Welke onderzoekers kijken naar de sociale achtergronden van de aids-epidemie, welke naar het gebruik van Fries door ambtenaren? Sinds gisteren zijn zulke vragen in een oogwenk te beantwoorden: de ‘Nederlandse Onderzoek Databank’, opgezet door de KNAW, de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen, heeft de elektronische poorten wijd opengezet.
Voor buitenstaanders, maar soms ook voor onderzoekers zelf, is het niet gemakkelijk uit te zoeken wie er op een bepaald onderzoeksterrein actief is. Natuurlijk wordt er driftig gepubliceerd in wetenschappelijke tijdschriften, maar dan is het vaak al te laat — het onderzoek is geslaagd en afgerond. Een jonge promovendus wil, om te voorkomen dat hij dubbel werk doet, zijn concurrenten veel eerder op het spoor komen.
In veel landen, waaronder Amerika en Engeland, zijn daarom al met succes elektronische gegevensbestanden over ‘lopend onderzoek’ aangelegd. Via universitaire computernetwerken, kunnen die worden geraadpleegd. De Nederlandse variant, beheerd door het Nederlands Bureau voor Onderzoek-informatie, is gisteren van start gegaan.
In de Nederlandse Onderzoek Databank (NOD) zijn achttienduizend beschrijvingen van onderzoeksprojecten opgeslagen. Omdat geschat wordt dat er 20 000 tot 25 000 lopende projecten bestaan, zou daarmee zeventig procent van alle onderzoek door de databank zijn gedekt. Daarnaast bevat de bank de namen van vijfduizend hoogleraren en de adressen en telefoonnummers van vierduizend vakgroepen, instituten en andere instellingen.
De onderzoek-databank is te raadplegen door universitaire onderzoekers eenvoudig via het computernetwerk van hun universiteit. Maar de informatie staat ook open voor anderen. Een bedrijf kan een geschikte onderzoeker vinden, een congres-organisator een passende spreker, een uitgever een auteur voor zijn boek, de voorzitter van de plaatselijke Rotary, iemand om een lezing te geven. Bovendien kan dat, ter kennismaking, tot 1 april 1994 gratis.
Daarna kost het gebruik vijfhonderd gulden per jaar — een schijntje, vindt NBOI-directeur Maurits van der Graaf.
Een praktijktest met de nieuwe databank via de redactiecomputer bewijst dat het gebruik ervan niet al te moeilijk is. Razendsnel zoekt de NOD-computer zijn bestanden door op het voorkomen van een opgegeven trefwoord. Het trefwoord ‘HIV’ geeft razendsnel een lijst met 25 aids-onderzoeksprojecten, stuk voor stuk nader te bekijken. Een druk op de ‘a-toets tovert adres en telefoonnummer van de onderzoeksgroep tevoorschijn. De informatie kan op een schijfje worden gekopieerd, en later via de tekstverwerker afgedrukt.
Spelenderwijs stuit de gebruiker op aardige details uit de wereld van het Nederlandse onderzoek. Zo hoopt dr H.A. Poeze, die aan de Leidse universiteit al sinds 1972 werkt aan een biografie over Tan Malakan, een Indonesische Revolutionair — in januari 1994 klaar te zijn. Het project ‘Ziekteverzuim Amsterdam’, van dr D van Dongen van de Tilburgse universiteit, heeft tot doel ‘het verlagen van het ziekteverzuim van het Amsterdamse onderwijs’ — een treffend voorbeeld van de soms innige verstrengeling van onderzoek en overheidsbeleid. Aardig is ook de ontdekking dat Nederland ten minste 579 hoogleraren kent die zelf niet zijn gepromoveerd.
Kinderziekten zijn er natuurlijk ook. Zo blijkt de database, zoals vele andere, niet overweg te kunnen met leestekens zoals het trema. Röling moet worden gezocht onder ‘Rvling’, Schade is ‘Schadi’ geworden, Rümke heet nu ‘Rtmke’.
Problematischer is, dat de database veel ‘oud’ werk bevat: projecten die soms al in 1989 zijn beëindigd. Op zich kan dat natuurlijk geen kwaad, al zou het leuk zijn te vernemen hoe het is afgelopen. Vervelender is dat het de geschatte ‘dekkingsgraad’ van 70 procent ondergraaft — die zou in werkelijkheid wel eens de helft kunnen bedragen. Zo ontbreekt in de lijst met HIV-onderzoeken werk van de meest geciteerde Nederlandse aidsonderzoekers.
Natuurlijk bestaat er lichte argwaan tegen een centraal computerbestand waarin onderzoekers en instituten met de billen bloot gaan — je weet maar nooit op welke ideeën een strenge bezuiniger na een avondje hacken komt. Van der Graaf hoopt echter dat, nu de databank open staat, onderzoekers zullen merken dat het melden van hun project ook voordelen biedt. Want is het niet vervelend om, in je stille werkkamer, de telefoon bij je buurman onophoudelijk te horen rinkelen, voor alweer een nieuwe uitnodiging voor een belangwekkend congres?
Voor het thuis raadplegen van de databank is nodig een PC met een communicatieprogramma en een modem. Het telefoonnummer van de NOD-computer is: 020-6155621. Enkele instellingen: Terminal-type: VTIOO of hoger; Line wrap: off; Add Linefeed: off; Databits: 8; Stopbit: 1; Parity: none. Gratis gebruikersnaam en wachtwoord zijn aan te vragen op tel. 020-551****. Daar kunnen ook problemen worden gemeld.