Menu Close

De minister hoeft geen bloemen, geen koorzang

‘Lenen waar het kan, en geven waar het nodig is’

ZOETERMEER – “Ik zal het niet mooier voorstellen dan het is: in het aangepaste studiefinancieringsstelsel zullen de giften zijn beperkt. Sommige studenten zullen niet verder kijken dan hun eigen belang en zeggen: dat is nadelig voor mij. Ik moet kijken naar het bredere belang -ook dat van die student. Ik wil de kwaliteit van het hoger onderwijs overeind houden, en de student straks niet belasten met een groot financieringstekort. Als studenten iets verder kijken dan hun directe financiële belang, dan zullen ze moeten zeggen: ik sta er niet bij te juichen, maar ik kan me er wel iets bij voorstellen.”

Minister Ritzen van onderwijs is begonnen aan een moeilijke taak: het verdedigen van zijn ingrijpende bezuinigingen op de studiefinanciering. En dat tegenover studenten die de afgelopen jaren al vele bezuinigingen op hun inkomen over zich heen zagen komen.

Maar studenten die door de jongste aanval in woede uitbarsten, zullen bij het begin moeten beginnen, vindt Ritzen. En dat begin ligt in de economische toestand van het land.

Ritzen: “Economisch gezien gaat het momenteel allerbelabberdst. De werkloosheid loopt enorm op – dit jaar met zestigduizend mensen. Het kabinet moet daarop snel reageren, met maatregelen waarvan we weten dat ze hard zullen aankomen. Kan onderwijs afzijdig blijven, wanneer er vier, oplopend tot negen miljard gevonden moet worden? Ik heb gezegd: nee, mits onderwijs als investering in de toekomst voluit overeind blijft: de kwaliteit van dat onderwijs, van universiteit tot en met basisschool, mag niet worden aangetast.”

“Wanneer je dan toch zon bedrag moet vinden, dan is studiefinanciering een mogelijkheid. Ondanks alles wat zich daar heeft voorgedaan, kan in mijn ogen de komende vier, vijfjaar een nieuwe stap worden gemaakt, waardoor in 1998 rond de zeshonderd miljoen gulden beschikbaar komt. Maar dat kan alleen wanneer tegelijk het stelsel wordt herzien, in die zin dat er minder wordt gegeven – en dan gaat het per student gemiddeld om duizend gulden per jaar op een basisbeurs van gemiddeld achtduizend gulden- maar er meer mogelijkheden komen om te lenen.”

“Dat is de lijn die wordt ingeslagen, en die de komende tijd zal worden uitgewerkt. Uitgangspunt zal daarbij zijn, dat de toegankelijkheid van het hoger onderwijs voor alle inkomensgroepen gegarandeerd blijft. Dat kan, als kinderen uit de laagste inkomensgroepen niet méér hoeven te lenen.”

Met andere woorden: de afhankelijkheid van het ouderlijk inkomen wordt vergroot?

“Ikzelf heb ouderinkomen-onafhankelijkheid altijd gekoppeld aan mogelijkheden tot lenen – bij de combinatie met giften heb ik vraagtekens gezet. Die lijn zal op de achtergrond dus zeker meespelen.”

“Hoe het stelsel er precies uit zal zien, weet ik nog niet. Maar ik weet zeker dat er wèl een basisbeurs in zit, en ook meer mogelijkheden tot lenen – dat zouden studenten als een ‘plus’ kunnen ervaren. Ook weet ik zeker dat er op bepaalde punten minder giften in zullen zitten, want daar zullen uiteindelijk de opbrengsten moeten worden gevonden. Het stelsel zal zich laten samenvatten als: lenen waar het kan, geven waar het nodig is.”

Kunt u degenen die nu studeren garanderen dat hun beurs intact blijft? “Daarover kan ik niets zeggen. Elke opmerking zou voorbarig zijn.”

Voor alle duidelijkheid: studenten met rijke ouders houden dus een gift.

“Ja. Dat kan ik eenvoudig zeggen, omdat het te bezuinigen bedrag niet zo groot is dat het de basisbeurs geheel zou wegdrukken. Dat was ook niet de keuze van het kabinet.”

“Daarom was ik ook buitengewoon verdrietig dat er onmiddellijk berichten in de wereld kwamen over afschaffing van de basisbeurs. Dat geeft aanleiding tot enorm veel onrust. Ik heb die berichten ook direct weersproken. We hebben dat eerder gezien bij de studievoortgangscontrole. Toen werd een bericht gelanceerd over een norm van zestig procent, maar daar is nooit enige sprake van geweest.”

In het oude stelsel kregen de rijkste ouders nog steeds ‘driemaal kinderbijslag’ – zeg maar 450 gulden. Zouden ze in uw nieuwe stelsel minder kunnen krijgen?

“Ja, dat zou heel goed kunnen. Ik denk dat we onszelf in dat opzicht geen boeien moeten omdoen, juist om te bereiken dat het nieuwe stelsel de toegankelijkheid blijft waarborgen.”

