‘Bijklussende hoogleraren moeten hun neveninkomsten over’ maken naar de universiteit, vindt de commissie-Zeevalking. Daar krijgen ze dan later wel een extraatje voor terug. Van een juichstemming over dit ‘heldere advies’ is nog geen sprake — de universiteit zou verworden tot een accountantskantoor, vindt UvA-voorzitter Gevers. Duidelijk is wel, dat het advies oud-staatssecretaris In ‘t Veld in het hart zou hebben getroffen.
‘EEN MELDINGSPLICHT voor alle nevenwerkzaamheden en alle inkomsten naar de universitaire kas? Als een algemene richtlijn? Dat vind ik van de universiteit een totalitaire organisatie maken, en daar pas ik voor.”
Drs J. K. M. Gevers, voorzitter van Het College van bestuur van de Universiteit van Amsterdam, heeft gemengde gevoelens over het rapport Verdiend Verdienen dat mr H. J. Zeevalking, voorzitter van de commissie ‘Nevenwerkzaamhheden instellingen van wetenschappelijk onderwijs’ gisteren aan staatssecretaris Cohen overhandigde.
Hij is blij met de erkenning dat universiteiten zelf hun regels moeten vaststellen. Maar verder heeft Gevers vooral felle kritiek op het advies, dat naar hij vreest de ‘slonzige discussie’ over hoogleraren die zich zouden verrijken alleen maar extra voedsel zal geven.
De ‘bijklussende hoogleraar’ deed zijn intrede in het Nederlandse spraakgebruik na een geruchtmakende affaire in Rotterdam. De Rotterdam School of Management, een stichting nauw gelieerd aan de Erasmus Universiteit, kwam in grote financiële nood. Accountantsonderzoek wees onder meer uit dat de stichting forse bedragen had uitgekeerd aan hoogleraren die in de avonduren cursussen gaven. Bedragen yan twaalfhonderd gulden per uur gingen in de media een eigen leven leiden.
De verontwaardiging in het land was groot — de PvdA probeerde juist aan honderdduizenden wao’ers uit te leggen dat van een bijstandsuitkering ook te leven valt. PvdA-leider Wim Kok schoot tijdens een partijbijeenkomst uit zijn slof. Parallellen trekkend met de ontberingen van bijstandsmoeders verklaarde hij de bijklussende hoogleraar, kennelijk niet tevreden met een inkomen van 175.000 gulden, tot een moreel verwerpelijk persoon.
Om de politieke onrust te smoren, stelde minister Ritzen van onderwijs een commissie in onder voorzitterschap van oud-D66-staatssecretaris mr H. J. Zeevalking. Die moest inventariseren hoe universiteiten omgaan met bijbaantjes van hun personeel. Gevers vindt het instellen van die commissie nog altijd een grote fout. “Het bestaan van de commissie zelf deed de mening postvatten dat er iets aan de hand was, dat er iets moest gebeuren. Maar dat was onjuist — er is helemaal geen probleem waarvoor landelijk aandacht nodig is. Er is aan de universiteiten een goede praktijk gegroeid, en op die kwestie in Rotterdam na heb ik nog nooit van een universiteit gehoord dat er grote problemen bestaan. Als iemand op een zebrapad wordt aangereden, ga je toch ook geen nationale discussie opzetten over de vraag of alle zebrapaden ondergronds moeten?”
Terwijl de commissie door het land reisde om met colleges van bestuur te praten, benoemde minister Ritzen de Rotterdamse hoogleraar bestuurskunde dr R. J. in ‘t Veld tot staatssecretaris van onderwijs. Te laat realiseerden de twee PvdA’ers zich dat In ‘t Veld door zijn eigen bijverdiensten in een lastig parket kon raken, wanneer de Commissie-Zeevalking aan hem advies uitbracht.
In ‘t Veld, zo werd in de periode rond zijn aftreden duidelijk, was op de ‘markt’ zeer actief geweest. Bij zijn aantreden in Rotterdam had hij bedongen dat hij, hoewel fulltime in dienst, één dag per week voor eigen rekening mocht bijklussen. Dat verliep via een eigen bv, Euro Consult Bestuurskundige Adviezen BV. Die verwierf lucratieve opdrachten van bij voorbeeld de verpakkingsindustrie en de gemeente Eindhoven. Tegelijk, verzekerde In ‘t Veld later, stortte hij jaarlijks honderdduizend van zijn 175.000 gulden salaris terug in de universiteitskas, ‘als een soort compensatie’. En op zijn reguliere werk — onderwijs en onderzoek viel niet dat aan te merken, beklemtoonde hij keer op keer.
