Veldwerk is bij sommige studies voor studenten een normaal verschijnsel. Als ze zich daarvoor, gebruik makend van de als niet ongevaarlijk bekendstaande duiksport, onder water moeten begeven, wordt het al iets minder gewoon. Duiken is een gevaarlijke bezigheid, en het is van belang goed na te denken over verzekeringen en aansprakelijkheid pij eventuele ongevallen. Vooral als je, al is het naar eer en geweten, af en toe de kleine lettertjes van de reglementen ontduikt.

Mariene Biologie is een vakgebied dat zich, zoals de naam al aangeeft, bezighoudt met de biologie van de zee. Al enkele jaren timmert de subfaculteit Biologie yan de RUG aan de weg met foldertjes over de aantrekkelijke mogelijkheid Mariene Biologie te komen studeren in Groningen.
Interessante duikexcursies en onderzoeken op bijvoorbeeld zonnige Franse kusten dienen daarbij als lokkertjes voor de studenten in spé, waarbij de duikvereniging van de biologen, Calamari, de rol van duikopleider mooi kan vervullen.
De strategie lijkt te werken, en een groeiend aantal studenten schrijft zich in voor cursussen en doctoraal-onderzoeken in de Mariene Biologie. Bovendien mocht de veelbelovende vakgroep zich vorig jaar verheugen in een financieel extraatje van de minister van Onderwijs en Wetenschappen. Dat geld kan men ook wel gebruiken, want dit soort onderwijs en onderzoek is begrijpelijkerwijs niet goedkoop.
Nu al betaalt de subfaculteit veel geld in de vorm van excursiesubsidies voor de kostbare tripjes paar het buitenland. Maar het blijkt dat de hieruit voortkomende zuinigheid ook tot constructies leidt die voor de Universiteit en de deelnemende studenten niet geheel zonder risico’s zijn.
Buddy’s
Zoals gezegd speelt bij veel Marien Biologisch onderzoek de duiksport een belangrijke rol. Zo wordt in veel gevallen het gedrag van vissen onder water in de vrije natuur geobserveerd. Die duiksport geldt echter officieel als een gevaarlijke sport, die niet zomaar door iedereen beoefend mag worden. Verzekeringsmaatschappijen berekenen hogere premies voor duikers, en het theorieboek voor de duiksport maakt gewag van een veelheid aan afschuwelijke ongevallen die bij het duiken kunnen optreden, variërend van ’tand-squeeze’ (het exploderen van tanden of kiezen) tot de beruchte caissonziekte.
Kan dat laatste echter alleen gebeuren bij duiken van tientallen meters, een onervaren duiker kan, bijvoorbeeld in een panieksituatie, al bij duiken van een meter of drie te maken krijgen met een dodelijk ’barotrauma’, waarbij de longblaasjes knappen.
Vandaar dat er uitgebreide veiligheidsreglementen bestaan, die het gevaar bij de duiksport tot een minimum moeten beperken. In Nederland liggen die vast in de reglementen van de Nederlandse Onderwatersport Bond (NOB).
Daarin staat bijvoorbeeld dat iemand pas in buitenwater mag duiken, als hij of zij eerst met succes een theorie-examen heeft afgelegd. En ook dat het niet is toegestaan om alleen te duiken; uit veiligheidsoverwegingen moet altijd gedoken worden samen met een collega-duiker, een ’buddy’.
Wie zich niet houdt aan de bepalingen van het NOBveiligheidsreglement, kan volgens die bond in conflict komen met de wet, maar wellicht erger, met algemene voorwaarden van de afgesloten verzekering. Een duiker die zich bewust onttrekt aan alom erkende veiligheidsregels kan, op grond van ’grove nalatigheid’, de uitkering van verzekeringsgeld mislopen. En bij duikongelukken kunnen de bedragen in dit verband aardig oplopen.
