Onschuldig veroordeelden tonen rammelend Amerikaans rechtssysteem
In de Verenigde Staten stijgt het aantal terechtstellingen met sprongen. Tegelijk blijkt een groeiend aantal veroordeelden na hun proces alsnog onschuldig. Tegenstanders van de doodstraf pleiten voor uitstel van alle executies. Maar vooralsnog hechten Amerikanen nog steeds aan hun ‘ultieme straf’ — ook al belanden onschuldigen tussen de wielen van een haperende rechtsstaat.
Hij kon het onmogelijk langer steunen, zei gouverneur George Ryan, van de Amerikaanse staat Illinois, eind januari in Chicago: “Een rechtssysteem dat in zijn uitvoering bewezen heeft vol fouten te zitten, en daarmee de ultieme nachtmerrie dicht is genaderd: het doden van onschuldige burgers.”
Twaalf bewoners van de dodencel had Illinois de afgelopen tientallen jaren terechtgesteld. Maar dertien had men in de zelfde periode moeten vrijlaten, omdat jaren na het doodsvonnis hun onschuld alsnog was komen vast te staan.
Totdat is uitgezocht hoe het systeem zo kan falen, zei Ryan, zal hij weigeren om nog vonnissen te laten uitvoeren.
Luide bijval kreeg de gouverneur van tegenstanders van de doodstraf. Jaren lang hebben zij, zonder veel succes, gewezen op onderzoeken die lijken aan te tonen dat executies geen nieuwe moorden voorkomen. Het feit dat onschuldigen dreigen te worden terechtgesteld, hopen ze, is wellicht een sterker wapen in de strijd om de afschaffing van de doodstraf.
Zelfs verklaarde voorstanders, zoals de Amerikaanse president Clinton, prezen de gouverneur om zijn ‘moedige’ besluit. Maar de meesten zagen geen reden terechtstellingen op grotere schaal op te schorten. Nog steeds is de doodstraf in de Verenigde Staten zeer populair — ook al groeit het besef dat onschuldigen waarschijnlijk regelmatig het leven laten.
Toen het Hooggerechtshof in 1972 executies verbood, omdat ze op het oog nogal selectief werden voltrokken, leek het alsof Amerika definitief met de ultieme straf brak. De piek van tweehonderd executies per jaar, vlak voor het begin van de Tweede Wereldoorlog, leek al geschiedenis.
Maar toen het zelfde gerechtshof de straf vier jaar later ‘niet ongrondwettelijk’ verklaarde, bleek dat het om niet meer ging dan een korte pauze. Het duurde niet lang of de dodencellen liepen weer vol.
Inmiddels draait de juridische machine weer op volle toeren. Bijna driehonderd verdachten worden jaarlijks naar de dodencel gestuurd. In 38 van de vijftig Amerikaanse staten wachtten, eind vorige maand, 3625 gedetineerden op de voltrekking. Alleen al in Californië en Texas zitten meer dan duizend gevangenen in Death Row.
Ook het aantal tenuitvoerleggingen stijgt dramatisch — mede dankzij nieuwe wetten die de mogelijkheden voor beroepsprocedures beperken. Sinds de hervatting zijn 624 straffen voltrokken, in de meeste gevallen via injectie. Ook hier lopen conservatieve staten als Texas en Virginia voor het peloton uit. Voor wie gelooft in de afschrikkende werking van de doodstraf, was 1999 met 98 executies een echt topjaar.
Maar ook in een ander opzicht vestigde 1999 een record: acht veroordeelden konden hun dodencel levend verlaten. Nog nooit werden in één jaar zoveel ter dood veroordeelden bij nader inzien onschuldig verklaard. Sinds de wederinvoering van de doodstraf kwam dat inmiddels 87 keer voor.
Hoeveel onschuldigen minder gelukkig waren en werden terechtgesteld, is niet duidelijk. Officieel is dat tot nu toe in geen geval aangetoond. Maar of dat is omdat het niet voorkomt of omdat na een executie geld en motivatie ontbreekt om strafzaken te heropenen, is een tweede.