Gisteren werd duidelijk hoe zeer In ‘t Veld, ware hij aangebleven, met het advies van Zeevalking in zijn maag zou hebben gezeten. Want de richtlijnen die zijn opvolger, Cohen, tot ‘gedragscode’ zou willen verheffen, zijn op belangrijke punten in strijd met de afspraken die In ‘t Veld zelf bij dé Erasmus Universiteit bedong.
Volgens Zeevalking moeten de regels rond de bijverdiensten helder zijn. Ze moeten enerzijds duidelijk maken dat er niets mis is met hoogleraren die buiten de deur werken, maar aan de andere kant paal en perk stellen aan bedragen die op privérekeningen worden gestort.
Wetenschappers, vindt Zeevalking, hebben in deze tijd behalve onderwijs en onderzoek nog een derde taak: maatschappelijke dienstverlening. Het is dus wenselijk dat zij regelmatig opdrachten van derden uitvoeren — tenminste, zolang de organisatie waarvoor zij werken, de universiteit, dat ook vindt. Alles wat zij ‘buiten werktijd’ doen — hoewel volgens Zeevalking eigenlijk nauwelijks van ‘binnen’ of ‘buiten werktijd’ valt te spreken — hoort bij hun universitaire functie, op het voorzitterschap van de voetbalclub na dan. Geld dat zij zo verdienen, moet dus ook linea recta naar de universiteit. Die moet dan wel meer mogelijkheden krijgen een medewerker die extra hard loopt extra te belonen.
Hoe helder en redelijk zo’n systeem ook moge klinken, de Amsterdamse college-voorzitter Gevers, die zich eerder ook achter In ‘t Veld opstelde, heeft er weinig goede woorden voor over. “Het zou heel demotiverend zijn wanneer hoogleraren alles wat ze doen bij hun werkgever moeten melden. Ik pas er ook voor hier voor een paar duizend professionals de administratie te gaan voeren — het is hier geen accountantskantoor! De financiële afdeling die daarvoor nodig zou zijn, kan ik niet eens betalen. Bovendien wil ik niet gedwongen worden met elke medewerker in discussie te gaan of een klus nu wel of niet binnen de functie valt.”
“Wat moet ik met een hoogleraar Neerlandistiek die tien keer per jaar een lezing over Multatuli houdt, en daarvoor telkens duizend gulden krijgt? Moet ik met hem in onderhandeling over het percentage dat hij daarvan mag houden? We spreken in Nederland toch ook niet af dat alle salarissen eerst naar de Belastingdienst gaan, zodat die er het zijne van kan afhalen?”
“Ik verwacht van een hoogleraar die hier fulltime in dienst is, dat hij zijn onderwijs- en onderzoektaken naar behoren uitvoert, en niet de kantjes ervan afloopt. Dat is alles. Sociale controle van de directe omgeving werkt in het algemeen goed genoeg om te voorkomen dat zaken uit de hand lopen. Wij houden onze pappenheimers hier in Amsterdam goed in de gaten.”
De meeste hoofdrolspelers in de politiek heikele kwestie houden zich vooralsnog op de vlakte. De Erasmus Universiteit laat via een woordvoerder weten het rapport Zeevalking de komende tijd ‘goed te zullen bestuderen.’
Staatssecretaris Cohen onderschreef gisteren wel de constatering van de commissie dat ‘de universiteit geen holding is van ondernemende medewerkers,’ en dat het ‘de universiteit is die bepaalt of nevenwerkzaamheden past bij haar doelstelling,’ maar liet zich over de financiële kanten van het rapport nog niet uit — tot 1 januari schuift hij de hete aardappel door naar de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten (VSNU). VVD-kamerlid J. Franssen, die via Kamervragen de kwestie in ruig politiek vaarwater bracht, had het rapport gisteravond niet gezien.
En prof. dr R. J. in ‘t Veld, inmiddels weer werkzaam aan de Erasmus Universiteit? Die laat via de universitaire woordvoerder weten geen behoefte te hebben aan commentaar.