Verzekering
Bij lang niet alle Marien Biologisch onderzoek wordt gedoken. Maar als het gebeurt, is het meestal op het Franse eiland Corsica, op een daar gevestigd onderzoekstation. Daar wordt bijvoorbeeld onderzoek gedaan naar het gedrag van bepaalde vissoorten. In een vroeg stadium van de studie kunnen studenten er enkele weken meedraaien in het lopende onderzoek, en later kunnen ze zelfs meerdere maanden een deel van dat onderzoek voor hun rekening nemen.
Nu is het zo dat, voorzover de studenten daar duiken voor hun onderwijs of onderzoek en niet voor hun eigen plezier, de Universiteit in principe voor hen aansprakelijk is. Toch wordt aan de duikende studenten zelf overgelaten op welke wijze en in hoeverre zij zich verzekeren tegen de financiéle gevolgen van eventuele ongevallen. Dat is niet aan alle Universiteiten zo geregeld. Dr. R.W.M. van Soest, voor de Universiteit van Amsterdam betrokken bij het ’uitzenden’ van duikende studenten naar buitenlandse locaties: ”Bij ons wordt van het toegekende subsidiebedrag eerst een verzekering afgetrokken, zodat het voor de student bijna niet mogelijk is om eraan te ontkomen.’’
Maar Dr. J.J. Videler van de Groningse werkgroep Mariene Zoölogie, die weliswaar erkent dat de huidige regeling misschien niet perfect is, vindt zo’n oplossing toch niet optimaal: ’’Er zou een soort Universitaire verzekering moeten zijn, waarbinnen deze mensen vallen. En hoe die verzekering betaald wordt, dat zou dan het volgende punt kunnen zijn.” Het is duidelijk dat hij daarbij niet direct het budget waarover de werkgroep beschikt voor ogen heeft.
Een ander punt is dat op de duiklocaties zelf de strikte bondsbepalingen niet altijd even nauwgezet worden nageleefd. Dr. J.J. Videler: “Op zeer geringe diepte, dus aan het oppervlak, leggen we wel eens duikers neer om dingen waar te nemen, en die hebben dan voor het gemak, en omdat ze in een bepaald apparaat moeten praten, een duikfles op de rug. Dat levert op zich geen enkel risico op.” Andere keren hebben studenten tegen de regels in duiken in buitenwater uitgevoerd zonder theorie-examen.
Dr. J.J. Videler, zelf ervaren duiker: “Ik duik nou al zo lang dat ik denk dat ik in staat ben om mensen in drie weken tijd, door ze elke dag op te leiden, zover te krijgen dat ze kunnen duiken. Dan hebben ze geen brevet of theorie-examen, maar ik weet dat die mensen aan het eind van die drie weken net zoveel van de theorie kennen als mensen die het theorie-examen wel doen, en dat die mensen in staat zijn, gemotiveerd zijn, en training hebben gehad om met mij aan de ingang van het onderzoekstation 10 meter diep te kunnen duiken. Dat is volstrekt veilig, en volstrekt volgens de regels.”
Toch zijn het zaken die krachtens de regels van de Nederlanse Onderwatersport Bond niet zijn toegestaan. Voor van Soest, van de Universiteit van Amsterdam, is dat kennelijk voldoende reden om te stellen: ’’Wij sturen nooit studenten in hun eentje op pad om duik-veldwerk te gaan doen; dat is een ongeschreven wet.’’
De Groningse werkgroep gaat niet zover. Zij stelt dat zij voor alle gevallen afzonderlijk een afweging maakt van de plaatselijke omstandigheden en de risico’s, daarbij misschien soms de kleine lettertjes van de regels overschrijdend. Volgens Dr. J.J. Videler moet dat ook zo kunnen blijven. “Als dat niet meer kan dan is het gebeurd met een hele hoop zeer onschuldig onderwater-werk, waarmee mensen op een hele onschuldige manier zeer veel gegevens kunnen verzamelen, en zeer veel op kunnen steken. En als je die regels bekijkt zie je dat die hele onschuldige dingen niet zouden kunnen, omdat de mensen die de regels hebben opgesteld daar niet aan gedacht hebben.”
