er meer last van ondervonden dan van gewone aardappelen, of van aardappelen waaraan lectines los waren toegevoegd.

Wat Arpad Pusztai precies had onderzocht, was na de uitzending lange tijd onderwerp van verwarring. Maar inmiddels spitst de discussie zich toe op een proef waarin ratten 110 dagen lang aardappels te eten kregen met een ingebouwd lectine-gen van het sneeuwklokje.

Volgens Pusztai vertoonden deze ratten na afloop een lichte groei-achterstand, en wezen veranderingen in het immuunsysteem op infecties in het maagdarmkanaal. Een oud-collega van Pusztai, de Schotse patholoog Stanley Ewen, bekeek later nog de organen van de betrokken ratten, en vond afwijkingen aan maag en darmen van de dieren die genetisch gemodificeerde aardappelen hadden gegeten. Ratten die gewone aardappelen aten, met of zonder lectines, hadden geen problemen. Conclusie: de genetische manipulatie op zich leidt tot geheimzinnige, schadelijke effecten.

Maar volgens de commissie van deskundigen die vorig jaar al snel door het Rowett Institute was ingeroepen, bevatten de metingen van Pusztai veel te veel onzekerheden om welke conclusie dan ook te trekken. ‘In veel gevallen,’ zei commissie-voorzitter en Rowett-medewerker Andrew Chesson tegen het tijdschrift Nature, ‘waren de foutmarges bijna even groot als de meetwaarden zelf.’

Voor de rest weigert Chesson echter in het openbaar over de gegevens te discussiëren. Officieel heet het dat Pusztai zijn materiaal eerst moet publiceren in een wetenschappelijk tijdschrift. Maar als de commissie gelijk heeft, is de kans dat dat lukt natuurlijk niet zo groot.

Wat patholoog Koninkx betreft hoefde voor de rehabilitatie van Pusztai niet op een wetenschappelijke publicatie te worden gewacht. Met Pusztai’s andere medestanders, vindt hij de voorlopige resultaten van de voederproeven dermate verontrustend, dat ze de gewraakte uitspraken zonder meer rechtvaardigden. Koninkx: ‘Wie, zoals ik, Pusztai op een lezing in Zweden zijn gegevens heeft zien presenteren, weet dat dit geen man is die overhaaste conclusies trekt. Ik ben geen deskundige op het gebied van genetisch gemodificeerd voedsel, maar ik kan wel een wetenschappelijk experiment beoordelen.’

Kuiper, lid van het Scientific Committee on Plants van de Europese Commissie en als zodanig rechtstreeks betrokken bij de beoordeling van de veiligheid van genetisch gemanipuleerde gewassen, heeft de ruwe gegevens van Pusztai nog niet in detail kunnen bestuderen. Maar één ding viel hem bij oppervlakkige beschouwing al wel op: Pusztai is er niet aan toegekomen om te controleren of zijn genetisch gemodificeerde aardappelen misschien extra veel glyco-alkaloïden bevatten — gifstoffen die van nature al in behoorlijke concentraties in aardappels voorkomen. Alleen al daarom, stelt Kuiper, was de aardappel van Pusztai nooit door de Europese veiligheidsprocedures gekomen.

De vraag of een genetisch gemodificeerd gewas veilig is, kan niet altijd op dezelfde manier worden opgelost, meent Kuiper. Soms komt het ingebouwde eiwit al tientallen jaren in het voedsel voor, en is alleen de methode, genetische manipulatie, nieuw. De fabrikant moet dan aantonen dat de manipulatie geen schadelijke gevolgen heeft. Dat gebeurt door het nieuwe gewas tenminste 90 dagen aan proefdieren te voeren, maar vooral door grondige analyse van de veranderde plant. Zijn de bladeren opeens geler, de knollen kleiner? Komen bekende gifstoffen in de plant plotseling meer voor? Is er anderszins iets veranderd in de chemische samenstelling?

In gevallen als de aardappelen van Pusztai, verzekert Kuiper, zou de Europese adviescommissie om nog veel meer onderzoek vragen. ‘Als het gaat om een nieuw eiwit in het menselijk voedselpakket, dan zijn de eisen natuurlijk zwaarder. Dan willen we uitgebreid giftigheidsonderzoek zien, allergie-proeven en gegevens over de afbraak in het lichaam van deze nieuwe eiwitten. En als er aanleiding is om naar het immuunsysteem te kijken, zoals bij lectines, dan zullen we ook dat eisen. Van sommige genen, zoals die voor de resistentie tegen klinisch relevante antibiotica, zullen we zeggen dat je ze überhaupt niet moet gebruiken, omdat er een minieme kans kan bestaan dat die resistentie naar de mens overspringt.’

In feite, vindt Kuiper, zijn de bestaande veiligheidsregels rond genetisch gemodificeerde organismen eerder overdreven streng dan te ruim. Zijn eigen instituut, Rikilt-DLO, testte tomaten met een ingebouwd Bt-gen, een ander insectenbestrijdingsmiddel, waarmee gewassen al tientallen jaren worden bespoten. Negentig dagen lang bestond het menu van de proefratten voor tien procent uit transgene tomaten — omgerekend naar de mens een dagelijkse dosis van dertien kilogram tomaten. ‘In zekere zin is dat overkill,’ meent Kuiper, ‘zeker als je het vergelijkt met gewassen die, via klassieke verdeling, minstens zulke riskante eigenschappen krijgen ingekruist. Maar je doet het omdat de techniek van genetische modificatie nog nieuw is, en je niet precies weet wat je kunt verwachten.’

In strengere regels ziet Kuiper dan ook niets. Het pleidooi van Koninkx noemt hij ‘een rare uitspraak van iemand die zegt niet te weten waarop nu wordt getest.’ Maar dat er iets moet gebeuren om de sluimerende onrust onder Europese consumenten weg te nemen, daarvan is ook Kuiper overtuigd — binnen niet al te lange tijd staan, na genetisch gemodificeerd soja-eiwit en mais-zetmeel, immers ook gemanipuleerde tomaten en kool op het menu.

‘De Europese Commissie zal meer ruchtbaarheid moeten geven aan de regels die er bestaan,’ zegt hij. ‘We zullen meer op de tam-tam moeten slaan.’

Link: Notulen, oordelen en criteria van de Europese Scientific Committee on Plants .

Related Posts