In Illinois toonde gouverneur Ryan zich gevoelig voor statistieken als deze. Hoewel zijn parlement tegen een moratorium is, gebruikte de gouverneur zijn uitvoerende macht om executies voor onbepaalde tijd op te schorten. Want meer vrijspraken dan executies, meent Ryan, suggereren dat er met het juridisch systeem iets structureel mis is.
Ook onderzoek van een plaatselijke krant, de Chicago Tribune, wees in die richting. De krant analyseerde honderden rechtszaken waarbij de doodstraf was geëist, en concludeerde dat de dossiers uitpuilden van vals bewijsmateriaal, misleiding door aanklagers en falende advocaten. Bijna de helft van de zaken was overgedaan, omdat in het eerste proces onregelmatigheden aan het licht waren gekomen. Meer dan dertig advocaten bleken naderhand geschorst van de balie. “Terwijl hun leven op het spel stond, zijn veel verdachten verdedigd door de slechtste, in plaats van de beste advocaten,” concludeerde de krant.
De gouverneur kreeg steun uit onverwachte hoeken. Zoals de burgemeester van Chicago, die als voormalig openbaar aanklager rechtstreeks betrokken was bij vijf van de dertien onschuldige veroordeelden. Ook hij zocht de oorzaak in falende verdedigers.
Het meest schaamt het justitieel apparaat zich nog voor het feit dat ‘amateurs’ van buiten de fouten aan het licht brengen. Zeven van de dertien onschuldigen werd het leven gered door journalisten in opleiding, wier docent zulk speurwerk beschouwde als een goede vorm van onderwijs.
Vooralsnog staat Illinois alleen met het officieuze moratorium op executies. Wel leidde het voorbeeld links en rechts tot discussie: van de 38 staten met de doodstraf is in tien een debat over het door de American Bar Association bepleite moratorium geopend.
Aan de andere kant van het land, in Texas, hebben de gebeurtenissen in Illinois echter geen rimpel veroorzaakt. Met 211 executies sinds 1976, en alleen al 35 in 1999, voert de staat van gouverneur en presidentskandidaat George W. Bush onbetwist de lijst aan. Sinds zijn aantreden in Texas ondertekende Bush meer dan 120 executie-bevelen. Niet dat hij keus had, overigens: de staat biedt zijn gouverneur alleen de kans gratie te verlenen als een 18-koppige raad daartoe adviseert.
Daar staat tegenover dat Bush de raad zelf heeft benoemd, en zich in interviews ongevoelig of bot over terdoodveroordeelden uitlaat. De Republikeinse kandidaat zegt er heilig van overtuigd te zijn dat geen van de door hem bekrachtigde vonnissen over een onschuldige was uitgesproken.
Maar critici zijn daar minder van overtuigd.
Veel groter nog dan in Illinois, zeggen zij, is in Texas de kans op fouten. Zo heeft de staat geen bureau dat de verdediging van arme verdachten regelt — de gouverneur sprak zijn veto uit over voorstellen van zijn parlement in die richting. Na een doodvonnis is er geen financiële steun voor hoger beroep; nadat de federale overheid zulke subsidies staakte, werd de regeling in de staat Texas afgeschaft.
In plaats daarvan wijzen rechters ad hoc advocaten aan om de verdediging voor minvermogende verdachten te voeren. Hun honorarium is bedroevend en geld voor zelfstandig onderzoek ontbreekt. Al drie keer kwam het voor dat toegewezen advocaten tijdens hun zaak zaten te slapen, maar in hoger beroep bleek dat geen grond voor een nieuw proces.
Hoewel Texas minder veroordelingen telt dan grote broer Californië, ligt het aantal executies 25 keer zo hoog. Een rechtstreeks gevolg, denken juristen, van de politieke kleur van de rechterlijke macht — beroepscolleges in Texas gelden als uiterst behoudend. Bovendien werden beroepsprocedures er tot het uiterste ingekort. De afschrikwekkende werking van de straf, aldus Bush, komt pas tot uiting wanneer het vonnis zo snel mogelijk wordt voltrokken. Dat leidt uiteraard niet alleen tot records in het aantal terechtstellingen, maar ook tot minder tijd om fouten te herstellen.
