Menu Close

Waakhond VS wil einde zelfregulerende accountants

Staatscourant, februari 2002

De val van energiehandelaar Enron heeft het vertrouwen van Amerikaanse investeerders geschokt. Om het vertrouwen weer te herstellen zijn zelfs accountantskantoren bereid hun uiterst discrete zelfcontrole op te geven.

WASHINGTON — Het is waarschijnlijk niet eens zozeer dat duizenden onverstandig beleggende Enron-medewerkers al hun pensioenspaargeld verloren en dat wereldwijd aandelenportefeuilles verdampten, terwijl de verantwoordelijke managers tientallen miljoenen dollars veilig op hun bankrekening hebben staan;

Het is waarschijnlijk ook niet dat tientallen hooggeplaatste ambtenaren in de regering-Bush financiële banden met het nu failliete bedrijf blijken te hebben, maar ironisch genoeg juist daarom geen vinger durfden uitsteken toen het bedrijf wankelend op de rand van de afgrond stond;

Evenmin is het waarschijnlijk de aanzwellende stroom van geruchten dat medewerkers van zowel Enron als zijn accountant Arthur Andersen dozen vol documenten door de versnipperaar hebben gehaald, vlak nadat onderzoek naar honderden miljoenen aan gecamoufleerde bedrijfsverliezen zou beginnen.

Zelfs is het waarschijnlijk niet de wat gênante onthulling dat driekwart van alle senatoren en bijna de helft van alle leden van het Huis van Afgevaardigden voor hun verkiezingskas cheques van Enron ontvingen (inmiddels haastig teruggestort in een fonds voor gedupeerd personeel).

Meer dan tien commissies van het Amerikaanse Congres en verscheidene ministeries, waaronder het ministerie van Justitie, hebben het voorbeeld gevolgd van de Securities and Exchange Commission (SEC), de waakhond van het Amerikaanse beurssysteem. Allen hebben diepgaande onderzoeken aangekondigd naar wat er precies is misgegaan in het spectaculaire Enron-debâcle. En de belangrijkste reden voor dit nationale zelfonderzoek lijkt de angst dat vele bedrijven de gevallen oliegigant uit Texas achterna zouden kunnen gaan.

`Enron was een rotte appel, maar het was niet de enige rotte vrucht in de mand,’ aldus Lynn Turner, tot afgelopen zomer nog de hoogste accountant van de SEC. `Voordat de huidige economische inzinking voorbij is,’ voorspelde Turner voor het publieke radiostation NPR, `zullen nog vele, vele bedrijven met vergelijkbare problemen boven water komen.’

De vrees is dat, in de zeepbel-economie van de jaren negentig, tal van Amerikaanse bedrijven hun winsten met boekhoudkundige trucs hebben opgepompt; dat accountants voor die praktijk alom de ogen hebben gesloten; en dat, wanneer in de huidige recessie meer luchtkastelen leeglopen, het vertrouwen in het Amerikaanse bedrijfsleven als geheel wel eens ineen zou kunnen storten.

Zo groot is de bezorgdheid, dat de kort geleden door president Bush benoemde voorzitter van de SEC, Harvey Pitt, vorige week aankondigde over te willen gaan tot de meest ingrijpende aanpassing van de accountancyregels sinds de Grote Depressie. Een veelzeggend besluit, aangezien dezelfde Pitt zich jarenlang heeft verzet tegen pogingen om accountants aan strengere regels te binden.

`We kunnen ons simpelweg niet meer veroorloven een systeem te laten voortbestaan dat falen bevordert in plaats van succes,’ zei Pitt vorige week tijdens een persconferentie in Washington. `De SEC kan en zal het groeiend aantal gevallen van winstcorrecties, falende accountantsonderzoeken, faillissementen en instortende koersen niet langer tolereren.’

Peer review

Hoe grondig accountantskantoren de boeken van hun klanten controleren, en hoe kritisch zij daarbij zijn, wordt in de VS op verschillende niveaus gecontroleerd. De SEC jaagt op de grove overtredingen van federale regels. De waakhond pakt echter, door een gebrek aan mankracht, alleen de ernstigste gevallen aan.

Naleving van de beroepsregels wordt daardoor in de praktijk vooral gecontroleerd via discrete zelfregulering. De overkoepelende bedrijfsorganisatie, het American Institute of Certified Public Accountants (AICPA), organiseert geheime peer reviews van collega’s, en disciplineert zonodig zijn leden.

Er bestaat echter gerede twijfel aan de effectiviteit van de interne controles. Volgens een onderzoek van de Washington Post ontlopen onderzochte accountants, zelfs als ze door de SEC zijn aangepakt, meestal een straf. Als AICPA al ingrijpt, doorgaans járen nadat de overtreding is ontdekt, dan blijft de sanctie doorgaans beperkt tot een vertrouwelijke opdracht bijscholing te nemen. Geen enkel groot kantoor is ooit berispt voor een gebrekkig accountantsverslag.

De AICPA wordt op haar beurt weer gecontroleerd door een Public Oversight Board, een commissie van externe deskundigen — maar zonder veel resultaat, tot nu toe.

Om het vertrouwen te herstellen wil de nieuwe SEC-voorzitter zelfregulering beperken. Zijn eigen commissie blijft de grootste schandalen aanpakken, maar incompetentie en lichtere ethische overtredingen zouden in handen komen van een instantie met in meerderheid externe experts. De nieuwe instantie, betaald en deels nog steeds bevolkt door de accountancy, zou de bevoegdheid krijgen getuigen te dagvaarden en onder ede te horen. Afhankelijk van de uitkomsten van een ‘voortvarend’ onderzoek zouden beklaagden voortaan een publieke schrobbering kunnen krijgen, en desgewenst worden uitgesloten van werk voor beursgenoteerde ondernemingen.

Het voorstel zal de komende maanden met het Witte Huis en het Congres worden besproken. Door de accountancysector zelf werd het op voorhand echter al instemmend begroet. De AICPA noemt het opgeven van haar eigen rol ‘constructief’, en noodzakelijk om het geschokte vertrouwen te herstellen.

Maar volgens critici gaat het hervormingsvoorstel van Pitt niet ver genoeg. De kern van het probleem is niet dat hier en daar een enkele accountant zich misdraagt, geloven velen, maar dat complete kantoren hun controlerende taak verwarren met een bloeiende adviespraktijk. Accountants die de boeken controleren staan onder grote druk om misstanden te laten lopen, omdat ze ook zeer lucratieve adviesopdrachten kwijt kunnen raken. Daarom zou Pitt, aldus de critici, het voorstel van zijn voorganger Arthur Levitt nieuw leven moeten inblazen, en dus kantoren verbieden nog langer beide soorten werk te combineren.

Levitt’s voorstel stuitte vorig jaar echter op fel protest van AICPA en grote kantoren, waaronder het nu in opspraak gekomen Arthur Andersen. Uitvoering van het plan zou meer dan honderd miljoen dollar kosten, en zou de kosten van accountantsonderzoek blijvend verhogen.

Het Amerikaanse Congres toonde zich toen gevoelig voor deze bezwaren. Onduidelijk is of de Enron-affaire, en de geur van belangenverstrengeling die nu uit alle kranten opstijgt, ook het Congres op andere gedachten zullen brengen.

Related Posts