Menu Close

Aids-congres in Berlijn: de stemming is onzeker

Tien jaar geleden isoleerde Luc Montagnier een nieuw, onbekend virus uit het bloed van een patiënt met de raadselachtige ziekte ‘AIDS. Nu, aan de vooravond van de grote internationale aidsconferentie in Berlijn, zijn volgens officiële schattingen 13 miljoen volwassenen en 1 miljoen kinderen met een variant van dat virus besmet.

HET ZWAARST DOOR aids getroffen gebied in de wereld is, vooralsnog, de zuidelijke helft van Afrika. Acht miljoen besmettingen met het virus hebben er complete steden sociaal ontwricht, en economieën op de rand van de afgrond gebracht. De vrees bestaat echter, dat de snelle opmars van het virus in Azië, woonplaats van biljarden mensen, de problemen in Afrika over een paar jaar zal doen verbleken.

Nu nog ligt het aantal besmettingen in Zuidoost-Azië, net als in Latijns-Amerika, op 1,5 miljoen. Daarna volgen Noord-Amerika (1 miljoen), West-Europa (500.000), Noord-Afrika (75.000), Oost-Europa (50.000) en Oost-Azië en Australië (beide 25.000). In het jaar 2000 zal het totale aantal seropositieven zijn opgelopen tot 40 miljoen.

In Noord-Amerika en West-Europa is het aantal nieuwe besmettingen de afgelopen jaren belangrijk teruggelopen. Maar in andere gebieden, en vooral in Zuidoost-Azië, neemt dat aantal juist nog steeds toe.

Wanneer er geen verbeterde behandelingen tegen de ziekte worden gevonden, zullen de meesten van die miljoenen over tien jaar lijden aan de verschijnselen die horen bij aids – sterke vermagering en infecties door bacteriën en virussen die normaal zelden tot problemen leiden. Twee miljoen mensen hebben de diagnose ‘aids’ gekregen – het merendeel van hen is inmiddels overleden.

Ziedaar het beeld dat vijftienduizend wetenschappers, journalisten en andere belangstellenden in het achterhoofd moeten houden tijdens hun bezoek aan de negende internationale aidsconferentle, die volgende week in Berlijn wordt gehouden. Achthonderd voordrachten en zesmaal zo veel ‘posterpresentaties’ moeten daar duidelijk maken hoe ver de wetenschap ons in tien jaar heeft gebracht.

Erg ver is dat nog niet, zoveel is duidelijk. Het aantal officieel geregistreerde middelen in de Verenigde Staten, gidsland in dezen, is nog beperkt tot drie, die bovendien als druppels water op elkaar lijken. Die middelen kunnen het leven van aidspatiënten wel met gemiddeld een jaar verlengen en draaglijker maken. Ook de behandeling van de tientallen met aids gepaard gaande infectieziekten, zoals longontsteking, is sterk verbeterd.

Maar de overweldigende hoeveelheid wetenschappelijke literatuur over het aidsvirus heeft bovenal één inzicht opgeleverd: hoe ontstellend veel we ook weten over de bouw, de eigenschappen en de verspreiding van een virus, tot een effectieve bestrijding ervan hoeft dat nog niet te leiden – de interacties tussen het virus en het menselijk lichaam zijn daarvoor gewoon te ingewikkeld. Voor de vele optimisten van tien jaar geleden – wie verwachtte niet stilletjes dat snel een vaccin zou zijn gevonden? – is dat een pijnlijke constatering.

Toch is de strijd niet hopeloos. Een paar hoofdlijnen tekenen zich langzamerhand af.

De ontwikkeling van preventieve vaccins tegen HIV, voornamelijk in de vorm van moderne, veilige, via genetische manipulatie gemaakt, heeft de afgelopen jaren veel aandacht gehad. Een aantal proefinentingen van grote bevolkingsgroepen is al begonnen of staat op het punt te beginnen, zoals in China, Thailand, Brazilië, Rwanda en Oeganda. Maar de kans dat deze eerste vaccins al volledige bescherming tegen besmetting met HIV bieden is klein. Ook een hoge prijs, een ingewikkelde toedieningswijze en problemen bij vervoer en opslag van de vaccins kunnen nog veel roet in het eten gooien. Hoe dan ook zal het nog jaren duren voordat duidelijk wordt of in de gevaccineerde groepen significant minder mensen besmet raken.

Het zwaartepunt van het onderzoek ligt daarom nog steeds op het vinden van middelen die het virus in seropositieven en patiënten kunnen remmen. AZT, waarvan al in 1986 werd aangetoond dat aids-patiënten er baat bij hebben, is nog steeds de hoeksteen van elke aids-behandeling. Het hindert een belangrijk enzym van het virus, kortweg ‘RT’ genoemd, in zijn functioneren. Helaas gaat die hinder niet zo ver dat het virus geheel tot staan wordt gebracht. Bovendien duiken een half jaar tot een jaar na het begin van de behandeling meestal virustypen op waarvan het RT-enzym zo is aangepast dat het geen last meer heeft van AZT.