Risico’s
Toch mag het duidelijk zijn dat de Groningse praktijk risico’s in zich draagt. Ten eerste is het in principe mogelijk dat een student, voor wie de Universiteit aansprakelijk is, onverzekerd rondzwemt bij de normale, reglementaire duiken. En ten tweede mag het dan zeer onwaarschijnlijk heten dat er bij het uitvoeren van zeer onschuldige, maar irreglementaire duiken iets mis zou gaan: een ongeluk komt zelden daar waar het wordt verwacht.
En de heer Hartskerel, voorzitter van de veiligheidscommissie van de NOB, acht het dan zeker niet uitgesloten dat een verzekeringsmaatschappij, afhankelijk natuurlijk van diens nieuwsgierigheid, geen geld zal uitkeren. “Maar als iemand alleen duikt’, stelt Hartskerel resoluut, “en er gebeurt wat, dan moet-ie maar bloeden.”
Wel dringt de vraag zich op wie in zo’n geval voor de schade op zou moeten draaien: de betreffende student, die wist zich aan de bekende regels te hebben onttrokken, of de Universiteit waarvoor het onderzoek en dus het duikwerk is gebeurd. Die was tenslotte op de hoogte, en heeft er niets tegen ondernomen.
Mr. R.F. Ritzema van de afdeling Algemene Bestuurlijke en Juridische zaken van de RUG, kan die vraag niet makkelijk beantwoorden als niet álle feiten bekend zijn. Wel is het zo, zegt hij, dat de Universiteit de plicht heeft om díe maatregelen te nemen, die er toe leiden dat studenten veilig kunnen duiken.
“Als de Universiteit om bezuinigingsredenen een beetje de hand licht met de internationale veiligheidregels is dat haar te verwijten, maar je mag de eigen verantwoordelijkheid van de duikers nooit uitsluiten,” aldus Ritzema. De verantwoordelijkheid ligt bij beiden, zodat afhankelijk van het precieze geval ook de ‘schade door beiden zal moeten worden opgebracht.’
Hypothetisch
Dr. N.C. Flemming, uit Londen, is voorzitter van de wetenschappelijke commissie van de CMAS, de overkoepelende internationale organisatie van onderwatersporters. In het geval van studenten die duiken voor Universitair onderzoek vindt hij: “De Universiteit zou zich moeten gedragen alsof de studenten haar werknemers zijn, met alle verantwoordelijkheden van dien. En om zichzelf te beschermen moet ze werken binnen de regels van het sportduiken.”
Ontduiking van veiligheids- en brevetregels past niet in die visie. Maar volgens Flemming zouden Universiteiten nog verder moeten gaan: ’’Ik zou zelfs adviseren om de eisen juist nog wat hoger te stellen dan de sportduikers zelf zouden doen, bij het maken van dezelfde duik.”
Dr. J.J. Videler: “Ik ben de laatste die de gevaren bij het duiken zal onderschatten. Daarvoor doe ik het te lang, en daarvoor heb ik te vaak gezien dat de problemen die je kunt krijgen heel erg groot zijn, en heel onverwacht kunnen optreden. Wij zijn steeds zo zinnig mogelijk, maar ook zo veilig mogelijk aan het werk, en proberen zo goed mogelijk zo veel mogelijk studenten te laten genieten van wat er onder water te beleven valt.”
”Een eventuele mogelijkheid van een wat formelere regeling van het duiken vanuit de subfaculteit Biologie vind ik best, als dat zou kunnen. Als dat maar niet betekent dat daarmee al onze mogelijkheden worden afgestreept tegen een alleen maar hypothetische verhoging van de veiligheid.”