Een van de beste manieren om fouten te ontdekken, is de introductie van DNA-bewijs. In de afgelopen jaren gingen al 65 Amerikaanse veroordeelden vrijuit als gevolg van deze nieuwe techniek. En in meer dan de helft van die gevallen werd het bewijs van onschuld geleverd door de Cardozo Law School in New York. Daar startten advocaten Barry Scheck en Peter Neufeld in 1992 het Innocence Project, dat veroordeelden in de gelegenheid stelt hun onschuld met DNA-testen te bewijzen. Honderden oude zaken zijn in behandeling, meer dan duizend aanvragen liggen op een aanvraag te wachten.
In hun pas verschenen boek Actual Innocence beschrijven de oprichters tien van hun schrijnendste gevallen. Maar meer nog dan een rij incidentele juridische blunders, menen zij dat DNA-bewijs het falen van de hele rechtsstaat onthult.
Nooit eerder, betogen de auteurs, beschikten juristen over de mogelijkheid een groot aantal veroordelingen achteraf op hun feitelijke, objectieve juistheid te testen. En de resultaten van die unieke controle geven aan dat het systeem niet deugt. Wie zich realiseert dat nu al zo’n twee procent van de bijna vierduizend ter dood veroordeelden achteraf onschuldig bleek, ondanks alle waarborgen die hun proces omgaven, durft nauwelijks te bedenken wat dat betekent voor de andere vier miljoen gevangenisbewoners in het land.
Hoe hevig de crisis in de Amerikaanse rechtsstaat is, blijkt dezer dagen ook wel in de binnenstad van Los Angeles. Sinds één van hen tegen onderzoeksrechters begon te praten, wordt duidelijk hoe tientallen politieagenten, overijverig geworden in hun strijd tegen de misdaad, jarenlang onschuldige burgers in de val hebben gelokt. Sommige van hun slachtoffers werden eerst neergeschoten, dan door middel van speciaal daartoe meegebrachte zakjes cocaïne tot verdachte bestempeld en ten slotte met valse getuigenissen achter de tralies gezet.
Zesenveertig rechtszaken zijn inmiddels nietig verklaard, honderden zaken wachten nog op nieuwe beoordelingen door beroepscolleges. Het stadsbestuur bereidt zich al voor op schadeclaims die in de honderden miljoenen dollars zullen lopen.
Velen troosten zich met de gedachte dat het hier om geïsoleerde incidenten gaat. Maar anderen, zoals columnist Bob Herbert van de New York Times, zijn ervan overtuigd dat de integriteit van het justitieel apparaat aan gruzelementen ligt. “Er heerst een epidemie van wangedrag en incompetentie bij politie en justitie in dit land,” schreef Herbert naar aanleiding van de recente gebeurtenissen. ”De schandalen in Los Angeles and Illinois zijn niet meer dan etterende zweren, symptomen van een syndroom dat ons bedreigt, en ons te schande maakt zolang we het blijven negeren.”
Of geluiden als deze voldoende zullen weerklinken om wat betreft de doodstraf het Amerikaanse tij te keren, moet worden betwijfeld. Tegenstanders meldden vorige maand opgetogen dat de weerstand tegen de doodstraf sinds 1972 niet meer zo hoog geweest is. Maar tegenover de 28 procent die zich volgens een recente Gallup-opiniepeiling tegen executies verklaart, staat nog steeds de steun van 66 procent van de Amerikanen.
Maar verbazingwekkender nog dan dat percentage is dat de ‘ultieme nachtmerrie’ van gouverneur Ryan op zijn landgenoten weinig indruk maakt. Eén op de tien veroordeelden, denken zowel voor- als tegenstanders van de doodstraf, wordt onschuldig terechtgesteld.
“Deze uitkomst geeft aan,” aldus de droge conclusie van de opiniepeilers, “dat een meerderheid van de Amerikanen voorstander is van de ultieme straf, ook al realiseren ze zich dat daardoor regelmatig onschuldigen worden terechtgesteld.”