Een heel andere kwestie is nog of AZT moet worden voorgeschreven aan mensen die wel zijn besmet, maar nog geen last hebben van ziekteverschijnselen. Kortlopend onderzoek in de Verenigde Staten gaf aanvankelijk aan dat vroegtijdig ingrijpen met AZT mensen een langere overlevingsduur gaf. Sindsdien zijn veel seropositieven tot gebruik van het middel overgegaan. Maar kortgeleden kwamen de voorlopige resultaten naar buiten van het Brits/Franse ‘Concorde-onderzoek’, dat de effecten over een langere termijn – drie jaar – vergeleek. Van het overlevingsvoordeel bleek weinig over te blijven. Er was echter hevige kritiek op de methodiek van de onderzoekers. De presentatie van de definitieve cijfers, in Berlijn, zal naar verwachting dan ook veel stof doen opwaaien.

Het probleem dat het virus zich door voortdurende aanpassing ontworstelt aan de invloed van medicijnen speelt ook bij andere categorieën middelen die in de maak zijn. Sommige daarvan richten zich op hetzelfde RT-enzym, andere proberen het virus op overige plekken in zijn levenscyclus te pakken. ‘Protease-remmers’ bijvoorbeeld moeten voorkomen dat nieuw gemaakte virus-eiwitten op de juiste plaatsen worden doorgeknipt. ‘Tat-remmers’ hebben het gemunt op het virus-gen dat bepaalt wanneer een slapend virus actief wordt. ‘Rev-remmers’ proberen weer te voorkomen dat virus-kopieën uit de kern van besmette cellen tevoorschijn komen.

Op het congres in Berlijn zullen de eerste resultaten van testen op patiënten van die middelen naar buiten druppelen. Welke achilleshiel van het virus echter ook wordt aangepakt, altijd duiken er na enige tijd, soms al binnen een paar weken, virusvarianten op die van het middel geen last meer hebben.

Het laatste jaar is daarom de aandacht voor ‘combinatie-therapieën’, waarin verschillende middelen tegelijkertijd worden toegediend, sterk gegroeid. Onderzoekers uit Harvard, onder wie de jonge Yung-Kang Chow, ontdekten dat virussen die resistent zijn tegen drie of vier anti-RT-middelen tegelijk, niet kunnen overleven. Tijdens een workshop in Noordwijk, ter voorbereiding op het Berlijnse congres, meldde Chow gisteren dat hij en zijn collega’s gunstige resultaten in deze richting blijven boeken. Ook andere wetenschappers beschreven gevallen waarin resistentie tegen het ene middel de gevoeligheid tegen een ander middel juist lijkt te verhogen.

Toch past ook hier voorzichtigheid: één onderzoeksteam maakte gisteren bekend een ‘multiresistente’ virusstam te hebben ontdekt die in de groep van Chow onvindbaar was gebleken.

Een laatste categorie middelen die wordt beproefd bij mensen die al met het virus zijn besmet is, al klinkt het de meeste mensen vreemd in de oren, die van de vaccins. Gehoopt wordt dat zij de afweer van het lichaam tegen virusdeeltjes kunnen versterken, door stoffen in de bloedbaan te brengen die sterk lijken op de buitenkant van HIV. Maar liefst twintig verschillende vaccins zijn al gemaakt en worden op patiënten uitgetest.

Ondanks de enorme hoeveelheid onderzoek, hebben we sinds het begin van de epidemie niet één afdoende wapen tegen het aidsvirus in handen gekregen – afgezien natuurlijk van het wapen dat er vanaf het eerste moment was: voorkoming van besmetting door veilige seks. Voor directeur Michael Merson van het Aidsprogramma van de Wereldgezondheidsorganisatie was dat reden om in het tijdschrift Science een felle oproep te doen veel meer aandacht te schenken aan mogelijkheden om dit ‘aidsmedicijn’ te verspreiden. ‘Meer van hetzelfde’, in de vorm van allerlei reclamecampagnes om het gebruik van condooms te stimuleren, zal daarbij niet volstaan, vindt Merson. Volgens hem zouden wetenschappers zich moeten richten op onderzoeksvraag nummer 1: de ontwikkeling van een eenvoudige, veilige, goedkope manier voor vrouwen overal ter wereld om zich, los van de goedkeuring van mannen, te beschermen tegen besmetting met de dodelijke geslachtziekte – bijvoorbeeld in de vorm van een goede zaaddodende pasta die ook binnendringende virusdeeltjes onschadelijk maakt. Maar of de conferentiegangers zich na volgende week massaal op dit onderwerp zullen storten, kan betwijfeld worden.

Related Posts