Menu Close

Roep om hervorming accountancy zwelt aan

Staatscourant, juli 2002

Door een niet-aflatende stroom financiële schandalen zwelt in de Verenigde Staten de roep om strengere accountancyregels aan. De vraag is alleen: hoe streng precies?

WASHINGTON — Voor de gemiddelde Amerikaan voelt het inmiddels al vertrouwd. Kranten staan vol over megabedrijven die roemloos ten onder gaan in een golf van financiële schandalen; de aandelenbeurs, nauw gekoppeld aan het eigen pensioen, zakt dieper en dieper; en politici buitelen over het scherm, stuk voor stuk sprekend over de noodzaak hervormingen door te voeren en frauduleuze directies een lesje te leren.

Stap voor stap haalt de Securities and Exchange Commission (SEC), die voor de Amerikaanse overheid de financiële markten bewaakt, de teugels aan. En met elk rukje lijken nieuwe onregelmatigheden boven te komen. Enron, Tyco, Global Crossing, Worldcom, Xerox, Qwest, Rite-Aid — de dominostenen lijken één voor één te vallen.

Elk schandaal brengt nieuwe trucs aan het licht om bedrijfsresultaten door middel van ‘agressief boekhouden’ op te poetsen. Maar één ding hebben ze gemeen: ze dienden om aandelenkoersen op te krikken, en daarmee de waarde van grote aantallen stockopties voor topmanagers (en hun personeel).

Volgens de grootste zwartkijkers was het ‘economische wonder’ van de jaren negentig bij nader inzien op weinig meer gebaseerd dan opgeblazen kwartaalcijfers.

Duidelijk lijkt dat de berichtenstroom het vertrouwen in de Amerikaanse economie heeft geschokt. Wall Street staat diep in de min en de kapitaalstroom uit de rest van de wereld droogt op. Het besef breekt breed door dat zonder ingrijpen de weg terug omhoog moeilijk te vinden zal zijn.

Deze week zag zelfs Bush, Amerika’s hoogste Master of Business Administration, zich gedwongen ferme woorden te spreken. De maximale gevangenisstraf op fraude moet omhoog van vijf tot tien jaar, aldus Bush, en het budget voor de SEC moet met een kwart omhoog. (De koersen op Wall Street daalden in respons op zijn speech.)

Achter de ogenschijnlijk eenstemmige verontwaardiging schuilt echter een grimmige politieke strijd. De Democratische partij loopt zich warm om de hechte banden tussen Bush en Amerika’s topmanagers tot hét thema van de Congresverkiezingen in november te maken.

Zelfs Bush heeft inmiddels het standpunt verlaten dat het zelfreinigend vermogen van de markt is gebaat bij minder overheidscontrole, niet meer. Eerder dit jaar steunde hij schoorvoetend voorzichtige voorstellen om het toezicht op de accountancy, bij uitstek de hoeders van bedrijfsmatige integriteit, te hervormen. De teloorgang van zijn vrienden bij Enron, en de rol van accountantskantoor Arthur Andersen daarin, ging op dat moment nog door voor de enige rotte appel in de Amerikaanse mand.

De voorstellen waren gedaan door Harvey Pitt, de door Bush benoemde voorzitter van de SEC. Als chef-waakhond heeft Pitt zijn geschiedenis tegen: namens de vijf grote accountantskantoren verzette hij zich jarenlang, met succes, tegen pogingen van zijn voorganger om belangenverstrengeling van accountants te bestrijden. Het verbod om tegelijk de boeken te controleren en adviezen te geven ging van tafel. Bij zijn aantreden zei Pitt een ‘vriendelijker, zachtaardiger’ SEC voor te staan.

Het door de Republikeinen gecontroleerde Huis van Afgevaardigden zorgde voor de politieke dekking van Pitt en Bush. De in april aanvaarde Corporate and Auditing Accountability, Responsibility, and Transparency Act liet het aanpassen van de regels de facto over aan de SEC.

De SEC wil, althans in de ogen van critici, de vertrouwenscrisis met subtiele veranderingen bestrijden. Het toezicht op de accountancy moet, meent Pitt, meer in handen komen van buitenstaanders, en niet langer door de beroepsgroep worden gecontroleerd. Daarnaast worden bedrijven gedwongen gevoelige cijfers onmiddellijk te openbaren, in plaats van te wachten op kwartaalrapportages. Als klap op de vuurpijl kregen topmanagers van 945 grote bedrijven vorige week te horen dat zij financiële verslagen voortaan onder ede moeten ondertekenen. Dat moet het gemakkelijker maken om frauderende managers hun ten onrechte verdiende fortuin weer afhandig te maken.

De door Democraten geleide Senaat doet echter zijn best de president en de SEC in daadkracht te overtreffen. Een wetsvoorstel daartoe, waarvoor enkele weken geleden nog moeilijk genoeg medestanders konden worden gevonden, lijkt inmiddels zeker te worden aanvaard. Recente amendementen zouden de wet zelfs nóg strenger maken.

Ook de Senaat wil een nieuw, onafhankelijk toezichtorgaan voor accountants. Dit orgaan zou veel macht moeten krijgen, zoals het verlenen (of intrekken) van vergunningen om boekencontrole en advieswerk te combineren. Directies zouden niet langer zelf hun accountant mogen kiezen, en accountantskantoren zouden hun contract verliezen wanneer een van hun boekhouders overstapt naar het bedrijf dat hij controleerde. Ook zijn er amendementen die het creëren van boekhoudkundige trucs strafbaar stellen, hogere straffen mogelijk maken voor het vernietigen van bewijsmateriaal, meer bescherming bieden aan personeelsleden die uit de school klappen en het moeilijker maken voor ex-managers om hun straf door middel van faillissement te ontlopen.

De werkelijke confrontatie volgt echter komende maanden, wanneer het Huis en de Senaat achter gesloten deuren moeten onderhandelen over een gezamenlijk compromis. Niet helemaal toevallig zal die periode samenvallen met de verkiezingscampagnes voor het Congres.

Vele politici, zowel Republikeinen als Democraten, zullen de kiezers uit moeten leggen waarom ze zich jaren geleden verzetten tegen hervormingsvoorstellen, en wat het verband was met de honderden miljoenen dollars die ze van accountantskantoren mochten ontvangen. Maar het grootste imagoprobleem is voor de Republikeinen, met een president én een vice-president die er maar niet in slagen de vlekken uit hun eigen zakenverleden definitief weg te wassen.

Related Posts