Menu Close

Minister Ritzen maakt het zichzelf moeilijk

Minister Ritzen van onderwijs maakt het zich tijdens de behandeling van zijn begroting knap moeilijk. Een analyse van Peter Vermij, onderwijsredacteur van Het Parool.

Na twee dagen met vaak uiterst felle interruptie-debatjes hebben de Tweede Kamer en de bewindslieden van het ministerie van onderwijs hun meningsverschil over de status van de vele nieuwe ‘convenanten’ en ‘hoofdlijnenakkoorden’ in het onderwijs beslecht.

Van meet af aan hadden de Kamerleden zich geĆ«rgerd getoond over de regen van akkoorden die het ‘convenanten-duo’ Ritzen en Wallage (zoals de CDA’er Hermes ze noemde) op hen deed neerdalen. In die akkoorden, zo scheen het de parlementariĆ«rs toe, werd hun voor de duur van jaren het gras voor de voeten weggemaaid.

Er werden immers met ‘Jan en alleman en de duvel en z’n ouwe moer’, om met de VVD’er Franssen te spreken, afspraken gemaakt, niet alleen over budgetten voor de komende jaren, maar ook over de hoofdlijnen van het te volgen beleid.

Zo zijn in het convenant over de positie van de leraar al maatregelen opgenomen die veel gunstiger uitpakken voor grote basisscholen dan voor kleine – een voorschotje op de discussie over dat onderwerp die nog moet komen.

In de debatten over de begroting maakte PvdA-minister Ritzen de staatsrechtelijke verwarring en zijn eigen problemen alleen maar groter, door te vluchten in glibberige, mistige formuleringen.

Binden

Hij liet de indruk ontstaan dat de Kamer, door de begroting goed te keuren, zichzelf en passant ook zou binden aan de inhoud van al die akkoorden. Die zijn intussen al gesloten met onderwijsvakbonden, universiteiten, hogescholen, academische ziekenhuizen en gemeentebesturen. Een akkoord met het middelbaar beroepsonderwijs wordt binnenkort verwacht.

Het was aan het optreden van zijn partijgenoot-staatssecretaris te danken, dat Ritzen er uiteindelijk zonder kleerscheuren van afkwam. Wallage, veel behendiger in het parlementaire spel, haalde in enkele zinnen de angel uit het conflict: de akkoorden bevatten naast bedragen voor de komende jaren, waarover de Kamer natuurlijk te allen tijde het laatste woord houdt, alleen afspraken over ‘de agenda’ van het onderwijsbeleid voor de komende jaren, zo spiegelde hij de pruttelende Kamerleden voor. En wat is er tegen wanneer overlegpartners het eens worden over hun gezamenlijke agenda?

Het optreden van GPV-Kamerlid Schutte, het staatsrechtelijk geweten van de Kamer, beslechtte definitief het meningsverschil. Ondertekening van akkoorden behoort tot de eigen verantwoordelijkheid van de minister en zijn staatssecretaris. De Kamer aan de andere kant is op geen enkele manier gebonden aan de inhoud ervan: zij mag op elk moment dat het haar goeddunkt besluiten tot wijziging van het gehele beleid, aldus Schutte. Daarmee liet hij het allerlaatste restje lucht ontsnappen uit een ballon, die mede door Ritzens toedoen al tot gevaarlijke proporties was opgeblazen.