Menu Close

Ook in auto-mekka groeien de files

Staatscourant, mei 2001

De groei van het Amerikaanse wegennet blijft achter bij de toename van het aantal gereden kilometers. Daardoor groeit ook in het Mekka van de auto het fileprobleem. Het woord ‘rekeningrijden’ is al gevallen.

WASHINGTON — Iedere Amerikaan, zo meldt het jongste ‘Stedelijk mobiliteitsrapport’ van de A&M Universiteit van Texas, staat omgerekend jaarlijks 36 uur in de file. Tientallen miljarden liters benzine verdwijnen in het niets door opstoppingen of vertraging. De economische schade bedraagt, wanneer ook het verlies aan productieve uren wordt meegenomen, 200 miljard gulden op jaarbasis, ofwel meer dan de jaarlijkse uitgaven van de Nederlandse overheid.

Om te voorkomen dat de nationale verstopping van het wegennet nog verder toeneemt, berekende het Texas Transportation Institute, zou jaarlijks achtduizend kilometer aan nieuwe rijstroken aan snelwegen en stedelijke hoofdwegen moeten worden toegevoegd. Maar in de praktijk wordt nauwelijks de helft van die hoeveelheid gerealiseerd.

Wanneer de huidige ontwikkelingen zich doorzetten, voorspellen de berekeningen, dan zitten kleine Amerikaanse steden over tien jaar net zo verstopt als de grootste metropolen nu.

In heel Amerika wordt elk jaar reikhalzend uitgekeken naar het Urban Mobility Report. In dat rapport neemt het Texas Transportation Institute van de A&M Universiteit in Houston de 68 belangrijkste stedelijke regio’s onder de loep. In samenwerking met lokale verkeersautoriteiten, en met behulp van het uitgebreide Highway Performance Monitoring System van het federale ministerie van transport, brengen de onderzoekers de doorstroming in en rond al die stedelijke gebieden gedetailleerd in kaart.

De gepubliceerde getallen leiden overal in het land tot uitgebreide nieuwsberichten. In elke stad zoeken forensen en andere automobilisten erkenning voor hun persoonlijke frustraties — is mijn stad inderdaad zo verstopt als ik dagelijks aan den lijve ervaar? Zijn we gestegen of gedaald in de top-68 van verkeersellende?

Maar wat betreft de toppositie in de ranglijst is de spanning er al jaren af. Los Angeles scoort, op welke manier de stagnerende doorstroming ook wordt gemeten, in elk opzicht verreweg het slechtst.

Maar topposities zijn er traditiegetrouw voor álle Amerikaanse metropolen — stedelijke agglomeraties met drie miljoen inwoners of meer. Nadat de eerste helft van de jaren negentig rond steden als New York, Houston en Washington de situatie leek te verbeteren, zette de dichtslibbing zich sindsdien met onverminderde kracht weer voort. Inmiddels is duidelijk dat ook middelgrote steden de dans niet ontspringen: Seattle, Atlanta, Dallas, Denver en Austin, bijvoorbeeld, doen volop met de grote jongens mee.

Anders dan Nederland, dat zijn verkeersproblemen pleegt uit te drukken in aantallen files of de gezamenlijke lengte van hun optelsom, behandelen Amerikaanse rekenaars vollopende wegen meer als een continuüm dan als een reeks incidenten. De ernst van de situatie wordt uitgedrukt in een aantal maten, zoals het aantal uren van de dag dat van congestie sprake is, het aantal uren dat inwoners gemiddeld in de file staan en — door stijgende energieprijzen dit jaar weer wat belangrijker — het aantal liters benzine dat met al dit stilstaan verloren gaat.

Dit jaar introduceerden de rekenmeesters een nieuwe indicator voor de overbelasting van het wegennet: de ‘reisduur-index’, die aangeeft hoeveel langer het duurt om je tijdens drukke perioden te verplaatsen. Niet alleen een hogere autodichtheid doet deze index stijgen, maar ook een groter aantal ongelukken of wegwerkzaamheden tijdens deze ‘spits’.

In de negen metropolen, zo geven de getallen aan, is een automobilist nu gemiddeld 1,8 keer zoveel tijd kwijt voor een rit tussen twee willekeurige punten A en B. Een tripje dat ’s nachts dertig minuten zou duren, kost in de drukke periode nu gemiddeld dus bijna een uur.

Daarbij moet worden bedacht dat het woord ‘spitsuur’ niet meer hetzelfde betekent als toen de term werd uitgevonden. Rond de grote steden vormen acht van de vierentwintig uren in een etmaal inmiddels een heel erg brede ‘spits’.

‘Amerika doet niet genoeg om haar transportsysteem te verbeteren’, concludeert het Texas Transportation Institute. `Als de groei doorzet, bereiken relatief kleine steden als Providence, Salt Lake City en Memphis over tien jaar het niveau van grote steden nu.’

In regio’s die veel in asfalt investeerden, nam de congestie minder snel toe, berekent het instituut. Wegen aanleggen helpt dus. Maar om te zorgen dat de verstopping niet verergert, moet volgens de wetenschappers de hoeveelheid asfalt snéller groeien dan het verkeer. In de praktijk zou, om de situatie te stabiliseren, tweemaal zoveel geld naar wegenbouw moeten gaan. Tal van wegen zouden met vier, zes of zelfs acht rijstroken moeten worden uitgebreid. ‘Vrijwel onmogelijk,’ schatten de onderzoekers zelf deze optie in. Alleen een breed spectrum aan maatregelen kan volgens hen dus voorkomen dat het enorme net van snelwegen in een onmetelijke parkeerplaats wordt omgezet.

De lijst met opties omvat vele klassiekers, zoals groei van het openbaar vervoer, spreiding van werktijden en het bevorderen van telewerken en carpool-initiatieven. Stedenbouwers moeten meer ruimte reserveren voor voetgangers en — een recente Amerikaanse ontdekking — fietsers.

Er zíjn andere beleidsopties die grote mogelijkheden bieden, aldus het rapport: rekeningrijden (value pricing ) en het verbieden van niet-noodzakelijk spitsverkeer (peak-travel restrictions ). ‘Maar die,’ haasten de onderzoekers zich er direct bij te zeggen, ‘zijn zeer moeilijk om aanvaard te krijgen.’

Related Posts