Menu Close

Accountancy onder druk na ineenstorting Enron

Staatscourant, januari 2002

Door de ineenstorting van het Amerikaanse energiebedrijf Enron herleven twijfels over de onafhankelijkheid van accountantsverklaringen. Onderzoek moet uitwijzen of strengere regels geboden zijn.

WASHINGTON — Een paar maanden geleden was Kenneth Lay, bestuursvoorzitter van het energiehandelsbedrijf Enron in Houston, nog een machtig man. Hij stond aan het hoofd van een van de snelst groeiende en meest winstgevende bedrijven van de Verenigde Staten. Als goede vriend en geldschieter van president Bush had hij toegang tot de hoogste kringen — wijzigingen in de energiepolitiek werden met hem besproken.

Enron, van stroomproducent omgevormd tot makelaar in energie, symboliseerde het succes van een geprivatiseerde energiemarkt.

Vandaag ziet de wereld van Enron er anders uit. De bekentenis, begin vorige maand, dat schulden jarenlang buiten de boeken waren gehouden, leidde in korte tijd tot Enrons faillissement. Duizenden werknemers krijgen niet alleen hun ontslag, maar zien bovendien grote delen van hun pensioenportefeuilles verdampen. Tegelijk werd bekend dat hun bazen de afgelopen jaren nog voor vele miljoenen aan aandelen hebben verkocht. Geen wonder dus dat Lay en zijn medebestuurders in de media inmiddels het etiket ‘crimineel’ opgeplakt hebben gekregen.

Amerikaanse overheidsinstanties staan in de startblokken om de oorzaken van het debacle te vinden. Eén partij staat daarbij al bij voorbaat in de verdachtenbank: accountantskantoren die steeds vaker hun handtekening lijken te zetten onder dubieuze, en soms zelfs frauduleuze financiële verslagen.

De catastrofale ineenstorting van wat ooit een lieveling op de Amerikaanse aandelenbeurs was draaide, zoals zo vaak, om het plotseling wegvallen van het vertrouwen.

Toch rommelde het al wat langer rond Enron. Al jaren waren er klachten dat de financiële jaarrekening nauwelijks te doorgronden was. Dat was extra bezwaarlijk, omdat ook de werkwijze van Enron bij het kopen en verkopen van aardgas en stroom maar door weinigen precies werd begrepen.

Dalende energieprijzen hadden het bedrijf evenmin goed gedaan. De aandelenkoers, een jaar geleden nog boven de 80 dollar, was afgelopen zomer al tot zo’n 35 dollar geslonken.

De lont in het kruitvat werd echter aangestoken door de Securities and Exchange Commission (SEC), de commissie die namens de overheid de regels op Wall Street handhaaft. Eind oktober wenste de SEC opheldering over een reeks door Enron opgerichte vennootschappen (special purpose entities ), waar Enron-managers de baas bleken te zijn. Al snel bleek dat het bedrijf de bv’s had gebruikt om de schulden van slecht lopende investeringsprojecten buiten de boeken te houden. Was dat niet gebeurd, dan had óók de buitenwereld kunnen zien dat Enron zijn winst met minstens een half miljard dollar kunstmatig had opgeschroefd.

De aandelen kelderden, en een voormalige concurrent bood aan het wankelende Enron over te nemen. Maar toen tien dagen later de aspirant-koper zich terugtrok omdat Enron nog meer tegenvallers zou hebben verzwegen, ging de voormalige gigant als een Titanic ten onder.

Enrons faillissement is het grootste in de geschiedenis van de Verenigde Staten. Binnen twee maanden verdampte een marktwaarde van tientallen miljarden dollars. De gevolgen zijn overal voelbaar. Niet alleen Enrons aandeelhouders en banken zijn gedupeerd, de hele Amerikaanse energiesector wankelt nu investeerders massaal op de vlucht slaan. De belangrijkste concurrenten van Enron zijn de afgelopen maand in waarde gehalveerd, en de neerwaartse trend is nog allesbehalve ten einde.

Op zoek naar de oorzaak van de mega-affaire is inmiddels een serie onderzoeken van start gegaan. Naast de SEC heeft ook Justitie onderzoek aangekondigd, op zoek naar mogelijk strafbare feiten. Het ministerie van Arbeid onderzoekt of werknemers van Enron via hun pensioenregelingen benadeeld zijn. Twee commissies in het Congres zijn al begonnen met openbare verhoren.

De eerste was, niet toevallig, vorige week gereserveerd voor de topman van Arthur Andersen, het accountantskantoor dat de financiële rapporten van Enron de afgelopen jaren goedkeurde. `Er zijn maar drie mogelijkheden,’ voorspelde afgevaardigde John Dingell bij voorbaat: `Arthur Andersen was corrupt, incompetent of allebei tegelijk.’ De baas van het kantoor zag nog een vierde optie — hij beschuldigde Enron-managers van ‘mogelijk illegale’ pogingen om cruciale gegevens voor hun accountant te verzwijgen.

De schermutselingen zijn een kleine voorbode van de deuken die accountantskantoren dreigen op te lopen. Arthur Andersen is niet de-eerste-de-beste: het kantoor behoort, samen met KPMG, Deloitte & Touche, PricewaterhouseCoopers en Ernst & Young tot de ‘Grote Vijf’ van Amerika. Gezamenlijk zetten zij hun handtekening onder de jaarrapportages van — bij wijze van spreken — de halve Amerikaanse economie.

De affaire-Enron staat bovendien niet op zichzelf: honderden Amerikaanse bedrijven werden de afgelopen jaren gedwongen hun winstcijfers bij te stellen nadat de SEC de accountancyregels had aangescherpt. Het vertrouwen in álle beursgenoteerde bedrijven staat op het spel.

Een van de mensen die al langer niet meer geloofde in de onkreukbaarheid van accountants was Arthur Levitt, onder president Clinton voorzitter van de SEC. Sinds accountantskantoren méér geld verdienen met het aanbieden van andere diensten, zoals automatisering en consultancy, lopen accountants aan de leiband van opdrachtgevers, meent Levitt: uit angst die grotere contracten te verliezen, knijpen zij een oogje toe bij het zien van boekhoudkundige trucs.

Levitt probeerde de koppelverkoop te verbieden, maar zijn pogingen liepen stuk op felle tegenstand van accountantskantoren. De laatsten haalden opgelucht adem toen president Bush ene Harvey Pitt tot zijn opvolger benoemde — de advocaat die tot voor kort accountantskantoren verdedigde tégen aanvallen van de SEC.

Onder druk van de Enron-affaire kondigde Pitt vorige week echter al scherpere boekhoudkundige regels aan. En in de Washington Post waarschuwde hij onlangs zijn oude medestanders: `Ik heb vele accountants tegen de SEC verdedigd. Ik ken de zwakke plekken — ik weet waar de lijken liggen begraven.’

De grote vraag is of aanscherping van de regels voldoende zullen zijn om het geschokte vertrouwen van aandeelhouders te herstellen. `De gemiddelde investeerder vraagt zich nu met recht af of alle andere cijfers wel kloppen,’ vatte voormalig top-accountant Lynn Turner van de SEC afgelopen week het probleem samen. `De accountancy zal moeten reageren, en aandeelhouders duidelijk moeten maken waarom we weer te vertrouwen zijn.’

Related Posts