Menu Close

Enron manipuleerde Californische stroommarkt

Staatscourant, juli 2002

Het faillissement van de Amerikaanse energiehandelaar Enron zorgt voor een omslag in het denken over overheidstoezicht op gedereguleerde energiemarkten. Nieuw ontdekte documenten lijken te bewijzen dat de stroomcrisis in Californië deels aan marktmanipulaties te wijten was.

WASHINGTON — FAT BOY, luidde de koosnaam die advocaten van Enron aan één handige truc hadden gegeven. Death Star en Load Shift heetten andere. Alle hadden ze één ding gemeen: ze waren ontworpen om zo veel mogelijk geld te verdienen aan de mazen in het net van de gedereguleerde Californische markt voor stroom.

Het faillissement van energie-gigant Enron brengt zaken naar boven die tot nu toe in diepe bureauladen verborgen lagen. Tot de verrassingen behoren vertrouwelijke rapporten waarin advocaten elkaar uitleggen hoe handelaren bij Enron, ten koste van distributeurs en consumenten, een oververhitte markt manipuleerden. Het waren niet alleen capaciteitstekorten, zo tonen de documenten aan, maar ook heimelijke marktmanipulaties die Californië confronteerden met black-outs en exploderende stroomrekeningen. Enron, zo blijkt, verdiende vaak vele miljoenen dollars zonder ook maar één kilowattuur te leveren.

De consequenties van de ontdekking reiken veel verder dan Enron. Weinigen geloven nog dat de andere spelers op de gedereguleerde markt zich niet aan vergelijkbare praktijken schuldig maakten.

Californië behoorde, samen met enkele andere westelijke Amerikaanse staten, in 1996 tot de eerste die hun energiemarkt dereguleerden. De ontwerpers van de nieuwe private markt gingen niet over één nacht ijs: tal van ingewikkelde spelregels moesten voorkomen dat de zegeningen van de vrije concurrentie binnen bereik kwamen zonder dat de consument werd blootgesteld aan de risico’s van plotselinge capaciteitstekorten of prijsopdrijving.

Eind jaren negentig werd echter duidelijk dat de ooit zo zorgvuldig uitgedachte markt niet was opgewassen tegen de samenkomst van niet voorziene omstandigheden. De economie groeide sneller dan verwacht, juist in sectoren die veel stroom verbruiken. De bouw van extra energiecentrales hield met die groei geen gelijk tred, deels als gevolg van allerlei bezwaarprocedures, deels ook omdat private stroomproducenten minder investeerden dan was verwacht.

Toen in 1999 en 2000 hete zomers ook nog zorgden voor pieken in de vraag, sloegen in Californië de stoppen door. Regelmatig dreigde het aanbod van stroom te bezwijken onder de vraag, waardoor op de korte-termijnmarkt de prijzen astronomisch stegen. Distributeurs, die zulke prijzen niet mochten doorberekenen aan consumenten, belandden op de grens van bankroet.

Pas toen vorig jaar de federale toezichthouder van de markt, de Federal Energy Regulatory Commission (FERC), de stroomprijzen in alle westelijke staten aan banden legde, keerde de rust terug. Tegen die tijd had de crisis Californië vele miljarden dollars gekost.

Het plotselinge herstel, suggereren nu naar boven gekomen documenten, was wellicht de doodklap voor Enron, het Texaanse concern dat was uitgegroeid tot de grootste speler op de markt. Enron verwachtte dat de stroomcrisis nog jaren aan zou houden. De torenhoge prijzen zouden jaarlijks vele honderden miljoenen dollars in het laatje brengen — niet in de laatste plaats omdat Enron in het geheim een hele rij trucs gebruikte om de penibele Californische markt nóg penibeler te maken.

Het bestaan van deze trukendoos werd uitvoerig beschreven door medewerkers van een extern advocatenkantoor dat, in december 2000, de juridische risico’s voor Enron in kaart bracht. Nieuwe managers bij Enron, in dienst getreden na het faillissement, overhandigden de opgedoken documenten aan de federale autoriteiten, die ze prompt openbaar maakten. De papieren vormen de spreekwoordelijke smoking gun — het bewijs dat Enron zich schuldig maakte aan marktmanipulatie.

In de periode dat alleen in Californië maximumprijzen golden, bijvoorbeeld, kocht Enron op cruciale momenten stroom uit het Californische distributienet om het voor soms het vijfvoudige aan omringende staten te verkopen. Op andere momenten misleidden Enron-handelaren de coördinatoren van het netwerk, en streken zo financiële beloningen op zonder er iets voor te doen. Een bijzonder kunstige truc omvatte het leveren van stroom in twee richtingen over dezelfde lijn — een strategie die kapitalen opleverde zonder dat feitelijk ook maar één kilowattuur stroom werd geleverd.

De onthulling lijkt de doodklap te worden — niet alleen voor de reputatie van Enron, waarvan toch al weinig meer over was, maar ook voor het Amerikaanse vertrouwen in gedereguleerde energiemarkten in het algemeen. Zeker natuurlijk in de staat Californië, waar consumenten nog tientallen jaren extra moeten betalen voor hun stroom om leningen aangegaan tijdens de crisis af te betalen. Volgens gouverneur Gray Davis, die al jaren smeekte om strenger toezicht op de markt, kunnen de nieuwe documenten zorgen voor een doorbraak in pogingen van de staat om miljarden dollars van energiebedrijven terug te claimen.

Maar ook de toezichthouder zelf, de FERC, lijkt na de vondst van de documenten overtuigd dat strenger overheidstoezicht op gedereguleerde markten noodzakelijk is. Nog deze week, verordonneerde een ongewoon krachtdadige commissie, moeten honderdvijftig leveranciers van Californische stroom alle papieren overleggen waaruit zou kunnen blijken dat ook zij de markt hebben gemanipuleerd.

Die zoektocht, suggereren de voormalige Enron-advocaten, heeft grote kans meer ongeregeldheden aan het licht te brengen. Want, schreven zij eind 2000, ‘een van de meest fundamentele door Enron gebruikte strategieën [.. wordt volgens verscheidene handelaren bij het bedrijf inmiddels ook door andere marktpartijen toegepast.’

Het geloof in de zelfreinigende werking van een geliberaliseerde markt wordt ook in de Verenigde Staten op de proef gesteld.

Related Posts