Met veel sectoren hebt u inmiddels afspraken gemaakt over de budgetten voor de komende jaren. Die blijven nu allemaal buiten schot. Hebben uw ‘hoofdlijnenakkoorden’ een rol gespeeld bij de keuze van studiefinanciering als bezuinigingsobject?

“Je kunt het andersom zeggen: ik sluit akkoorden op die punten waarvan ik het essentieel vind dat ze worden beschermd. Maar dat maakt studiefinanciering nog niet tot sluitpost; ik maak me sterk voor een stelsel dat de toegankelijkheid garandeert. Als het gevoel zou ontstaan dat, doordat alle andere beesten waren beschermd, het enige onbeschermde beest is geslacht, dan zeg ik: dat is niet aan de orde. Ik had al eerder bedacht dat studiefinanciering nog eens aan de orde moest komen. Ik had dat moment liever nog even uitgesteld, maar de economische situatie staat dat niet toe.”

Het CDA drong de afgelopen jaren met regelmaat aan op terugkeer naar het stelsel van voor 1986. U lijkt nu een stap in die richting te zetten.

“Er is wat nostalgie naar dat oude stelsel dat, als je het nu zou introduceren, veel duurder zou zijn. Recent onderzoek van Berenschot laat dat nadrukkelijk zien. Dus ik begrijp nooit goed wat de gedachten achter dergelijke opmerkingen zijn.”

Maar waar ligt het essentiële verschil tussen dat oude stelsel en uw inkomenafhankelijke basisbeurs? Van een afstandje beginnen ze aardig op elkaar te lijken.

“Nieuw is dat lenen veel meer nadruk heeft gekregen. Dat kwam de laatste jaren al op gang, en nu wordt daarin nadrukkelijk een doorbraak bereikt. Daarin kan onafhankelijkheid beter vorm krijgen dan vroeger. Wie geen behoefte heeft aan afhankelijkheid, hoeft zijn handje niet meer op te houden bij zijn ouders, maar kan gewoon zelf lenen.”

De Landelijke Studentenvakbond denkt dat studenten straks moeten kiezen tussen hoge studieschulden en bijverdienen, wat weer wordt bemoeilijkt door de tempobeurs. Zij zijn bang dat mensen zullen terugschrikken voor een studie.

“De grote vraag daarbij is: welk effect hebben leningen. Op dat punt hebben we de afgelopen jaren zorgvuldig de vinger aan de pols gehouden. We kunnen constateren dat de verhogingen van studieschulden in de afgelopen jaren geen invloed hebben gehad op het aantal studenten. Waarschijnlijk maakt iedere student nu wel sterker de afweging tussen de kosten van een studie en datgene wat hij er later van terugziet. Ik geloof dat ook de volgende stap, van gemiddeld duizend gulden per jaar extra lenen, zó kan worden gemaakt dat het aantal studenten er niet door zal dalen. Wel leidt het misschien tot een andere afweging – dat mensen zeggen: dit wordt me te duur, ik studeer toch wat sneller af. Maar dat zou wat mij betreft een goede afweging zijn.”

Sommige mensen zullen denken dat u nooit enthousiast was over het bestaande, door CDA en VVD bedachte stelsel, en nu uw kans grijpt om door te voeren wat u allang had willen doen.

“Laat ik heel duidelijk zijn: na de eerste stappen in het begin van deze kabinetsperiode meende ik, op basis van de gegevens die we tóen hadden, dat het stelsel voor deze periode op orde was. Maar ik heb altijd de weg van nieuwe stappen in de volgende regeerperiode opengehouden – al was het maar om kleine denivellerende effecten van het stelsel af te vijlen. Ik had dit voorstel nooit gedaan wanneer de economische situatie niet zo snel was verslechterd.”

“We hebben dat eerder meegemaakt. Begin jaren tachtig zei het kabinet: laten we nog een paar maanden wachten. We sloten onze ogen een beetje en zeiden: ‘misschien komt het nog wel goed. Maar de werkloosheid steeg met meer dan honderdduizend per jaar. Daarom heb ik nu gezegd: we moeten iets doen waar we misschien zwaar voor worden aangepakt, maar waarvan we later geen spijt hebben.”

“We zijn buitengewoon bezorgd over die zestigduizend arbeidsplaatsen die dreigen te verdwijnen. En wie daarover het meest bezorgd moet zijn, is de minister van onderwijs. Want die weet dat zijn studenten – ik noem het nog altijd mijn studenten – graag een baan willen als ze zijn afgestudeerd. Frankrijk, Duitsland, Engeland – overal om ons heen loopt de jeugdwerkloosheid dramatisch op. Ik praat met enige tremor in mijn stem, want ik probeer studenten te overtuigen. Ik hoef geen gejuich, geen bloemen, geen koorzang. Maar ze moeten wel inzien, dat dit in het belang van jonge mensen is.”

Related Posts